Het spirituele pad van EEN CURSUS IN WONDEREN
door Robert Perry
Het onderwijs van 'Een Cursus in Wonderen' kan zo prachtig, zo diepzinnig en aantrekkelijk zijn. Maar zelfs als we deze schoonheid hebben gevoeld en van zijn onderwijs zijn gaan houden, kunnen we nog steeds onzeker zijn over wat te doen om er werkelijk vorm aan te geven. In de loop van de tijd ben ik de Cursus steeds meer gaan zien als bestaande uit twee verschillende aspecten: het gedachtesysteem van de Cursus en het pad van de Cursus. Het gedachtesysteem is het onderwijs van de Cursus, de ideeën die hij uiteenzet. Het pad bestaat uit datgene wat we doen om dat onderwijs vorm te geven, de activiteiten die bevestigen dat we een student van de Cursus zijn en zijn weg volgen. In het kort, het gedachtesysteem is wat het boek onderwijst, het pad is wat we als studenten met het boek doen.
En hoe gemotiveerder we worden om zijn doelen te bereiken, des te belangrijker wordt het tweede punt. Wat doen we met dit boek? Met wat voor soort activiteiten houden we ons bezig zodat we zijn doel zullen bereiken en verlossing vinden?
Dit onderwerp is ook belangrijk om te leren begrijpen hoe wij the Circle of Atonement zien, omdat we ons inzetten studenten te helpen het pad van de Cursus in al zijn facetten te bewandelen. Deze visie wordt weerspiegeld in ons plan om drie afdelingen te hebben die ik in een eerder artikel ('Het begin van een centrum') beschreven heb. Ook wordt deze visie in ons opleidingstraject en ondersteuningsysteem weerspiegeld.
Omdat dit thema voor mij zo fundamenteel en cruciaal is, heb ik ervoor gekozen mijn zienswijze hierover uiteen te zetten. In dit artikel zal ik beknopt de basisvorm van het pad van de Cursus beschrijven zoals ik het zie. Eerst zal ik het feit dat dit een pad is (en niet alleen een gedachtesysteem) behandelen en vervolgens de bijzonderheden van dat pad.
een 'Cursus'
Een Cursus in Wonderen is een hele merkwaardige titel. Maar het zegt wel veel over wat het boek is. Eerst wil ik de aandacht op het eerste deel van de titel richten. Heb je ooit nagedacht over die eerste twee woorden? Wat betekent het als hij zichzelf 'een cursus' noemt? Het woord 'cursus' en de wijze waarop het in Een Cursus in Wonderen gebruikt wordt lijkt me een sleutelwoord te zijn voor wat ik het pad van de Cursus noem. Wat ik interessant vind is dat het woord 'cursus' hier vrijwel precies dezelfde betekenis heeft als het woord 'pad' wanneer we praten over een spiritueel pad.
Laten we eerst kijken naar het woord 'pad'. Volgens mijn woordenboek is 'pad' voornamelijk gedefinieerd als 'een betreden weg', of 'een pad dat speciaal gemaakt is voor een specifiek gebruik'. Het interessante is dat het woord ook gedefinieerd wordt als een 'cursus'! Een 'pad' is dus een bepaalde weg waar langs men reist. Vanuit een meer abstracte vorm wordt ons verteld dat een pad 'een manier van leven, gedragen of denken' is. Een weg waar je fysiek over reist is nu een weg geworden waarover je door het leven reist. Maar wat is dan een spiritueel 'pad'? Het is een weg waarlangs je naar God reist. Deze weg wordt niet bepaald door stoepranden, gras of stenen zoals fysieke paden. Hij wordt bepaald door een systeem van geloof en oefening. De veronderstelling is dat wanneer je het pad volgt, zoals dat door deze overtuigingen en oefeningen wordt weergegeven, je jouw doel zult bereiken, je zult God vinden.
Laten we nu het woord 'cursus' eens nader bekijken. Het interessante is dat mijn woordenboek zegt dat een cursus een pad is, 'het pad waarover iets beweegt'. Vervolgens formuleert het dit idee meer op een abstracte manier door te zeggen dat het 'een geordend proces of een reeks is, zoals een serie lezingen of andere kwesties die over een bepaald onderwerp gaan'. In plaats van een pad waar iets overheen gaat is het nu dus een proces waar iets doorheen gaat. Dit leidt ons naar het specifieke idee van een educatieve cursus, het idee waar de Cursus zijn titel aan ontleent. Een educatieve cursus is een proces waar een student doorheen gaat, een reeks activiteiten die door zijn leraar zijn opgezet en die ontworpen zijn om hem een bepaalde hoeveelheid materiaal, een bepaald thema te leren. Als hij door het proces heen gaat en deelneemt aan de opgedragen activiteiten, dan zal hij zijn doel bereiken en geleerd hebben.
Een educatieve cursus is dus een bepaald pad waarop je wandelt om een grote hoeveelheid materiaal te leren. Een spiritueel pad is een omlijnd pad waarlangs je je beweegt om God te bereiken. Allebeide zijn het processen oftewel wegen, die, wanneer je ze volgt, jou naar een doel leiden. Inderdaad is het zo dat de doelen verschillend zijn, maar deze schijnbare kloof is in het geval van de Cursus overbrugd als je je herinnert dat het doel van zijn onderwijs (het leren van wonderen, zoals de titel aangeeft) is om de herinnering aan God te laten ontwaken.
Kort gezegd verteld de Cursus ons al meteen in zijn titel, op de kaft, dat hij een spiritueel pad is. Dit thema zet zich voort in het boek, waarbij we er steeds weer opnieuw aan worden herinnerd dat het een vastgesteld proces is, een gestructureerd pad dat - indien gevolgd - naar zijn doel zal leiden. Het volgende citaat illustreert dit perfect: 'Deze cursus werd ons gezonden om het pad van licht voor ons te openen en ons te leren, stap voor stap, hoe terug te keren naar het eeuwige Zelf dat we dachten verloren te hebben' (WdI.Inl.V.5:4).
Door zichzelf een 'cursus' te noemen voegt hij volgens mij een extra autoritaire toon aan dit spirituele pad toe. Veel spirituele paden hebben een grote graad van vrijheid in zich. Maar een educatieve cursus is er een die gewoonlijk in hoge mate gestructureerd wordt door de leraar. De student bepaald in dit geval niet zijn eigen pad. In plaats daarvan gaat hij door een voorgeschreven reeks van activiteiten heen die voor hem van tevoren zijn vastgesteld. De student demonstreert niet zo zeer een vaardigheid door zijn vermogen om zijn eigen weg te plannen, maar door met enthousiasme, intelligentie en bedrevenheid aan de voorgeschreven activiteiten deel te nemen.
Dit heeft duidelijk gevolgen voor de manier hoe we aan deze bepaalde cursus deelnemen. Laat me ze een beetje uiteenzetten:
1. Doe de Cursus zoals hij is. Probeer hem niet te veranderen. Je begint niet aan een cursus en vertelt vervolgens de leraar hoe hij deze moet onderwijzen (jahoor, ik heb dit herhaaldelijk geprobeerd, maar het leek mijn cijfers niet op te krikken) In dezelfde gedachtegang vertelt de Cursus, 'Vrije wil betekent niet dat jij het onderwijsprogramma kunt vaststellen' (T.inl). De Cursus neemt van het begin tot het einde aan dat je hem doet zoals hij is, in plaats van hem te gebruiken als een inspirerende springplank waarbij jij de selectie maakt en kiest wat voor jou goed voelt. Ik denk dat deze laatste methode geschikt is wanneer je er nog niet zeker van bent of de Cursus jouw pad is. Maar voor zijn toegewijde studenten neemt de Cursus aan dat jij jezelf disciplineert ten opzichte van een compleet systeem, in plaats van alleen maar de juweeltjes eruit te pikken. Hij ontmoedigt je juist om uitzonderingen te maken, en hij zegt ergens dat wanneer je één aspect van het ego vasthoudt (in dit geval speciale liefde-relaties), 'jij het geheel behoudt' (T-17.IV.6:7). Hij beweert dat door aan deze cursus deel te nemen 'jij een verenigd denksysteem bestudeert waarin niets ontbreekt dat nodig is, en wat niets bevat wat tegenstrijdig of irrelevant is' (WdI.42.7:2), en dit brengt met zich mee dat hij gevolgd zou moeten worden zoals hij is.
2. Neem werkelijk deel. Je leert niet veel van een cursus wanneer je maar de helft van de tijd komt opdagen of als je in de klas in slaap valt, propjes schiet als de leraar niet kijkt, fluistert, giechelt en briefjes doorgeeft, leden van de andere sekse zit aan te gapen, opdrachten niet bijhoudt en je huiswerk niet doet (roept dat enige herinneringen op?). Hiermee vergelijkbaar moedigt A Cursus in Miracles je aan om je er écht mee bezig te houden. Als je naar de meer dan 120 plaatsen kijkt waar de Cursus naar zichzelf verwijst, is hun grondtoon steeds dat de Cursus probeert jou het belangrijkste in de wereld te leren, namelijk verlossing, en dat je bang, wanhopig en vol verzet bent en jezelf maar voortsleept. Deze passages laten zien dat de Cursus studenten vraagt die zich er geheel aan wijden en die zodoende zijn onschatbare gave van bevrijding accepteren.
3. Concentreer je erop. De meeste educatieve cursussen worden naast andere cursussen gevolgd. Maar er zijn cursussen, zoals een medische studie, waarvan de aard van de studie vereist dat je je alleen op deze cursus concentreert. Ik geloof dat A Course in Miracles een dergelijke cursus is. Zoals ik eerder zei denk ik echt dat als je er zeker van bent dat de Cursus jouw pad is, je in het gunstigste geval andere paden naar de achtergrond verwijst, waar ze hooguit als ondersteuning voor je voornaamste pad fungeren. Dit kan een schokkend idee lijken in de New-Age wereld die zeer ruim van opvatting is, maar het wordt in ere gehouden door de traditionele spirituele paden in de wereld. Jezelf op je eigen pad concentreren is beslist geen veroordeling van andere paden (tenzij je die intentie hebt), maar een eenvoudige erkenning van wat het beste voor je is. Het idee om andere paden te respecteren en je toch concentreren op dat wat voor jou bestemd is, wordt duidelijk bevestigd in de eerste pagina's van het Handboek (HvL1.3-4). En het wordt zelfs nog duidelijker uiteengezet in de paragraaf 'Ik hoef niets te doen' waar ons wordt verteld: 'Jij maakt geen gebruik van de cursus als je volhard in het gebruik van middelen die anderen behulpzaam waren, maar negeert wat voor jou werd gemaakt' (T-18.VII.6:5).
Maar het idee om werkelijk aan de Cursus meet te doen en jezelf erop concentreren is nog niet bepaald specifiek. Als we serieuze studenten zijn moeten we weten welke specifieke activiteiten de Cursus van zijn studenten vraagt. Met andere woorden: welke opdrachten geeft hij? Net zoals de titel die we onderzocht hebben staat het antwoord op deze vraag op de kaft geschreven (of kaften, als je de drie aparte delen hebt). Het antwoord zijn de drie delen van de Cursus: de Tekst, het Werkboek voor Studenten, en het Handboek voor Leraren. Het is duidelijk dat deze boekdelen naar het idee van een cursus ontworpen zijn. Ik ben ervan overtuigd dat ieder deel een aspect van deze cursus representeert, een aspect van het pad dat de Cursus beschrijft. En ik denk dat zij samen een ontwikkeling weergeven die enigszins verwacht wordt als je dit pad bewandelt. Laten we eens één voor één naar de boekdelen kijken.
de Tekst: STUDIE
Het eerste en verreweg grootste deel van de Cursus is de Tekst. Als je een college volgt en de leraar overhandigt je een tekst, wat denk je dat hij verwacht wat je ermee doet? Zo duidelijk als het antwoord hierop is, is het er wel een dat vele Coursestudenten vermijden. De Tekst is waarschijnlijk het minst gelezen deel van de Cursus. Ik heb zelfs gehoord dat er mensen zijn die ervoor pleiten om de Tekst in zijn geheel te negeren. Ik neem het hen niet kwalijk - ik besteedde mijn eerste paar jaar met de Cursus aan het vermijden van wat ik zag als de saaie Tekst.
Maar de auteur van de Cursus dacht hier duidelijk anders over. Hij legt veel gewicht op zijn Tekst en de ideeën die deze bevat. De manier waarop hij schrijft laat dit zien. Hij heeft de gewoonte om een idee te introduceren en er vervolgens steeds weer naar terug te verwijzen. Als hij het idee ter sprake heeft gebracht neemt hij aan dat jij er aandacht aan gegeven hebt en er nu bekend mee bent. En dus is het voor hem geoorloofd om ernaar terug te verwijzen, door het opnieuw op te pakken en het verder te ontwikkelen, of er korte en soms zeer subtiele verwijzingen naar te maken. Nadat hij een idee steeds weer opgepakt en het geleidelijk aan met de talloze andere ideeën in verband heeft gebracht, komt hij ineens onverwacht uit de hoek en herinnert hij je eraan wat een cruciaal idee dit is voor zijn cursus. Een mooi voorbeeld hiervan is het concept 'ideeën verlaten hun bron niet', wat hij in het Werkboek noemt 'de basisgedachte die in de tekst zo vaak wordt aangehaald' (WdI.156.1:3), en 'Dit centrale thema ... staat vaak in de tekst' (WdI.132.5:4). Uiteindelijk vertelt hij ons gewoon dat 'de nadruk die deze cursus op dit idee legt komt door de centrale plaats die het inneemt in onze pogingen jouw gedachten over jezelf te veranderen' (WdI.167.3:7).
Soms wil hij min of meer ermee ophouden om een idee opnieuw op te pakken en te ontwikkelen. Hij neemt gewoon aan dat je het intussen kent. Om die reden kunnen de meest belangrijke concepten uit de Cursus alleen in de Tekst worden gevonden (op z'n minst in een uitgewerkte vorm). Dit geldt voor cruciale concepten zoals speciale relaties, heilige relaties, het heilige ogenblik en de aantrekkingskracht van schuld.
Ik denk dat de Tekst duidelijk wijst op onderwijs, studie en begrip. De auteur onderwijst ons, en wij als studenten worden verondersteld te lezen en te studeren om het te leren begrijpen. Door de Tekst tot het eerste deel te maken zegt de auteur iets heel belangrijks. Hij zegt hiermee dat studeren en het begrijpen van zijn onderwijs het eerste aspect van zijn cursus is, het fundament van zijn pad.
Het valt moeilijk te betwisten dat het onderwijs de basis vormt van de Cursus. Niet alleen omvat de Tekst bijna twee derde van het aantal woorden van de Cursus, maar ik zou ook zeggen dat het onderwijs 95% van de Cursus uitmaakt, waarop de specifieke instructies voor dagelijkse oefening in het Werkboek de belangrijkste uitzondering vormen. Maar deze instructies omvatten slechts een klein deel van het Werkboek, waarvan het grootste deel puur onderwijs is.
Het onderwijs is zo duidelijk in de Cursus aanwezig omdat de Cursus voornamelijk probeert je te stimuleren je denken te veranderen: ' … deze cursus streeft naar een complete ommekeer van denken' (HvL24.4:1). Hij probeert je zover te krijgen dat je de onderliggende ideeën opgeeft die de aanleiding zijn voor je gedachten, emoties, keuzen en waarnemingen, en ze te vervangen door een nieuwe reeks van ideeën die de Cursus onderwijst. Deze ideeën zijn de basis voor alles in de Cursus. Dit wordt bevestigd in de allereerste regel van het Werkboek welke zegt: 'Een theoretische fundering zoals de tekst die verschaft is nodig als een kader om de oefeningen in dit werkboek betekenisvol te maken'
De gevolgen hiervan voor de student zijn duidelijk. Als je het pad van de Cursus bewandelt vormt lezen en studeren de fundamentele activiteit, gericht op het begrijpen van het onderwijs. Daar kom je echt niet omheen. Het moet gewoon gedaan worden. Het maakt deel uit van deze cursus. Als je de Tekst te dik vindt om er doorheen te gaan (wat ik eerlijk gezegd ook nog steeds vind), zijn er andere mogelijkheden voor je. Je kunt een klein stukje per keer lezen, je kunt naar een groep gaan die de Tekst leest en bespreekt, er zijn cassettebandjes te krijgen waarop verschillende leraren stukken van de Tekst lezen en bespreken, je kunt naar de Cursus luisteren op cassettebandjes of discs. Je kunt van alles doen. Maar als je een toegewijde student wilt zijn, doe dan iets. Als je de Tekst van deze cursus niet leest is het net alsof je noch de boeken van een gewone cursus leest noch zijn colleges bijwoont, iets waar niemand over zou peinzen, of het moet zo zijn dat hij er niet mee door wil gaan.
De auteur van de Cursus richt zich met dezelfde nadruk op lezen en studie tot zijn schrijvers, Helen en Bill, zoals in 'Absence from Felicity' van Ken Wapnick is weergegeven:
'Al het leren houdt op een of ander niveau aandacht en studie in. Deze cursus is een cursus in gedachtetraining. Toegewijde studenten bepalen studiemomenten voor zichzelf. Maar omdat deze voor de hand liggende nog niet bij je opgekomen is, zal ik nu duidelijke opdrachten geven (p.258).
het Werkboek: OEFENING
Het volgende deel is natuurlijk het Werkboek. Net als bij het eerste deel beschouwt de auteur dit deel als absoluut cruciaal voor zijn cursus. Nadat hij ons in de eerste regel van het Werkboek vertelt dat de Tekst een noodzakelijke fundament is voor de oefeningen, zegt hij in de tweede regel: 'Maar het doen van de oefeningen maakt het doel van de cursus mogelijk'. Dat is een veelbetekenende zin. Je zult het doel van de cursus niet bereiken tenzij je de lessen doet. En vervolgens wordt in het Handboek voor Leraren gezegd dat je je niet als leraar van God binnen het raamwerk van de Cursus kwalificeert als je het Werkboek niet gedaan hebt: 'Hij kan pas op die titel aanspraak maken als hij het Werkboek doorgewerkt heeft, aangezien we leren binnen het kader van onze cursus' (HvL16.3:7). Het is duidelijk dat de auteur van deze cursus denkt dat zijn Werkboek van essentieel belang is.
Ik geloof dat het Werkboek het tweede aspect van het pad van de Cursus vertegenwoordigt: oefening of praktijk. De enige hoop die de Cursus voor ons ziet om ons huidige gedachtesysteem in te kunnen ruilen voor een volstrekt nieuw systeem, is door het nieuwe maar steeds weer, onophoudelijk en voortdurend te oefenen. 'Steeds en steeds weer moet dit worden herhaald, totdat het wordt geaccepteerd' (WdI.93.6:2). Oefening baart kunst. Grote mystici, meesters en heiligen door de eeuwen heen hebben ingezien dat er geen echte spirituele verworvenheid kan bestaan zonder werkelijke oefening. Ik geloof dat de Cursus hetzelfde erkent. In feite wordt het woord 'oefening' of 'praktijk' en varianten hiervan zo'n 350 keer gebruikt.
In dezelfde lijn als ons eerdere commentaar over het volgen van de Cursus zoals hij is, geloof ik zeker dat de auteur van de Cursus bedoelde dat zijn studenten het Werkboek doen zoals het is, om de instructies te volgen - zoals hij meerdere malen in verschillende vormen zegt - 'zo precies mogelijk' (WdI.65.4:2,70.6:3), 'dat je het zo precies mogelijk volgt' (WdI.Inl.III.Intro.1:3), Ik denk dat de meeste studenten met deze intentie beginnen, maar dat ze het gewoon te moeilijk vinden als de instructies veeleisender beginnen te worden. Wanneer de instructies dan ook nog subtieler en vluchtiger worden - omdat ze voortvloeien uit voorafgaande instructies en waarvan aangenomen wordt dat je die hebt gevolgd - beginnen studenten contact te verliezen met wat van hen gevraagd wordt. En uiteindelijk beginnen we ons allemaal af te vragen: is het echt mogelijk om het Werkboek te doen zoals het is?
De auteur van de Cursus lijkt op de volgende manier te denken. Alles wat hij van ons verwacht, zo lijkt het, is om het grofweg te doen zoals het is. Hij maakt duidelijk dat hij begrijpt dat we veel oefenperioden zullen missen. Maar hij is er heel bezorgd over dat we deze gemiste oefenperioden als excuus gebruiken om nog meer oefeningen te missen. Zo zet hij het probleem van gemiste oefenperioden diverse malen uiteen, waarbij telkens een variant wordt gegeven van dezelfde fundamentele boodschap: als je merkt dat je oefenperioden mist, begin dan gewoon opnieuw met oefenen. Voel je niet schuldig, probeer niet om alle oefeningen die je gemist hebt in te halen, en geef niet op. Pak de oefening gewoon weer op.
Tegelijkertijd heeft hij de gewoonte om er bij ons op aan te dringen onze oefening niet te vergeten - hij doet dat tientallen keren. Hij verzoekt ons dringend om onze tijd en inspanning aan deze oefening te geven: '...laat de tijd niet korter zijn dan dat ze beantwoordt aan jouw diepste behoefte. Geef alles wat je kunt, en geef een beetje meer' (WdI.l93.10:6-11:l). En regelmatig geeft hij aansporingen tot oefening, met name als de eisen van de oefening wat zwaarder worden, door ons er aan te herinneren dat het schitterende voordelen zal brengen, voor onszelf en voor anderen.
En als het Werkboek gedaan is blijven we oefenen, en we brengen ons geestelijke dansfeest van bereidwilligheid meer en meer tot regelmaat tot dat het een aanhoudende activiteit wordt en onze natuurlijke geestelijke staat geworden is. Ik vind het prachtig hoe Allen Watson het Werkboek gekarakteriseerd heeft: 'Een inleiding tot oefening'. Het is een begin; het plaatst ons op de lange weg naar volmaakt oefenen. Vele malen onthult de Cursus dat oefenen bedoeld is om op een gegeven moment niet meer op te houden. In feite behandelt het Handboek rechtstreeks de kwestie hoe verder te oefenen wanneer we met het Werkboek klaar zijn. Een deel van het antwoord luidt als volgt:
'Door heel hun training heen, iedere dag en ieder uur, en zelfs iedere minuut en seconde, moeten Gods leraren de vormen van magie leren herkennen en hun betekenisloosheid waarnemen. '(H16.11:9)
Dit thema - het belang van iedere minuut en iedere seconde - wordt telkens opnieuw in de Cursus herhaald. Het logische gevolg hiervan is duidelijk: de Cursus wil uiteindelijk dat we iedere minuut en zelfs iedere seconde oefenen! Uiteindelijk wil hij 'totale toewijding op ieder moment' (WdI.Intro18l-200.l:2). Dit is de uiteindelijke staat van Coursebeoefening.
'Door te oefenen zul je na verloop van tijd nooit ophouden aan Hem te denken en Zijn liefdevolle Stem te horen, Die jouw voetstappen leidt op rustige wegen ... Ook wil jij je geest geen moment van Hem weghouden, ook al wordt jouw tijd gebruikt om de wereld verlossing aan te bieden'. (WdI.153.18:1,3)
het Handboek voor Leraren: UITBREIDING
De laatste zin van de vorige passage onthult hoe de Cursus het gebruik van onze tijd ziet: 'voor het aanbieden van verlossing aan de wereld.' Ik denk dat dit het derde en laatste aspect van het pad van de Cursus vormt: uitbreiding.
Steeds opnieuw vertelt de Cursus ons op vele, vele manieren over het belang van het uitbreiden van vergeving en heelwording naar anderen. Hij vertelt ons dat dit onze functie is zolang we op aarde zijn, ons aandeel in Gods plan voor verlossing. Dit is wat we verondersteld worden met onze levens te doen, wat we in iedere uitwisseling, iedere ontmoeting en in iedere situatie zouden moeten doen. Instrumenten van deze uitbreiding te zijn is kennelijk het enige doel van onze lichamen. In feite is het zelfs de enige bedoeling van alles op aarde, het is waar alles toe dient (T-24.VII.5-6).
Het is niet zo dat Jezus wil dat iedereen gered wordt en daarom probeert druk op ons uit te oefenen om als zijn werkpaarden te dienen. Hij wil dit wel, maar hij wil ook dat wij gered worden. Hij vertelt ons herhaaldelijk dat wij verlost zullen worden als wij verlossen, dat 'ik geheeld zal zijn als ik Hem mij laat leren hoe te helen' (T-2.V.18:6). 'Vergeef en wees vergeven. Zoals je geeft, zul je ontvangen' (WdI.122.6:3-4).
Volgens de Cursus heeft uitbreiding een enorm psychologisch effect op hen die uitbreiden. Welk idee zij ook uitzenden, het zal in hun geest versterkt worden. Dus alleen wanneer wij vergeving vanuit onszelf laten komen, waarbij onze waarneming van anderen en hun waarneming over zichzelf verandert, zullen we volledig overtuigd worden dat er iets werkelijk heiligs in ons is, dat heiligheid in de kern van ons wezen is. Het lijkt erop dat door uitbreiding de ideeën die we willen leren uiteindelijk in onze eigen geest bevestigd worden.
Waarom zeg ik dat uitbreiding de uiteindelijke bevestiging is? Er loopt een formule door de Cursus heen die in les 154 en 159 bijzonder helder uitgedrukt wordt. De formule is dat je eerst van de Heilige Geest ontvangt: je leert een les, verandert je waarneming, leert een aspect van juiste gerichtheid van denken aan en laat een heilig idee binnenkomen. Vervolgens geef je dit aan een ander, iets wat je niet zou kunnen doen tenzij je het eerst zelf ontvangen had: 'Niemand kan geven wat hij niet ontvangen heeft' (WdI.l59.1:1). En tenslotte ga je - door te geven - volledig begrijpen dat je ontvangen hebt. Je wordt je bewuster van de gave die je al hebt. 'Niemand kan ontvangen en begrijpen dat hij ontvangen heeft totdat hij geeft. Want in het geven ligt zijn eigen acceptatie van wat hij ontvangen heeft' (WdI.154.8:6-7). Ik denk dat het duidelijk is dat studie en oefening hier de eerste stap zijn. Door middel van hen ontvangen we in de eerste instantie. De tweede stap is uitbreiding, oftewel geven, wat ons in stap drie voorziet: volledig bewustzijn van de gave die we oorspronkelijk ontvingen.
Ook al wordt uitbreiding door de Tekst en het Werkboek heen behandeld, geloof ik dat het Handboek voor Leraren als geheel symbool staat voor dit laatste aspect van het pad van de Cursus. Het is tenslotte een handboek voor de leraren van God, voor hen die klaar zijn zichzelf te wijden aan uitbreiding (onderwijzen, uitbreiden, helen en geven zijn allen praktisch synoniemen in de Cursus). En in feite gaat het grootste gedeelte van het Handboek rechtstreeks over de vraag hoe men het beste de functie van leraar van God kan vervullen als een uitbreider, een verlosser.
Deze functie is geen vormloos en vaag iets. Door de gehele Cursus heen wordt ons gezegd dat onze speciale functie van leraar/heler een bepaalde vorm zal aannemen die speciaal voor ons ontworpen is. Deze vorm zal door de Heilige Geest zijn vervaardigd, gebaseerd op onze 'vermogens precies zoals ze zijn, en ... waar ze het beste kunnen worden toegepast, waarvoor, op wie en wanneer' (WdI.154.2:2). Het Handboek veronderstelt dat dit voor sommige mensen zal betekenen dat ze een soort van geloofsgenezer en/of begeleider van nieuwe studenten op het pad van de Cursus zullen zijn. De aanvulling Psychotherapie veronderstelt dat dit voor sommige mensen betekent om een professioneel therapeut te zijn. Blijkbaar kan iemands functie honderden van vormen aannemen, waarvan vele vrij gewoon kunnen lijken en helemaal geen 'spiritueel' doel lijken te hebben. Maar wat iemands functie ook moge zijn, het zal niet iets totaal vaags zijn waar je je vinger niet op kunt leggen. Het zal een vorm aannemen die concreet genoeg voor ons is om welbewust en met de juiste intentie al onze middelen van tijd en inspanningen eraan te besteden.
En de Cursus moedigt ons zeker aan om ons eraan te wijden. Net zoals het oefenen na verloop van tijd niet meer ophoudt, zo zal uitbreiding uiteindelijk een volledige dagtaak worden. 'Onderwijzen is een onophoudelijk proces; het gaat ieder moment van de dag door op, en zet zich zelfs voort in de gedachten tijdens de slaap' (HvL.Inl.1:6). Aangezien we ieder moment óf God óf het ego onderwijzen, is het natuurlijk ons doel om ieder ogenblik God te onderwijzen zodat, zoals we al eerder zagen, al onze 'tijd besteedt wordt om verlossing aan de wereld aan te bieden'.
Ik vind het interessant dat de Cursus vaak naar voren brengt dat er veel voor ons te doen is in het vervullen van onze functie van uitbreiding. Eerst zegt hij dat voor het ontvangen van het heilige ogenblik 'jij niets hoeft te doen'' (T-18.VII.5:5), om te vervolgen dat na het ontvangen van het heilige ogenblik er sprake is van vele 'drukke bezigheden waar je naar toe wordt gestuurd' (T-18.VII.8:3). En met betrekking tot onze speciale functie, ons deel in het plan van de Heilige Geest, wordt ons gezegd: 'er is zoveel dat gedaan moet worden voordat de weg naar vrede openligt.' (T-20.IV.8:1). Elders lezen we: 'Er valt veel te doen' in het vervullen van 'jouw plaats ... in het Grote Ontwaken' (T-15.XI.10:9-10. En nog eens: 'Maar zolang we in de tijd verblijven, is er nog steeds veel te doen. En ieder moet datgene doen wat hem is toegewezen, want het hele plan is afhankelijk van zijn deel' (T-25.VI.5:9-10).
De Cursus wijst ons herhaaldelijk erop dat uitbreiding ons doel is zolang we op aarde zijn. De aanvulling Psychotherapie zegt: 'Alleen daarvoor blijf hij hier.' (P3.III.l:9). Als we alleen daarvoor hier vertoeven, wat anders zouden we met onze tijd moeten doen?
het proces als geheel
We hebben dus deze drie aspecten oftewel activiteiten: studie, oefening en uitbreiding. Het lijkt me duidelijk dat dit geen onsamenhangende delen zijn, maar dat ze in werkelijkheid een volledige vooruitgang inhouden, een pad, een cursus. Zoals je zou verwachten gaat deze vooruitgang van deel I via deel II naar deel IIl. Is dit niet een logisch gevolg als je het model van een universiteitscursus gebruikt? In een educatieve cursus lees en bestudeer je eerst de tekst. Dan gebruik je het werkboek en door zijn oefeningen te doen en de geleerde ideeën toe te passen leer je ze grondiger kennen. Uiteindelijk slaag je erin zelf de cursus te onderwijzen en dus het handboek voor leraren te gebruiken.
A Course in Miracles maakt duidelijk dat hij precies deze ontwikkeling in gedachten heeft. De delen zijn duidelijk in volgorde geschreven, waarbij elk deel bewust terugblikt op het deel of de delen die eraan vooraf gingen. Het Werkboek vermeldt vele malen de Tekst die eraan vooraf ging en het Handboek noemt de Tekst en het Werkboek. Belangrijker nog, het Werkboek zegt dat de Tekst vereist is om het Werkboek betekenis te geven. En het Handboek zegt dat het Werkboek afgerond moet zijn om een leraar van God te zijn.
En aangezien dit een spirituele cursus is, suggereren Tekst, Werkboek en Handboek niet alleen de volgorde van de delen, maar in grote lijnen ook het proces waar iemand in zijn spirituele ontwikkeling doorheen gaat. Het is eigenlijk een proces van het verinnerlijken en verwezenlijken van het gedachtesysteem dat de Cursus onderwijst. Dit gedachtesysteem is zo radicaal en zo volkomen tegengesteld aan ons gangbare gedachtesysteem, dat het zijn intrede slechts stapvoets kan doen.
Eerst moeten de ideeën eenvoudig je bewuste geest binnenkomen in de vorm van intellectuele denkbeelden. En dus lees en bestudeer je het boek. Dit is niet het einde van het proces, maar het vormt de basis voor al wat volgt. Daarna kunnen de ideeën door oefening, frequente herhaling en toepassing, op een dieper niveau worden geaccepteerd. En tot slot krijgen de ideeën hun uiteindelijke bekrachtiging in je geest. Dat gebeurt door uitbreiding, door ze te zien als vanuit jezelf komend en jouw wereld te helen. Je wordt daardoor ervan overtuigd dat de ideeën de jouwe zijn die versterkt worden door ze te delen.
Ik geloof echter niet dat als je beweegt in de richting van een nieuwe zienswijze, je de vorige opgeeft. Dat zou er op lijken alsof je een stap op een hogere trede van een ladder zet en vervolgens de trede afzaagt waar je net vanaf gestapt bent. Als je uitbreidt blijf je natuurlijk oefenen, want oefening maakt je uitbreiding mogelijk. Ik geloof dat wanneer je oefent en blijft studeren, jouw begrip van het gedachtesysteem zal verdiepen, zodat je effectiever kunt oefenen, zodat je overvloediger kunt uitbreiden, zodat je je God sneller kunt herinneren.
Samenvattend denk ik dat, als we echt eerlijk worden, we toe moeten geven dat deelname aan deze cursus zoals zijn leraar hem uiteengezet heeft, veel werk betekent, uiteindelijk veel meer dan het volgen van een medische opleiding. Het betekent onszelf werkelijk aan deze cursus geven. Ten eerste beoogt de leraar die dit opgezet heeft, dat we veel lezen en studeren. Het zou een leven lang duren om één tiende van de wijsheid van deze Tekst uit te pluizen. Hij heeft voor ons in gedachten dat we veel oefenen, eerst twee keer per dag, dan geleidelijk overgaand tot diverse malen per uur, werkend naar iedere minuut en uiteindelijk iedere seconde toe. Verder beoogt hij dat we heel veel uitbreiden, beginnend met een enkele keuze om onze belangen niet gescheiden te zien van die van een ander en eindigend met het wijden van al onze momenten - wakend en slapend - aan het uitbreiden van liefde naar het totale Zoonschap.
Maar wat met de vraag die we ons allemaal gesteld hebben: Hoe zit het met mij? Hoe kan ik dit ooit voor elkaar krijgen? Ik besef dat hetgeen ik hier gezegd heb erg moeilijk en veeleisend klinkt. Maar lees het alsjeblieft niet verkeerd vanwege zijn uitdagende aard. Bijvoorbeeld: ik suggereer niet dat iemand die hard werkt aan de Cursus specialer is in Gods ogen, of zelfs meer spiritueel ontwikkeld is. Ik wil alleen maar zeggen dat die bepaalde persoon meer uit de Cursus zal halen dan hij gedaan zou hebben wanneer hij er minder in had gestopt. Ik denk dat het ook verleidelijk is om hetgeen ik zeg te zien als een projectie van mijn specifieke persoonlijkheid, in de veronderstelling dat ik iemand ben die van veeleisende leefregels houdt en die geneigd is deze aan anderen op te dringen. Natuurlijk is het aan jou om voor jezelf te beslissen wat de Cursus werkelijk zegt. Voor mij is het duidelijk dat de basisvorm van het idee dat ik voorgelegd heb niet mijn uitvinding is, maar die van Jezus. Vanuit mijn perspectief heeft hij het direct op de omslag en de pagina' s van de Cursus gezet zodat iedereen het kan zien.
Om echt objectief naar dit hele vraagstuk te kijken, hebben we het volgens mijn nodig om mild naar onze weerstand te kijken. Het lijkt me dat we een enorme weerstand hebben tegen dat wat Jezus tot ons zegt, niet alleen tegen de transformatie die hij aanbiedt, maar ook tegen de specifieke activiteiten die hij bepleit. En wanneer we ons verzetten tegen het doen van deze specifieke activiteiten, beschouwt hij dit als hetzelfde als een verzet tegen onze eigen transformatie. Want juist die activiteiten (indien met de juiste intentie gedaan) zijn de middelen voor onze transformatie. In hoofdstuk 20 bespreekt hij de relatie tussen middel en doel: 'En wanneer je twijfelt [om het middel te geven], komt dit omdat het doel [het einde] jou angst aanjaagt, en niet het middel … herinner je dat als je denkt dat ze [de middelen] onmogelijk zijn, dit betekent dat jouw wil om het doel te bereiken is gaan wankelen.' (T-20.VII.3:4,8). Inderdaad, hij verwacht dat we ons tegen zijn opdrachten verzetten, en hij is hierin zeer vergevingsgezind. Het is geen zonde. Maar hij beschouwt het wel als een vergissing: 'Als je faalt om de vereisten van deze cursus na te leven, heb je alleen een vergissing begaan. Dit vraagt om correctie, en om niets anders' (WdI.95.9:1-2).
Ik denk dat het voor sommigen van ons beslist juist is om de Cursus te doen zoals bedoeld door de auteur, maar dit geldt niet voor iedereen. De Cursus biedt overvloedig ruimte voor individuele verschillen. Er zijn vele duizenden paden, vertelt hij ons. De meeste mensen zijn niet geroepen om de Cursus tot hun pad te maken. Zelfs voor veel mensen die de Cursus hebben, zou de meest geschikte relatie ermee wel eens een oppervlakkige kunnen zijn, waarbij ze alleen datgene tot zich nemen wat hun echt raakt. Zelfs degene die de Cursus tot hun pad gemaakt hebben, vinden het misschien het meest geschikt hem op hun individuele manier te benaderen. De Cursus zegt zonder meer dat je met elk deel kunt beginnen, dat je niet in volgorde door de delen heen hoeft te gaan. Het Werkboek gaat ervan uit dat je de lessen in volgorde doet, maar laat ook toe dat je dat doet wat voor je werkt. Deze toegeeflijkheid neemt alleen maar toe, totdat ons uiteindelijk verteld wordt: 'Na de voltooiing van de meer gestructureerde oefeningen die het werkboek bevat, zal de individuele behoefte het belangrijkste punt van overweging zijn' (HvL.16.3:8).
Dit alles is een overvloedig bewijs dat de Cursus beseft dat we ieder onze eigen relatie ermee zullen hebben. De paragraaf in het Handboek over niveaus van onderwijs (HvL.3) is wat dat betreft leerzaam. Ik geloof dat zijn discussie over verschillende niveaus van menselijke relaties rechtstreeks kan worden toegepast op verschillende niveaus van relatie met de Cursus. Daarom zullen sommigen van ons een zeer korte ontmoeting met de Cursus hebben, als twee vreemden die elkaar tegenkomen in de lift. Sommigen van ons zullen er een intense relatie mee hebben, als twee geliefden, en dan - zoals zoveel geliefden doen - ieder zijn eigen weg vervolgen. En sommigen van ons zullen hun hele leven erbij blijven, zoals (sommige) getrouwde partners. Maar 'van deze relaties zijn er over het algemeen weinig, omdat hun bestaan inhoud dat beide betrokkenen gelijktijdig een stadium bereikt hebben waarin hun onderwijs-leer balans werkelijk perfect is' (HvL.3.5:3). Met andere woorden, er zullen over het algemeen maar weinigen van ons zijn voor wie de Cursus perfect tegemoetkomt aan onze leerbehoeften gedurende ons leven. En zoals de volgende zin ons vertelt zullen zelfs deze enkelen 'in het algemeen niet' de 'onbegrensde kansen om te leren' herkennen (zelfde paragraaf, derde zin) die in de relatie worden aangereikt. Uiteindelijk zal dus het aantal mensen dat de Cursus doet zoals de auteur het bedoeld heeft, en die alle opdrachten volbrengen en met lof zullen slagen, zelfs nog minder zijn.
Maar hoe zit dat dan met de rest van ons, de meerderheid die simpelweg niet gaat studeren, oefenen en uitbreiden alsof de Hemel ervan afhangt? Ik denk dat we gewoon ons best moeten doen zonder schuldgevoel. We zullen ons steeds meer gaan realiseren dat de voordelen groter zullen worden naarmate we de Cursus meer volgen zoals zijn leraar het bedoeld heeft. Tegelijkertijd kijken we eerlijk naar datgene wat we bereidwillig willen doen en wat goed voor ons voelt, op dit moment in ons leven. En vervolgens 'Geven we alles wat we kunnen, en een beetje meer' (WdI.193.10:6-11:1). Het belangrijkste is dat we dit doen zonder schuldgevoel, zonder op onszelf af te geven voor ons gebrek aan volmaakte studie, oefening of uitbreiding. We zijn niet slecht; we zijn gewoon op pad. Bovendien bewandelen we dit pad zonder te denken dat het doel moeilijk is of dat we zelf niet in staat zijn het te leren. Beide oordelen zijn vanuit het oogpunt van de Cursus arrogant. 'Als je blijft volhouden dat je onwaardig bent dit te leren, geloof je dat jij de leerling anders moet maken. Jij hebt de leerling niet gemaakt, en jij kunt hem niet anders maken' (T-18.IV.4:8). 'Hij beoordeelt die [les] niet als moeilijk of makkelijk. Zijn Leraar wijst haar aan, en hij vertrouwt erop dat Hij hem zal laten zien hoe hij haar kan leren' (HvL.14.4:7-8).
Maar als we eerlijk vaststellen waar we op dit moment aan toe zijn, denk ik dat het ook essentieel is dat we eerlijk toegeven wat de Cursus vraagt, niet om onszelf ergens toe te dwingen of schuldgevoel aan te praten, maar zodat we kunnen streven naar wat we eens zullen bereiken. En dit verwijst zowel naar het bereiken van het Cursusdoel van verlossing alsook naar het doen van de Cursus zoals hij dat vraagt. Want ik denk dat eerlijkheid ons noodzaakt om toe te geven dat de kloof tussen onze huidige toestand en de verheven staat die de Cursus beloofd, dezelfde is als de kloof tussen wat we momenteel met de Cursus doen en wat hij van ons vraagt. Door dit inzicht zullen we in staat zijn om de overgang te maken van armzalige leerlingen naar gelukkige leerlingen, om meer en meer volledig en vreugdevol de taken van de leraar te volbrengen en verlossing te vinden.
Return to top | Send Reader Feedback | View Reader Feedback | Printer friendly version
Dear friend: We offer the materials on this website to you in the hope that they can serve you well on your journey home. Your continuing donations support the work of the Circle of Atonement. Thank you.
Click here to make a Donation.
This material is copyrighted by the Circle of Atonement, P.O. Box 4238, W. Sedona, AZ 86340. All rights reserved. The opinions expressed are the personal interpretation and understanding of the author(s).
Please report problems to the webmaster.
