' Het ego wil jou doden '
Een ervaring van de moordenaar vanbinnen
door Greg Mackie
Enige tijd geleden heb ik een opmerkelijke spirituele ervaring meegemaakt, een ervaring van universele liefde. Onlangs had ik een andere bijzondere ervaring, maar nu een die precies tegenovergesteld was; je zou het een ervaring van universele haat kunnen noemen. Het was een angstaanjagende ontmoeting met het ontmaskerde ego, het valse zelf in mij dat uiterst kwaadaardig is en mij letterlijk wil doden. Ik wil deze ervaring delen in de hoop dat het, evenals de vorige, anderen op het pad kan helpen. Voor mij was het in ieder geval zeer behulpzaam. Het bracht een paar krachtige lessen met zich mee, die ik hieronder zal delen. Hoe angst-aanjagend het ook was, toch ben ik zeer dankbaar voor deze ervaring. Het voelde als een belangrijke mijlpaal op mijn reis met de Cursus.
DE VOORGESCHIEDENIS:
gefluister van de moordenaar vanbinnen
Het begon allemaal eind mei. Al een aantal dagen had ik vage gevoelens van depressie en zelfhaat. Ik ben er vrij zeker van dat de oorzaak een gesprek was met een vriend op 24 mei, dat een hoop woede en verdedigingen in mij naar boven bracht. Hoewel het gesprek aan de buitenkant vriendschappelijk was en de onenigheid die ontstond totaal werd opgelost, maakten mijn innerlijke woede en verdedigingen me ervan bewust hoe zeer ik anderen aanval en in gedachten veroordeel. Ik zag mezelf als een aanvaller en daardoor voelde ik me vies vanbinnen en walgde ik van mezelf. Ik deed Course-oefeningen om deze gevoelens en de gedachten erachter aan te pakken en dat hielp wel enigszins. Maar mijn negatieve gevoelens verdwenen niet helemaal.
Het was niet zo dat ik in ellendige hopeloze zelfhaat rondliep. Als ik mijn aantekeningen van die dagen nalees zie ik dat mijn stemming over het algemeen eigenlijk wel positief was. Ik was me zeer zeker bewust van mijn depressie en afkeer van mezelf, maar ik had geen idee van de reikwijdte van die gevoelens. Het was alsof iets duisters net onder mijn bewustzijn op de loer lag; er zwom een haai rond in de diepten van mijn geest en het enige wat ik zag was de vin op zijn rug, die net boven de oppervlakte uitstak. Ik had een vaag gevoel van een boosaardige gedachte die in mij was, een soort kwaadaardige kracht die mij werkelijk haatte en mij letterlijk wilde doden. Maar in die dagen was het nog niet zo sterk.
DE ERVARING:
een angstaanjagende ontmoeting met de moordenaar vanbinnen
Dat vage gevoel bleef bij me toen ik op 26 mei naar bed ging. Ik kan me niet herinneren hoe lang ik al geslapen had, maar ik zal nooit vergeten dat om ongeveer drie uur in de ochtend de gewaarwording van die kwaadaardige kracht me trof als een mokerslag. Er was niet iets speciaals dat het veroorzaakte, het gebeurde gewoon. Ik kan het op geen enkele manier goed beschrijven. Er was alleen maar dit iets in mij dat als puur slecht voelde, iets dat eropuit was mij te vernietigen. Het wilde letterlijk mijn hart stopzetten. Het wilde controle krijgen over mijn handen en ze om mijn keel leggen. Het was een werkelijke kracht - in mijn ervaring althans - die mij met een ongelooflijke intensiteit vastgreep.
Voordat iemand zich al te veel zorgen begint te maken over mijn geestelijke gezondheid: laat me je verzekeren dat ik nooit werkelijke zelfmoord-plannen heb gehad. Normaal gesproken ben ik een opgewekt, emotioneel stabiel mens die geen neiging heeft tot dramatische stemmings-wisselingen. Het 'normale' deel van mijn geest kon als het ware van 'buitenaf' naar deze moord-zuchtige impuls kijken; de impuls nam niet mijn gehele geest over. Integendeel, het voelde bijna alsof het los daarvan stond. Ik denk dat ik nu iets begrijp van wat mensen ervaren die schijnbaar door een boze geest bezeten zijn. Niet dat ik dacht dat ik werkelijk in bezit was genomen door een boze geest; als Course-student identificeerde ik deze duidelijk demonische kracht onmiddellijk als een product van mijn eigen geest, mijn ego dat van zijn masker ontdaan was. Maar het voelde als iets van buiten mijn geest, en het was werkelijk angstaanjagend.
Ik moest iets doen om mijn angst tot bedaren te brengen. Daarom deed ik verscheidene Course-oefeningen en riep God, Jezus en de Heilige Geest om hulp aan. Ik herinner me niet iedere specifieke oefening die ik deed, maar wel herinner ik me dat ik in ieder geval zei: 'Help me Vader', 'Sterk mijn voeten, mijn Vader' (gebaseerd op WdI.herh.V.in.2:1), 'Help me, Heilige Geest', 'Help me, Jezus', 'Er valt niets te vrezen' (WdI.48.), en 'God is louter Liefde en dus ben ik dat ook' (WdI.herh.V.in.4:3). Helaas scheen niets echt te helpen.
Terwijl ik dit allemaal deed, herinnerde ik me het idee uit de Cursus dat het ego ons werkelijk wil doden. Ook herinnerde ik me het idee uit les 196 dat we op een dag de moordenaar binnenin zullen zien - het ego zoals het werkelijk is, totaal ontmaskerd. Het kwam me voor dat dit precies was wat ik nu, op dit moment, ervoer. Ik voelde me ertoe aangezet hierover iets te lezen, dus ik deed mijn lamp aan, pakte mijn Course en begon te lezen. Ik las T13.I-II, waarin besproken wordt hoe wij geloven dat we de Zoon van God hebben gekruisigd. Hij zegt dat 'het ego jou wel degelijk wil doden, en als jij je ermee identificeert moet je wel geloven dat zijn doel het jouwe is' (T13.II.5:6) . Ook las ik les 196: 'Ik kan alleen maar mijzelf kruisigen', waarin gezegd wordt dat onze aanvallen op anderen in de naam van 'zelfverdediging' leiden tot onze angst om door de handen van God en de wereld gekruisigd te worden. Ik had dit hiervóór al heel vaak gelezen, maar het raakte me nu zo diep als nooit tevoren.
Deze ervaring laat je zien wat jouw aanvallen op anderen je werkelijk brengen. Het stuk dat me het meest trof begon met alinea 10 van les 196. Ik zal de meest relevante zinnen citeren:
Er is een ogenblik waarop panische angst je geest zo volkomen in zijn greep schijnt te houden dat ontsnappen volslagen hopeloos lijkt. Wanneer jij eens en voor altijd beseft dat jij bang bent voor jezelf, dan neemt de geest zichzelf als gespleten waar. En dit was verborgen zolang jij geloofde dat een aanval naar buiten kon worden gericht en van buiten naar binnen terug kon keren … Nu wordt er een ogenblik lang een moordenaar binnenin jou waargenomen, op jouw dood belust en vastbesloten straf voor jou te beramen, tot het moment dat hij eindelijk doden kan. (WdI.196.10:1-3,11:1)
Ik was stomverbaasd toen ik deze woorden las, omdat ze precies beschreven wat ik op dat moment ervoer. Ik was ondergedompeld in dat 'ogenblik waarop panische angst jouw geest volkomen in zijn greep schijnt te houden'. Mijn geest voelde zich gespleten tussen een angstig 'mij' en een moordzuchtige maniak die eropuit was 'mij' te pakken te nemen. Ik stond oog in oog met een moordenaar vanbinnen die uit was op mijn dood.
Maar de les ging verder en zei dat deze grimmige ontmoeting helemaal niet slecht was. Integendeel, dit angstaanjagende ogenbik had mij een kostbaar geschenk te geven, als ik er voor open stond het te ontvangen:
Maar in dat genblik ligt tevens het moment waarop verlossing komt. Want de angst voor God is verdwenen. En je kunt Hem vragen om jou door Zijn Liefde van illusies te verlossen, terwijl je Hem Vader noemt en jouzelf Zijn Zoon. Bid dat het ogenblik er snel mag zijn, vandaag. Stap weg van de angst en kom nader tot de Liefde. (WdI.196.11:2-6)
Toen ik dit las begon mijn waarneming van de ervaring werkelijk te veranderen. Deze passage was enorm gerust-stellend. Hij vertelde me dat waar ik doorheen ging een kostbare kans was, omdat deze ontmoeting met de afschrikwekkende moordenaar vanbinnen, de deur opende voor God om mij met Zijn Liefde te helen. De Cursus was er niet op uit dat ik deze ervaring zou vermijden. Hij wilde juist dat ik haar spoedig zou hebben - vandaag. Welnu, vandaag had ik hem dus. Daarom probeerde ik deze kans te benutten. Ik probeerde precies te doen wat deze passage mij opdroeg: een beroep doen op Gods Liefde om mij van deze angstaanjagende maar denkbeeldige moordenaar te verlossen. En waar mijn eerdere hulpkreten geen resultaat schenen te hebben, voelde ik dit keer iets van een antwoord. Mijn oefenen begon eindelijk te werken.
Het werd mij uit deze les duidelijk dat mijn aanvallen op anderen deze moordenaar binnenin voortgebracht en gevoed hadden. Deze hele ervaring hield rechtstreeks verband met de depressie en zelfhaat die ik de afgelopen dagen gevoeld had, daar die gevoelens een rechtstreeks gevolg waren van mijn aanvallen en veroordelingen naar anderen. Welke voordelen ik ook dacht te bereiken met mijn aanvallen, mijn ervaring van nu was hun werkelijke gevolg. En dit gevolg was, op z'n zachtst gezegd, niet wat ik wilde. Ik had nu alle motivatie van de wereld om op te houden anderen aan te vallen en mijn moordzuchtige ego opzij te zetten.
Ik bad hierover tot Jezus en het was precies de boodschap die ik kreeg: 'Geef je aanvallen naar anderen toe op. Deze ervaring laat je zien wat jouw aanvallen op anderen je werkelijk brengen. Dit is hun werkelijke gevolg, al die tijd, of je je hiervan nu bewust bent of niet. Het is een zegen voor je dit te ervaren, omdat je nu weet wat je jezelf in werkelijkheid geeft wanneer je anderen aanvalt en veroordeelt. Vergeet dit nooit. Je hebt nu alle reden in de wereld om aanval op te geven'.
Nu was ik in feite dankbaar voor deze ervaring, zelfs nu ik er nog middenin zat. Ik was me nog steeds zeer bewust van die moordenaar vanbinnen, hoewel de panische angst enigszins was afgenomen door mijn lezen, het herhalen van de oefeningen en mijn gebeden. Het was alsof het toepassen hiervan mij in staat stelde nog meer dan daarvoor van 'buitenaf' naar de ervaring te kijken. Steeds meer begon ik een toevluchtsoord te ervaren in de kern van mijn wezen. Steeds meer begon ik Gods antwoord te voelen op mijn roep om Zijn Liefde.
Daarom uitte ik aan God mijn dankbaarheid voor Zijn Liefde. Ook ging ik door met mijn oefeningen terwijl de ervaring zich voortzette. Ik gebruikte enkele van dezelfde zinnen als daarvoor en voegde dingen toe als 'Dank je God, dat je me dit laat zien'. 'Mijn ego wil me doden, maar ik ben niet een ego'. 'Mijn ego is een aanvaller, maar ik niet'. 'Deze moordzuchtige impuls is een illusie die mij totaal niet kan schaden', en 'Dit zal verdwijnen wanneer ik ermee stop anderen aan te vallen'. Bovendien, toen ik naar les 196 zocht, stuitte ik al bladerend op de oefening van les 198: 'Alleen mijn veroordeling verwondt mij. Alleen mijn eigen vergeving maakt me vrij' (WdI.198.9:3-4). Deze les sprak me echt aan, dus herhaalde ik dit steeds maar opnieuw. Terwijl deze voortdurende herhaling in mijn gedachten doorging, vervaagde de ervaring voor mij uiteindelijk genoeg om te gaan slapen.
Toen ik de volgende morgen wakker werd las ik de lessen 196 en 198 en besloot deze te gebruiken als basis voor mijn oefenen van die dag. Uit les 196 nam ik enkele zinnen uit de alinea's die de ervaring van de moordenaar vanbinnen bespreken (alinea's 10-12) en paste ze aan mijn behoefte aan. Een zin die ik gebruikte was: 'Vader, ik roep je aan om mij door Jouw Liefde van illusies te verlossen' (WdI.196.11:4). Uit les 198 gebruikte ik de zinnen die ik hierboven al geciteerd heb: 'Alleen mijn veroordeling verwondt mij. Alleen mijn vergeving maakt me vrij' (WdI.198.9:3-4). Ik deed deze oefeningen tijdens mijn stille tijd en nog veel vaker die dag.
Ook voelde ik me ertoe aangespoord verscheidene mensen in mijn gedachten te nemen die ik had aangevallen en vergeving naar hen uit te breiden. Het voelde perfect aan om dit te doen: het zijn immers mijn aanvallen op anderen waardoor die innerlijke moordenaar gevoed wordt en zijn dodelijke aanvallen versterkt worden, terwijl hij door mijn vergeven uitgehongerd wordt totdat hij niet meer kan doden. Ik nam daarom mijn favoriete vergevingsoefeningen en paste deze toe op mensen tegen wie ik ergernissen koesterde. Ik zei tegen hen zoiets van 'Ontwaak en wees verheugd, want al je zonden zijn je vergeven' (P3.II.4:10), 'Jij bent de Heilige Zoon van God Zelf' (WdI.191.6:1), 'Licht en vreugde en vrede verblijven in jou. Jouw zondeloosheid wordt door God gegarandeerd' (WdI.93.11:3-4), en 'Jouw heiligheid geeft mij het leven' (gebaseerd op T26.I.7:2). Het doel dat ik voor die dag opschreef was 'te stoppen mijzelf te kruisigen door mijn aanvallen op anderen terug te trekken, en hen in plaats daarvan te vergeven'.
Nog enkele dagen daarna bleef het gevoel van die moordenaar vanbinnen bij me, maar langzamerhand verdween het toch. Ik vermoed dat dit gedeeltelijk te danken was aan alle vergevingsoefeningen die ik deed, en gedeeltelijk veroorzaakt werd door mijn patroon van ontkenning dat weer zijn oude plaats innam. Ik denk niet dat iemand de volle ervaring van zijn of haar ontmaskerde ego al te lang zou kunnen verdragen. Ik weet zeker dat deze ervaring in latere fasen van mijn reis nog eens bij me terug zal komen, als ik er weer klaar voor ben. Maar nu weet ik dat die moordenaar - of ik dat nu wel of niet bewust ervaar - daar nog steeds zit, en zich voedt met iedere aanval die ik op iemand anders doe. Ik probeer dat te onthouden als ik me weer in de verleiding voel om aan te vallen.
DE LESSEN:
het profijt van de ontmoeting met de moordenaar
vanbinnen
Zoals ik al zei ben ik nu erg dankbaar voor die ervaring. Evenals mijn eerdere ervaring van universele liefde leerde ook deze ervaring me een aantal waardevolle lessen. Als ik hierover nadenk, steken er drie zaken bovenuit.
1. De beschrijvingen in de Cursus van het ego en zijn pure kwaadaardigheid kloppen.
Net zoals mijn eerdere ervaring bevestigde wat de Cursus zegt over de pure vreugde en liefde van ware waarneming, zo bevestigde deze laatste ervaring wat hij zegt over de complete waanzin en haat van het ego. Net zoals de beschrijving in de Cursus van ons licht juist is, zo klopt ook zijn beschrijving van onze duisternis. Dit is een cruciale les voor mij. Ik denk dat de meeste - zo niet alle - Course-studenten de neiging hebben de beweringen van de Cursus over de kwaad-aardigheid van het ego te bagatelliseren en te verzachten. Ik heb dat net zo vaak gedaan als een ander. Het zal toch zeker niet zó erg zijn, denken we. Jezus is vast en zeker wat aan het overdrijven als hij al die akelige bloederige dingen zegt over het ego. Misschien doet hij dat vanwege het dramatische effect, en laat hij het erger klinken dan het werkelijk is om ons door een schokeffect ertoe te bewegen onze gedachten te veranderen. Maar voor mij zijn al die ideeën over het moordzuchtige ego niet langer slechts abstracte theorie of levendige literatuur; waar de Cursus over spreekt maakt nu deel uit van mijn praktische ervaring.
Die levendige beschrijvingen van de krankzinnigheid van het ego zijn niet overdreven, maar zijn nauwkeurige beschrijvingen van de kracht die in wezen meestal de drijfveer is in ons leven. Jezus meent werkelijk wat hij zegt. Hoe denkbeeldig ook, die haai zwemt werkelijk daar in de diepten van onze geest, en hij is uit op bloed. In de loop der jaren heeft een aantal Course-studenten mij gevraagd of ik ooit werkelijk de grimmigheid van het ego zoals de Cursus die beschrijft zelf ervaren heb. Nu kan ik onomwonden 'ja' zeggen.
Nog een korte opmerking over het waarheidsgehalte van de beschrijvingen in de Cursus: als ik mijn ervaringen met de moordenaar vanbinnen vergelijk met de passage in les 196, sta ik er werkelijk versteld van hoe goed die passage overeenkomt met mijn ervaring. Ik ben stomverbaasd dat mijn ervaring perfect beschreven wordt door iets dat Jezus meer dan dertig jaar geleden aan Helen dicteerde. Voor mij is dit een bewijs dat Jezus, als hij in de Cursus zegt dat er bepaalde dingen met ons zullen gebeuren als we op het pad vorderen, dit heel letterlijk meent. Hij beschrijft heel nauwkeurig wat er in bepaalde fasen met ons zal gebeuren. Ook geeft hij ons dikwijls, zoals in les 196, specifieke instructies wat we moeten doen áls die dingen gebeuren. Jezus overziet de hele reis, en hij heeft de plattegrond ervan in detail voor ons uiteengezet.
2. Ik heb alle reden in de wereld om mijn broeders te vergeven. Het is volkomen in mijn eigenbelang om dat te doen.
Precies zoals mijn vorige ervaring mij een stimulans gaf anderen te vergeven omdat het zo goed voelt dat te doen, zo heeft deze latere ervaring mij gestimuleerd anderen te vergeven omdat het zo slecht voelt dit niet te doen. Dit is eveneens een cruciale les voor mij. Volgens de Cursus is het duidelijk zien van het sterke contrast tussen de vreugde van de algeest en de pijn van het ego de sleutel tot verlossing, en dat contrast is nu veel helderder voor mij. Mijn ervaring met het ontmaskerde ego gaf me redenen te over om aanval op te geven. Ik wil geen moordenaar binnenin me - vooral geen die mij wil vermoorden - en de enige manier voor mij om die moordenaar te laten gaan is te stoppen met het aanvallen en veroordelen van anderen.
Helaas moet ik toegeven dat ik het aanvallen nog niet volledig heb opgegeven, en dit laat me precies zien hoe toegewijd ik in werkelijkheid aan mijn ego ben. Maar deze ervaring heeft mij absoluut tot op zekere hoogte een afkeer van het ego bezorgd. Ik voel dat ik nooit meer helemaal met hetzelfde genoegen zal aanvallen. Het opgeven van aanval is niet een offer dat je brengt om een goed mens te zijn, maar een manier jezelf te bevrijden van schuld, angst en pijn. Als ik beide ervaringen naast elkaar zet weet ik nu hoe wenselijk Gods Liefde is en hoe onwenselijk de aanval van het ego. Hoe zou ik met zo'n goede motivatie uiteindelijk níet kunnen slagen?
3. Oefenen werkt echt.
Tenslotte, net zoals mijn vorige ervaring tot stand kwam als gevolg van intensief oefenen met de Cursus, zo gebeurde dat ook met deze latere ervaring. In april was ik begonnen een gestructureerde checklist voor mijn oefenen te gebruiken en vanaf dat moment begon mijn oefenen werkelijk veel beter te worden. Ik deed veel meer dan ik daarvoor gedaan had en weet zeker dat het geen toeval is dat deze dramatische ervaring juist kwam nadat ik een paar maanden veel intensiever geoefend had. Ik voel dat ik nogmaals een bevestiging heb gekregen van wat de Cursus over zijn hele programma zegt: 'Als je hem doet zul je zien dat hij werkt' (T9.V.9:2).
Conclusie
Het lijkt misschien alsof een angstaanjagende ervaring van een bloeddorstige moordenaar vanbinnen nauwelijks een bewijs is dat de Cursus echt werkt. Maar dat is het wel. Want het pad van de Cursus is er niet alleen maar om ons glorieuze ervaringen van liefde en licht te geven, hoe mooi en noodzakelijk die ook zijn. Het gaat er ook om ons oog in oog te brengen met de donkere motieven die de drijfveren zijn in ons leven, maar die meestal veilig verborgen blijven onder vele lagen van ontkenning. Het gaat erom te leren wat we werkelijk willen door zowel de algeest als het ego te ervaren zoals ze werkelijk zijn. De ervaring die ik beschreven heb was, op z'n zachtst gezegd, niet plezierig, maar ik beschouw haar als een waar geschenk. Ik dank God dat mij een korte glimp werd gegeven van wat mijn aanvallen op anderen en mijzelf in waarheid tot stand hebben gebracht. Want nu ik het gezien heb, heb ik de kracht er iets aan te doen. Zoals les 196 concludeert: zien 'dat ik alleen mijzelf kan kruisigen' (WdI.196) is geen vloek, maar een zegen. Het zien van de moordenaar vanbinnen openbaart de verlosser vanbinnen. En dat is reden voor grote vreugde:
Hoe mild en genadig is het idee dat we oefenen. Heet het naar behoren welkom, want het is je bevrijding. Jouw geest kan inderdaad niemand anders proberen te kruisigen dan jou. Maar ook je verlossing zal afkomstig zijn van jou. (WdI.196.12:3-6)
Return to top | Send Reader Feedback | View Reader Feedback | Printer friendly version
Dear friend: We offer the materials on this website to you in the hope that they can serve you well on your journey home. Your continuing donations support the work of the Circle of Atonement. Thank you.
Click here to make a Donation.
This material is copyrighted by the Circle of Atonement, P.O. Box 4238, W. Sedona, AZ 86340. All rights reserved. The opinions expressed are the personal interpretation and understanding of the author(s).
Please report problems to the webmaster.
