Een beknopte samenvatting van
door Robert Perry
1.
Ons thuis is de werkelijkheid, de Hemel, het Koninkrijk
Gods,
een geestelijke sfeer van pure eenheid en grenzeloze
vreugde
die onaantastbaar is.
De werkelijkheid is een transcendent gebied van grenzeloze, vormloze en verenigde zuivere geest, zonder tijd, ruimte, lichamen of verandering. Het is de ultieme perfectie, een sfeer van grenzeloze liefde, eindeloze gelukzaligheid en eeuwige vrede, vrij van ieder spoortje van opoffering, lijden of dood. In deze sfeer zijn we Gods Zoon, een stralende uitbreiding van Zijn Liefde. En wij op onze beurt breiden deze Liefde onophoudelijk uit, stralen haar uit tot in het oneindige en laten Zijn eindeloze Koninkrijk voortdurend groeien. Dit is ons thuis, want hier horen we en zijn we voor eeuwig in vrede. Dit is de werkelijkheid, de enige werkelijkheid. Zij is zonder tegenstelling en kan daarom nooit aangevallen, veranderd of aangetast worden.
2.
We probeerden de werkelijkheid aan te vallen,
ons ervan af te scheiden om zo een aparte identiteit -het
ego-
en de wereld van tijd en ruimte te maken.
Vanuit ons verlangen om speciaal te zijn en zelf de Schepper te zijn in plaats van het geschapene besloten wij onze Schepper af te wijzen en Zijn Koninkrijk te verlaten. We besloten ons los te scheuren uit de staat van eenheid en om afgescheiden en onafhankelijke wezens te worden; zelfstandige eilanden, losgemaakt uit het Al. Gebaseerd op dit idee van een afgescheiden identiteit, het ego genaamd, hebben onze geesten een heel universum van afscheiding en verandering, van tijd en ruimte geprojecteerd, waarin elk van ons een nietige geest is die een kort en onzeker leven leidt in een kwetsbaar lichaam. Deze wereld werd ons bewijs dat de afscheiding een objectieve werkelijkheid was.
3.
Maar de afscheiding gebeurde alleen maar in onze geest;
in werkelijkheid heeft ze nooit plaatsgevonden.
Toch zijn we niet bij machte om de werkelijkheid te veranderen, want de werkelijkheid kan niet veranderen. En daarom is de afscheiding niet werkelijk gebeurd; zij gebeurde alleen maar in onze geest. Zij was enkel een psychologisch fenomeen. We hebben ons niet werkelijk afgescheiden, we hebben ons alleen maar los gedacht. Midden in de Hemel werden onze geesten krankzinnig en verdiepten zich steeds meer in zichzelf, in hun eigen afzonderlijke fantasiewerelden. We vielen in slaap en begonnen over een identiteit te dromen die we niet hadden in een wereld die er nooit kon zijn. En dus zijn onze persoonlijke 'identiteit', de fysieke wereld en alle beperkte, behoeftige, afgezonderde en pijnlijke dingen illusies, verstoken van iedere werkelijke substantie. Al die tijd zijn we thuis gebleven in God, precies zoals we altijd waren: zuiver, volmaakt, onschuldig en één met al wat is.
4.
Toch geloofden we dat we dit echt hadden gedaan.
We dachten gezondigd te hebben
en daarom ons geluk voor altijd kwijt te zijn.
We geloofden dat we ons inderdaad afgescheiden hadden. Als gevolg daarvan dachten we dat we ons van Gods Liefde afgesneden hadden en het zonder Zijn goedheid, gezelschap, heelheid en veiligheid moesten stellen. We dachten dat we gezondigd hadden tegen God, dat we onszelf onuitsprekelijk schuldig gemaakt hadden en eeuwige straf verdienden. We dachten dat we van Gods Zoon een duivel gemaakt hadden. Eenzaamheid, schuld en angst werden de hoekstenen van ons bestaan. Onze aanval op God was dus in werkelijkheid een aanval op onszelf, op onze eigen geestestoestand. Het was de enige reden voor al ons lijden.
5.
Toen projecteerden we de oorzaak van ons lijden op de
wereld,
en maakten zo de illusie dat de wereld ons beroofd had van ons
geluk.
De wereld leek schuldig te zijn aan ons verlies.
Aangezien de wereld onze droom was deed ze precies waar we om vroegen en weerspiegelde onze innerlijke keuzes. We hadden voor afgescheidenheid gekozen, en dus bleef de wereld zelf ook op afstand en onthield ons haar gaven. We hadden 'gezondigd' en waren schuldig, en zo nam de wereld de rol van gevangenbewaarder op zich en presenteerde ons voortdurend de straf voor onze zonden. Maar we ontkenden onze rol als veroorzaker van dit alles en stopten het weg in het onderbewuste. En toen projecteerden we deze rol naar buiten op de wereld zodat het erop leek dat de wereld onze oorzaak was en wij haar gevolg. Nu leek het of ons lijden, onze zelfaanval, van de wereld buiten ons kwam. De wereld omringde ons met vijanden die het op onze vernietiging hadden gemunt, met dieven die ons van onze vrede en veiligheid beroofden. De wereld hield ons geluk in haar handen, maar weigerde hardnekkig om ons ons rechtmatige bezit te geven, zelfs als we ervoor betaalden. Nu zagen we duidelijk dat niet wij ons geboorterecht weggegooid hadden, de wereld had het van ons gestolen, tijdens een lange geschiedenis van oneerlijke behandeling. Het was het verleden dat ons verwondde en beroofde, en zo koesterden we intense gevoelens van bitterheid omtrent het verleden. En we zijn bang voor een toekomst waarvan we verwachten dat ze meer van hetzelfde zal zijn.
6.
Onze oplossing: verander de wereld,
en pak terug wat ze van ons gestolen heeft.
Omdat de uiterlijke wereld het probleem is lijkt het duidelijk dat ons geluk erin bestaat om haar te veranderen, om haar aanvallen tegen te houden, te proberen haar tegen ons te laten lachen en ons dat te geven wat we verdienen. Zo wijden we ons hele leven eraan om haar voortdurend veranderende omstandigheden en onvoorspelbaarheid te beheersen. Maar onze echte reden waarom we dit doen is om genoegdoening voor het verleden te krijgen. We geloven dat in het verleden de wereld onze onschuld, liefde en veiligheid gestolen heeft. Ons doel is nu om de wereld van deze misdaad te overtuigen. Als we de wereld maar overtuigend genoeg verantwoordelijk kunnen stellen, genoeg bewijzen van onze verwondingen laten zien en aan kunnen tonen hoe waardig we zijn en hoeveel we gegeven hebben, dan zal de wereld eindelijk gedwongen zijn toe te geven dat ze ons onrechtvaardig behandeld heeft en ons terug willen betalen. Uiteindelijk zal de wereld moeten toegeven dat wij de onschuldigen zijn. Ze zal erkennen hoe bijzonder en verdienstelijk we in werkelijkheid zijn. En voor onze narigheid zal ze ons een leven lang betalen en voorzien van afgoden: status, geld, zekerheid en bezittingen. Om ons bij deze zoektocht te helpen, huren we bepaalde speciale personen in. Door met gulle hand bijzondere gaven aan hen te schenken, betalen we hen om voor ons advocaat te spelen en voor onze zaak te pleiten, om getuige te spelen en te bewijzen hoe onrechtvaardig we behandeld werden, om verdediger te spelen en aan ons de liefde te geven die het verleden ons onthield. Door middel van hen proberen we het verleden opnieuw op te voeren, maar deze keer met een andere uitkomst. Als we maar met hun hulp deze slag tegen de wereld kunnen winnen, kunnen we het kostbare geboorterecht opnieuw opeisen dat we zo betreurenswaardig kwijtraakten. Althans, dat dachten we.
7.
Onze 'oplossing' echter is een aanval
en herhaalt zo het oorspronkelijke probleem.
Maar onze zogenaamde oplossing - deze campagne om de wereld de schuld te geven en van haar terug te nemen wat we willen hebben- is een aanval. En als zodanig werkt zij nooit. Zij herhaalt slechts de oorspronkelijke aanval op God en Zijn Koninkrijk, de oorzaak van ons lijden. Zodoende brengt zij nog meer lijden, nog meer zelfaanval. Met elke aanval op de wereld vergroten we onze verborgen voorraad van sluimerende schuld, die wederom onze angst voor straf laat groeien. Deze angst brengt ons er vervolgens toe ons in afgescheidenheid terug te trekken, weg van het verbeelde gevaar, en verleidt ons ertoe om in 'gerechtvaardigde' zelfverdediging aan te vallen. En omdat het afscheiding en aanval waren waarmee alles begon, begint de cirkel gewoon weer van voren af aan en herhaalt zich alsmaar opnieuw. Onze 'oplossing' voor het verleden herhaalt dus alleen maar het verleden. En dat is het punt waar het om draait, want het enige doel van ons ego is om de afscheiding in stand te houden, en daarmee ook alle schuld en angst die erin besloten is. Er lijkt geen uitweg te bestaan.
8.
We zijn het contact met de werkelijkheid kwijtgeraakt
en hebben daarom de hulp van de Heilige Geest nodig
om geestelijk weer gezond te worden.
In het licht van onze ware werkelijkheid zouden we zien dat onze problemen niets zijn, alleen maar verzinsels van onze verbeelding. Maar we hebben het contact met de werkelijkheid verloren. We zijn waanzinnig. Overgelaten aan onze eigen kunstgrepen zouden we het probleem juist alsmaar opnieuw herhalen en altijd maar hopen op een andere uitkomst. Daarom heeft God een uitbreiding van Zichzelf geschapen, de Heilige Geest, en Hem in onze dromende geest gestuurd om onze nachtmerries te helen. Hij is de brug die terugkeer mogelijk maakt, het grote principe van correctie, want Hij neemt enerzijds onze illusies waar en kent toch de werkelijkheid. Daarom kan Hij ons ertoe leiden om onze illusies in het licht van de werkelijkheid te bekijken, waardoor onthuld wordt dat ze niets zijn. Hij kan onze geest tot gezondheid leiden. Jezus is de manifestatie van de Heilige Geest. Hij is zowel ons voorbeeld, het model dat we volgen, als een innerlijke leraar, een uitbreiding van de Heilige Geest in onze geest.
9.
De boodschap van de Heilige Geest is
dat we nooit gezondigd noch onszelf veranderd hebben.
We hoeven alleen maar ons denken hierover te veranderen.
De boodschap van de Heilige Geest is dat de afscheiding nooit heeft plaatsgevonden. We hebben nooit de verschrikkelijke misdaad begaan, waarvan we dachten dat we die wel gedaan hadden. We hebben de Hemel nooit ontheiligd noch onze ware Identiteit ontwijd. Het gebeurde alleen maar in onze dromen. Daarom is de Hemel nog steeds ons thuis en is Gods Liefde nog steeds ons heilig erfgoed. Om dit erfgoed op te eisen hoeven wij de wereld niet te veranderen, onze zielen niet te louteren of te perfectioneren, God niet welgevallig te zijn of te sussen, geen deugdzame offers te brengen, noch voor onze zonden te betalen. We hoeven helemaal niets te doen, alleen maar ongedaan te maken, enkel de blokkades op te heffen om dat te weten wat reeds waar is. We hoeven alleen maar ons denken te veranderen, want het probleem is slechts in onze geest. De volledige bevrijding wordt ons op dit ogenblik en op elk ogenblik aangeboden, enkel om haar te accepteren. Aangezien we nooit weg zijn gegaan kunnen we op welk ogenblik ook 'terugkeren'.
10.
Om onze waarneming te veranderen hoeven we alleen maar
onze illusies naar Zijn waarheid te brengen.
Ons denken veranderen betekent de wereld anders waarnemen. We doen dit door ons eerst te realiseren dat wat we in de wereld waarnemen niet de werkelijkheid is maar onze interpretatie, de projectie van onze verborgen overtuigingen. Vervolgens brengen we deze duistere geloofsovertuigingen volledig in het licht, we stellen ze bloot aan het licht van ons bewustzijn en aan het licht van de Heilige Geest. In dit licht zullen we ons realiseren dat onze overtuigingen, en niet de wereld, onze pijn veroorzaakt hebben. En we zullen ook beseffen dat onze geloofsovertuigingen niet waar zijn, dat ze zinloze illusies zijn en dat we niet weten wat waar is. Door deze inzichten zal onze keuze heel natuurlijk zijn: we zullen de illusies loslaten en de waarheid uitnodigen. En in een heilig ogenblik zal Zijn licht komen en onze duisternis wegschijnen, zal Hij in onze geest nieuwe overtuigingen en nieuwe waarnemingen plaatsen. We zullen het wonder ervaren, de heling van onze gedachtenpatronen. Dit hele proces gaat er alleen maar om onze duistere illusies naar Zijn stralende waarheid te brengen, waar de uitkomst onvermijdelijk is: illusies zullen verdwijnen en alleen de waarheid blijft.
11.
Zijn oplossing:
Vergeef de wereld voor dat wat ze niet deed.
Vergeven is het loslaten van illusies, want alle illusies zijn illusies van voorbije zonden. Ware vergeving betekent niet dat we toestaan dat iemand die tegen ons gezondigd heeft zijn verdiende straf ontloopt. Het is een verandering van onze waarneming, waarbij we beseffen dat we niet werkelijk aangevallen of gekwetst werden. In plaats daarvan zien we dat er geen zonde begaan werd en er geen straf gerechtvaardigd is. Het is de bevestiging dat de afscheiding nooit heeft plaatsgevonden; dat we - onveranderlijk zijnde - ook onkwetsbaar zijn, en dat de zogenaamde 'zondaar' in werkelijkheid net zo zuiver en heilig is als God hem geschapen heeft. Vergeving is het directe tegendeel van de gebruikelijke zoektocht naar geluk door de wereld aan de kaak te stellen en te proberen haar naar onze wensen te schikken. Vergeving erkent dat de weg tot geluk niet betekent de wereld van haar schuld te overtuigen, maar onze waarneming van haar schuld los te laten. Als we onze projecties opgeven verlaten we de tirannie van oude wrok, gaan we de vrijheid van het nu binnen en bevrijden we zo de toekomst.
12.
Het uitbreiden van vergeving naar anderen
openbaart ons dat ook wij al vergeven zijn.
Dit wordt onze enige functie.
Onze vergeving heelt de geest van anderen, die net als de onze onder een verschrikkelijke schuldenlast gebukt gaat. Maar door het vergeven van anderen wordt ook onze eigen geest geheeld. Want in onze ogen is dat wat wij aan een ander geven, bewijs van wat wijzelf zijn en wat wijzelf verdienen. Toen we aanval weggaven was dat voor onze geest het bewijs dat wijzelf schuldig waren en straf verdienden. Maar nu hebben we dit losgelaten en zien in plaats daarvan wonderen van ons uitgaan. Dit is voor ons het bewijs dat de Oorzaak van heling nog steeds binnen in ons is, dat heiligheid nog steeds ongeschonden in ons verblijft, na al wat we dachten gedaan te hebben; en dat we geen pijn verdienen maar liefde en dankbaarheid. Door anderen te bevrijden bevrijden we dus onszelf. Dit wordt onze enige functie: door onze vergeving heling tot alle geesten te brengen en zo vergeving voor onszelf te ervaren.
13.
Vergeving heft ook de blokkades op die ons van anderen
afscheiden,
en ze laat de ervaring toe van het feit dat we één
zijn.
Onze boosheid en schuld deden het voorkomen dat anderen verschillend van ons waren, dat wij de goeierds waren en zij de slechteriken. Hun belangen leken van de onze afgescheiden te zijn en in strijd ermee. Anderen leken altijd op onze kosten geluk te zoeken. Als gevolg daarvan deinsden we in angst voor hen terug in plaats van ons in liefde met hen te verbinden. Vergeving maakt dit alles ongedaan. Ze pelt het monsterachtige masker af dat wij onze broeders hadden opgelegd en onthult hen als mooi en onschuldig. Vergeving laat ons zien dat zij hetzelfde zijn als wij, met dezelfde behoeften, dezelfde verlangens, dezelfde waardigheid en dezelfde belangen. Ze laat onze liefde tot hen ontwaken en ons verlangen om ons met hen te verenigen. En als onze geest naar hen uitgaat en zich met hen verbindt ervaren we het feit dat we geen geïsoleerde ego's zijn; dat we ondanks alles nog steeds deel uitmaken van de universele eenheid.
14.
Met vergeving als ons gereedschap en de Heilige Geest als onze
Gids
gaan we op reis met ware waarneming als doel.
We reizen onder leiding en met inspiratie van de Heilige Geest, en we volgen Zijn plan in al wat we doen. Hij voorziet ons van een speciale functie, een speciale vorm van geven aan de wereld, en Hij zorgt voor alles wat we voor deze functie nodig hebben. Hij geeft ons ook bijzondere relaties, heilige relaties genoemd, waarin beide partners door vergeving wederzijds hun eenheid kunnen ervaren en vervolgens dit eenheidsbesef naar de wereld toe uitbreiden. Als ons vermogen tot vergeving groeit zullen we gaandeweg ware waarneming binnentreden. Ware waarneming is een nieuwe manier van zien, die we zullen ontdekken als zich nieuwe ogen in ons openen. Deze zienswijze negeert al wat onze fysieke ogen waarnemen. Ze kijkt voorbij lichamen, persoonlijkheden en alle getuigenissen van zonde en schuld in de wereld. Ze neemt in iedereen hetzelfde onzichtbare licht waar, het zuivere licht van heiligheid. Als we in dit vriendelijke licht vertoeven wordt onze vrede en vreugde steeds meer bestendig en onverstoorbaar. De fysieke wereld is niet langer een gevangenis meer voor ons. Haar 'wetten' beheersen ons niet langer. We zien dat ze voortdurend vervangen en getranscendeerd worden. De wereld die ooit zo wreed en angstig leek zal stralend mooi lijken, vol heiligheid en hoop, het meest heerlijke aangezicht aan deze zijde van de Hemel.
15.
Als we samen met de gehele wereld ware waarneming bereikt
hebben,
zal God Zelf de laatste stap zetten
en ons meenemen naar huis.
Ware waarneming is het doel van de Heilige Geest voor ons. Het is een geestestoestand waarin zich geen blokkades tegen de hemelse staat bevinden, maar die juist het ontwaken tot de Hemel mogelijk maakt. Er komt een dag dat de gehele wereld, met onze hulp, deze volmaakte staat bereikt heeft. Angst, boosheid, ziekte en dood zullen niet langer bestaan. Niets behalve uitbundige vreugde en lachen zal de wereld regeren. Alle handen zullen verenigd zijn in vreugdevolle verwachting van het eeuwige. Want we zullen uiteindelijk geleerd hebben dat niets behalve de eeuwigheid ooit bestond. Dan zal de wereld die we gemaakt hebben - inclusief lichamen, veranderingen, tijd en ruimte - eenvoudig verdwijnen zonder een spoor na te laten. En God Zelf zal omlaag reiken en de laatste stap zetten door alle geesten als één te laten ontwaken uit hun schijnbaar eeuwenoude slaap. We zullen onze ogen in de Hemel openen en beseffen dat we nooit weg zijn geweest, maar slechts een ogenblik geslapen hebben. En we zullen thuis zijn, waar God wil dat we zijn.
Return to top | Send Reader Feedback | View Reader Feedback | Printer friendly version
Dear friend: We offer the materials on this website to you in the hope that they can serve you well on your journey home. Your continuing donations support the work of the Circle of Atonement. Thank you.
Click here to make a Donation.
This material is copyrighted by the Circle of Atonement, P.O. Box 4238, W. Sedona, AZ 86340. All rights reserved. The opinions expressed are the personal interpretation and understanding of the author(s).
Please report problems to the webmaster.
