Hoe ziet Een Cursus in Wonderen "Onze Vader"?
door Robert Perry
Hoe zouden Course-studenten het Onze Vader kunnen bekijken? Zouden ze het bijvoorbeeld moeten bidden, als onderdeel van hun spirituele beoefening? Veel studenten weten dat de Cursus zijn eigen versie van dit gebed heeft (T-16.VII.12) , maar wat ze zich misschien niet realiseren is dat verspreid door de hele Cursus heen letterlijk tientallen referenties staan naar verschillende onderdelen van het Onze Vader. Onlangs deed ik een onderzoek naar deze verwijzingen als onderdeel van een dialoog met een vriend (waarin hij van zijn kant mij leerde hoe het gebed traditioneel wordt bezien), en wat ik vond was fascinerend. Steeds opnieuw zinspeelt de Cursus op een bepaald gedeelte van het Onze Vader, maar wijzigt dit tevens op zo'n manier dat er op subtiele wijze commentaar op gegeven wordt. Over het algemeen drukt dit commentaar een belangrijke mate van overeenstemming uit met het gebed, maar tevens geeft het voor een groot deel correcties door, ofwel over de betekenis in het gebed ofwel over de betekenis die wij eraan verlenen. Hieronder zal ik proberen de essentie te vatten van dat commentaar met betrekking tot iedere zin van het Onze Vader.
Onze Vader Die in de Hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd
Het Onze Vader opent met deze bekende verheerlijking van God. Alles wijst naar boven. God is niet alleen onze Vader, Zijn verblijfplaats is hoog in de Hemel en Zijn Naam Zelf is heilig. De Cursus is het in essentie met dit alles eens. De meeste van zijn gebeden openen met het aanspreken van God als Vader, en verscheidene gebeden beginnen zelfs met 'onze Vader'. De Cursus houdt van het beeld van God als de volmaakt zorgzame, beschermende, grootmoedige, toegankelijke vader. Ironisch genoeg echter brengt dit beeld een zeker spanningsveld teweeg tussen de Cursus en de rest van deze eerste zin. Want zoals we allemaal weten verheft een volmaakt liefhebbende vader zich niet ver boven zijn kinderen; zijn houding is meer zoals die van de vader van de verloren zoon: 'Zoon, al wat van mij is, is van jou' (Lucas 15:31). Waar de Cursus zinspeelt op 'Uw Naam worde geheiligd' doet hij dat dus op zo'n manier dat hij ons samen met God verheerlijkt: 'Geheiligd zij jouw Naam en de Zijne, want zij zijn verenigd' (VvT.4.8:2). De Cursus onderwijst dat onze werkelijke naam niet de naam op ons geboortebewijs is. Onze naam is in werkelijkheid Gods Naam, want net zoals een vader zijn naam aan zijn kinderen geeft, zo heeft God ook Zijn Naam aan ons gegeven. Dit maakt de weg vrij voor een verbazende wending. De Cursus neemt de laatste zin van deze bede, die we normaal gesproken tegen God zeggen, en richt die in plaats daarvan aan ons: 'Geheiligd jouw Naam. Jouw heerlijkheid voor eeuwig onbezoedeld' (WdI.herh.V.in.10:2-3).
Uw Koninkrijk
kome,
Uw Wil geschiede op aarde zoals in de Hemel
Hier bidden we dat Gods Wil de hoogste macht op aarde moge zijn, dat de Hemel omlaag gebracht wordt naar de aarde. Zo'n opvatting ligt dichtbij het hart van de Cursus, die op deze bede vaker zinspeelt dan op enige andere (ik tel er drieëntwintig). Maar de Cursus probeert een diepgewortelde veronderstelling te weerleggen die wij onbewust in deze zin inbrengen: dat onze wil en Gods Wil aan verschillende kanten liggen van een dikke scheidslijn. Integendeel, zegt de Cursus, Gods Wil is aan onze kant. Hij wil alleen maar dat wij voor eeuwig gelukkig zijn. En Hij verzekert ons ervan dat niets onze wil in de weg staat, zelfs wanneer we kiezen voor ellende. Net als met de eerste regel keert de Cursus ook deze zin om en zegt hij het tegen ons; jazeker, zegt God het tegen ons: 'God Zelf heeft gezegd: Jouw wil geschiede' (T-31.VI.4:7, T-24.III.5:8,8:9). Maar waarom zou Hij zoiets roekeloos doen? Omdat Hij weet dat onze wil niet is wat die lijkt. We willen niet werkelijk al die speeltjes die we zo onvermoeibaar najagen; die kunnen de oneindige wezens die we zijn geen bevrediging schenken. God is het enige ware object van ons verlangen. Omdat Hij dit weet vraagt Hij ons onze wil te laten geschieden (T-24.III.8:7-9) - onze ware wil. En zo vervullen wij het Bijbelse gebod dat Zijn Koninkrijk op aarde komt. God 'zapt' de wereld niet zomaar even naar volgzaamheid; Hij moet met behulp van bereidwillige boodschappers werken. Door te beseffen dat onze wil werkelijk de Zijne is, worden wijzelf Zijn Wil in uitvoering, en via ons wordt de Hemel omlaag gebracht naar de aarde.
Geef ons heden
ons dagelijks brood
Deze zin drukt een wonderbaarlijk vertrouwen in God uit om voortdurend in onze behoeften te voorzien. Hij zegt niet: 'Geef ons een flinke meevaller, zodat we ons voor een poosje geen zorgen hoeven te maken over ons vertrouwen in Jou'. Ook de Cursus ziet een God die (via de Heilige Geest) zelfs in onze meest wereldse behoeften voorziet, als onze geest maar werkelijk voor Hem open staat (T-13.VII.12-13). Maar wat precies is ons dagelijks brood? Wat is het dat ons werkelijk voedt? De enige zekere verwijzing in de Cursus naar deze zin (T-2.III.5:10) in combinatie met een andere mogelijke verwijzing (T-16.VII.12:6) geeft het volgende antwoord: ons werkelijke brood is de vrede en vrijheid van angst die we in het heilig ogenblik ervaren. Voor ons dagelijks brood op God vertrouwen betekent daarom consequent Zijn gave van het heilig ogenblik in onze geest accepteren.
En vergeef ons onze schuld
zoals ook wij aan anderen
hun schuld vergeven
Deze zin spreekt van het geven en ontvangen van vergeving en hoe het ene leidt naar het andere, thema's die ook in de Cursus centraal staan. De Cursus verschilt echter op twee manieren met deze bede. Op de eerste plaats klinkt deze zin alsof Gods vergeving van ons afhangt van het feit of wij anderen vergeven. Er is een sterk bewijs dat dit niet is wat de oorspronkelijke taal bedoeld heeft, maar ik denk dat dit wel de manier is waarop de meesten van ons het begrepen hebben. De Cursus daarentegen is er duidelijk in dat anderen vergeven ons doet ontwaken voor het feit dat wij altijd al vergeven zijn. Ten tweede onderwijst de Cursus ons dat het geen zin heeft God te vragen ons onze zonden te vergeven, want Hij kent ons alleen maar als heilig. Deze beide punten worden in de volgende passage vervat: 'Vraag niet om vergeven te worden, want dat is al volbracht. Vraag eerder hoe jij kunt leren vergeven en hoe je wat er altijd was, aan je niet-vergevingsgezinde geest terug kunt geven' (T-14.IV.3:4-5).
En leidt ons niet in bekoring,
maar verlos ons van het kwade
Ik denk dat alle Christenen over deze zin gepiekerd hebben. Ik in ieder geval wél, toen ik de kerk bezocht. Waarom zou God ons, om te beginnen, in bekoring willen leiden, en zouden we Hem vervolgens moeten vragen dit niet te doen? Moderne vertalingen hebben ietwat mildere versies: 'Breng ons niet de tijd van verzoeking' of 'onderwerp ons niet aan de ultieme beproeving.' Maar deze nemen de indruk niet weg dat God ons in een slechte situatie vast zou kunnen houden, tenzij we hem vragen dit niet te doen.
De Cursus is altijd er op gespitst onze angstige beelden van God te corrigeren. Hij verwijst daarom vele malen naar deze zin en maakt keer op keer duidelijk dat wij degenen zijn die in de bekoring afdwalen, door ons ego daarheen geleid, en dat God niet Degene is die ons in de bekoring leidt maar juist Degene is die ons er uitbrengt.
Want van U is het Koninkrijk
en de macht en de heerlijkheid,
Amen.
Het Onze Vader eindigt met deze bezielende bevestiging van Gods grootheid. Maar wanneer we bevestigen dat het Koninkrijk en de macht en de heerlijkheid God toebehoren, gaan we waarschijnlijk van de veronderstelling uit dat ze niet van ons zijn, en net zover buiten ons bereik als de sterren aan de hemel.
De Cursus zegt precies het tegenovergestelde. Hij zegt dat omdat ze God toebehoren, ze ons wel moeten toebehoren. Het is Gods aard ons eenvoudig alles te geven wat Hij heeft, inclusief Zijn macht en glorie. Hetzelfde geldt voor Zijn Koninkrijk. Misschien zijn wij er wel van overtuigd dat God ons uit Zijn Koninkrijk zal gooien nadat Hij ons dossier heeft geraadpleegd. Maar Zijn werkelijke vonnis zal als een bevrijdende verrassing komen: 'Zijn vonnis zal steeds luiden: 'van jou is het Koninkrijk' (T-5.VI.10:8). Ook hier weer neemt de Cursus een zin die wij gewend zijn aan God te richten en laat hij God deze zin aan ons richten. De Cursus gaat zelfs zover te verklaren dat Zijn Koninkrijk niet iets is waar we binnengaan of wat zich in ons bevindt. Integendeel, wij zijn Zijn Koninkrijk. Wij zijn het rijk waarin Hij regeert.
Hieronder mijn poging dit alles te vervatten in een versie van het Onze Vader vanuit de Cursus:
Onze Vader, Jouw heilige Naam is de onze, want wij zijn Jouw Zoon. We vragen louter dat Jouw Wil, die ook de onze is, geschiede in ons en in de wereld, opdat zij nu een deel van de Hemel wordt (WdI.189.10:9).
Laten we deze dag het heilig ogenblik accepteren als een gave van Jou, want dat is ons ware dagelijkse brood.
Laten we de illusie van zonde die we in onze broeder zien, vergeven en zo ontwaken voor de eeuwige waarheid dat Jij nooit zonde in ons zag.
En wanneer we afdwalen in verleiding rekenen we op Jou om ons terug te leiden.
Want Jij hebt al Jouw macht en glorie met ons gedeeld en we erkennen dat wij voor altijd Jouw Koninkrijk zijn.
Ik vond het toepasselijk om ook een versie te schrijven waarin God tot ons spreekt, gebaseerd op het fascinerende patroon dat we gezien hebben, waarin de Cursus drie van de zinnen omdraaide en ze tot ons richtte:
Mijn Zoon, geheiligd is jouw naam, want jouw ware naam is Mijn Naam.
Jouw wil geschiede. Ik vraag je jouw wil te laten geschieden, omdat jouw ware wil de Mijne is.
Moge jouw heerlijkheid voor altijd onbezoedeld zijn. Hoe bezoedeld jij ook denkt dat je bent, Mijn vonnis zal altijd luiden 'van jou is het Koninkrijk'.
Om hier ten volle profijt van te hebben raad ik je aan ze echt te gebruiken: bid de eerste versie tot God, terwijl je haar langzaam en betekenisvol herhaalt, en stel je bij de tweede versie werkelijk voor dat ze heel persoonlijk door God naar jou uitgesproken wordt. Ik denk dat je verrast zult zijn over het resultaat.
Return to top | Send Reader Feedback | View Reader Feedback | Printer friendly version
Dear friend: We offer the materials on this website to you in the hope that they can serve you well on your journey home. Your continuing donations support the work of the Circle of Atonement. Thank you.
Click here to make a Donation.
This material is copyrighted by the Circle of Atonement, P.O. Box 4238, W. Sedona, AZ 86340. All rights reserved. The opinions expressed are the personal interpretation and understanding of the author(s).
Please report problems to the webmaster.

