Hoe je de ideale dag beleven kunt
door Robert Perry
Het lijkt misschien vreemd dat Een Cursus in Wonderen, een leerprogramma geworteld in de illusoire aard van de tijd, ingaat op het thema van de perfecte dag. De Cursus gaat echter veel verder dan dit thema alleen maar aan te snijden. Door alledrie de delen heen schetst hij een algeheel beeld van de ideale dag, en geeft hij ons specifieke instructies hoe we een dergelijke dag kunnen hebben. Het schijnt een van de belangrijkste doelstellingen van de Cursus te zijn juist dit aan ons te leren.
Het spreekt vanzelf dat de Cursus het hier niet heeft over een dag waarop de uiterlijke omstandigheden verlopen zoals ons ego dat wil. Volgens de Cursus heeft de vreugde van een ideale dag niets te maken met zwelgen in het feestmaal van deze wereld, maar met proeven aan tijdloosheid. Zoals een gebed in het Werkboek zegt: 'En wat ik zal ervaren heeft helemaal niets met tijd van doen. De vreugde die tot mij komt, is niet iets van dagen of van uren' (WdII.310.1:2-3). Hoe kunnen wij deelhebben aan deze tijdloze vreugde? Door een dag waarin we voortdurend oefenen onze geest aan God te geven, een dag die omsloten wordt door een fijn net van spirituele oefening. Het hebben van de perfecte dag is dan ook een zaak van wat wij 'Werkboekbeoefening' noemen.
Terwijl het Werkboek ons instructies geeft over hoe we het beste de les voor vandaag kunnen oefenen, brengt het ook op een subtiele wijze iets anders tot stand. Het traint ons in het ervaren van een dag van pure vreugde, 'een dag van ongestoorde vredigheid' (WdII.273.1:1). Wanneer je al de aanwijzingen in het Werkboek om een dergelijke dag te ervaren verzamelt en vervolgens de verhandelingen over dit onderwerp in het Tekstboek en het Handboek hieraan toevoegt, dan zul je een opmerkelijke schat aan adviezen vinden over de exacte manier waarop je de ideale dag kunt ervaren.
Wat hieronder volgt is mijn poging om al die adviezen terug te brengen tot één samenhangend geheel. Als je het Werkboek echter nog niet hebt gedaan, dan zou ik je persoonlijk niet aanraden dit in plaats daarvan te doen. Het Werkboek is er om je te trainen in de beginselen van deze structuur. Wat ik je hier aanreik zal volgens mij vooral behulpzaam en bruikbaar zijn wanneer je het Werkboek al eerder hebt gedaan - misschien zelfs al meerdere keren - en je van plan bent het nog een keer te gaan doen ofwel wil proberen zelfstandig te gaan oefenen, zonder de dagelijkse steun ervan.
Ik denk dat deze structuur, die we bij de Circle 'post-Werkboekbeoefening' noemen, vooral nuttig is voor hen die in de laatste categorie vallen. Nu probeer je wat je in het Werkboek geleerd hebt toe te passen, maar zonder de structuur van zijn dagelijkse lessen. Veel mensen die ik ken hebben dit geprobeerd, om er vervolgens achter te komen dat zij zonder de structuur van het Werkboek de neiging hebben om hun focus en motivatie te verliezen. Onze geest schijnt een min of meer rechtstreeks doel nodig te hebben om onze motivatie af te dwingen en een enigszins concrete structuur om het vol te houden. Het doel een ideale dag te hebben kan gemakkelijk inspireren tot groot enthousiasme. En de structuur die ik je hieronder aanreik geeft ons een specifieke focus, maar biedt tegelijkertijd veel ruimte voor individuele voorkeuren. Dit lijkt mij dus de ideale manier voor hen die het Werkboek voorbij zijn, maar nog niet zo ver dat zij het zonder structuur kunnen stellen.
Wakker worden
De visie van de Cursus op de ideale dag begint op het moment dat wij wakker worden. We worden ertoe aangespoord (in WdI.162.3:1) om op te staan met bepaalde woorden in onze gedachten (in dit geval, 'Ik ben zoals God mij geschapen heeft') en om te ontwaken met specifieke 'woorden op onze lippen' (WdI.herh.V.in.11:3) .Ons wordt gezegd bij het wakker worden God te horen en Hem vijf minuten tot ons te laten spreken bij het begin van de dag (WdI.140.11:1).
Hoe we onze dag beginnen, zegt heel veel over het doel dat we voor ogen hebben. We kunnen bijvoorbeeld opstaan met gedachten over de verantwoordelijkheden die ons te wachten staan, of aan de plezierige dingen waar we op hopen, of met gedachten over koffie zetten of douchen. Deze allereerste gedachten laten zien wat voor dag we denken te krijgen. We denken dat hij te maken heeft met het afgescheiden zelf dat we menen te zijn, met al zijn aanzien, schaamte, plezier en ongemak. Ik bijvoorbeeld word wakker in een toestand van diepe verdoving. Ik kan zelden het lawaai thuisbrengen waarvan ik wakker schrik, dat dan mijn wekker blijkt te zijn. Het is iedere ochtend weer een nieuw geluid. Als ik eenmaal wakker ben wil ik alleen maar blijven liggen en de dag geheel en al ontlopen. Dit zet de toon voor een dag waarin ik, geconfronteerd met de diverse wereldse verantwoordelijkheden, vaak het liefst de dekens weer over mijn hoofd zou willen trekken.
Wakker worden met een gebed op mijn lippen zet de toon voor een totaal andere dag, een dag toegewijd aan een andere manier van ontwaken.
Hier volgen mijn favoriete gedachten om mee wakker te worden:
'Wees in mijn gedachten, Vader, wanneer ik ontwaak, en laat vandaag de hele dag Jouw licht over mij schijnen.' (WdII.232.1:1)
'Vader, vandaag ontwaak ik met wonderen die mijn waarneming van alles corrigeren. En zo begint de dag die ik met Jou deel zoals ik de eeuwigheid zal delen, want de tijd heeft vandaag een stap opzij gedaan.' (WdII.346.1:1-2)
'Ik zal in heerlijkheid opstaan en het licht in mij toestaan heel de dag door over de wereld te schijnen.' (WdII.237.1:2)
Stille tijd in de ochtend
'Neem zo spoedig mogelijk na het ontwaken je stille tijd' (HvL.16.4:7). Deze stille tijd in de ochtend legt de basis voor jouw hele dag van oefenen, en daarom voor jouw hele poging een ideale dag te ervaren. Probeer daarom echt je aan deze tijd te houden, met het speciale doel je voor te bereiden op het ervaren van jouw perfecte dag. Gebruik deze tijd om 'de dag in de banen te leiden die God aangegeven heeft' (WdI.herh.IV.in.5:4).
Het doel voor de dag bepalen
Het bepalen van het doel voor de dag is een belangrijk onderdeel om de ideale dag te ervaren. Het hoofdstuk 'Regels voor beslissingen' (T-30.I) leidt je door een proces heen om dit doel vast te stellen. Het vraagt je erover na te denken 'wat voor soort dag je zou willen hebben' (T-30.I.1:8) en na te denken over 'de gevoelens die je zou willen hebben, de dingen die je wilt dat jou overkomen en die je zou willen ervaren' (T-30.I.4:1).
Dit kan nogal egoïstisch klinken, alsof het jouw doel zou zijn de loterij te winnen. Maar de Cursus heeft er het volste vertrouwen in dat je een doel zult bepalen dat Zijn doelstellingen weerspiegelt. Eerder op dezelfde pagina staat dat nu, na negenentwintig hoofdstukken uit het Tekstboek, het doel in zijn totaliteit duidelijk voor je is (T-30.In.1:2).
De Cursus gaat er dan ook vanuit dat het doel dat jij voor jouw dag bepaalt een versie is van zijn verlossingsdoel, een variatie daarop die een diepe betekenis voor jou persoonlijk heeft; een plaats waar zijn doelstellingen en de jouwe samenvloeien. Denk er daarom eens een moment over na wat dat zou kunnen zijn. Hoe ziet jouw ideale, spirituele dag eruit? Naar wat voor soort dag verlangt het diepste deel in jou? Het zou een dag kunnen zijn waarin je geen zorgen en geen oordelen hebt, een dag waarin je volledig in het nu leeft, een dag van pure liefdevolle vriendelijkheid naar anderen, een dag van vastberaden toewijding; een dag waarin je voortdurend luistert naar Gods Stem.
Mijn ideale dag bevat heel veel elementen, maar het is primair een combinatie van twee aspecten in deel II van het Werkboek. Daarin staan een serie lessen die ons aansporen een dag van ononderbroken vrede te ervaren (255, 273, 286, 291, 346) en een serie lessen die gewijd zijn aan het doorbrengen van de dag met God (232, 255, 310, 339, 346). Deze combinatie (ze worden gecombineerd in les 255 en 346) vormt mijn 'droom'dag, een dag waarin ik kan voelen dat Gods Aanwezigheid bijna tastbaar in de lucht hangt, dat Zijn vrede alles bedekt, en dat ik met een gevoel van wonderbaarlijke kameraadschap en voldoening in Hem rust.
Wanneer je eenmaal je doel voor de dag stevig in je gedachten hebt verankerd, 'zeg dan tegen jezelf dat er een manier is waarop deze dag precies zo verlopen kan' (T-30.I.1:8). Zeg tegen jezelf dat, door je toe te leggen op de oefenpraktijk die we hieronder zullen schetsen, dit de dag zal zijn die jou gegeven wordt.
Er is nog een element dat onderdeel zou moeten zijn van het bepalen van je doel. Zeg tegen jezelf dat dit een speciale dag is. Hoe vreemd dit ook voor de Cursus mag klinken, toch is dit exact de houding waarvan de Cursus wil dat je die aanneemt. Het spoort je aan deze dag te beschouwen als 'een tijd van bijzondere viering' (WdII.241.1:2), als 'een dag van speciale toewijding' (WdI.98.1:1), als 'een speciale tijd van beloften in de opeenvolging van je dagen' (WdI.157.1:2). Het zal een wereld van verschil voor je uitmaken als je de dag op deze manier bekijkt.
Nu volgen de hierboven genoemde stappen in een meer instruerende vorm:
1. Denk na over het soort dag dat je zou willen hebben en maak dat tot je doelstelling voor die dag
Misschien wil je dit doel versterken met een Werkboekles uit deel II die jouw doel weerspiegelt. Open je boek bij die les, en concentreer je even op de titel van de les. Bid vervolgens het gebed langzaam en oprecht. Lees dan de bijbehorende alinea alsof het jouw eigen gedachten zijn, neergeschreven op papier. Wanneer de les spreekt over 'vandaag' of 'deze dag', pas dit dan ook op deze dag zelf toe; gebruik die zin om je te helpen jouw doel voor de dag te bepalen. De volgende lessen zijn uitstekend voor dit doel geschikt, omdat ze de focus leggen op het ervaren van een bijzonder soort dag: les 227, 232, 233, 237, 241, 242, 243, 247, 250, 254, 255, 256, 262, 269, 270, 271, 273, 274, 275, 284, 286, 290, 291, 296, 303, 306, 310, 312, 315, 330, 334, 339, 340, 346 en 353.
2. Zeg tegen jezelf dat er een manier is om deze dag ook werkelijk te hebben
Je zou de volgende zin kunnen herhalen: 'Wanneer ik mij door de dag heen God herinner wanneer ik maar kan en de Heilige Geest om hulp vraag wanneer dat doenlijk is, dan zal dit de dag zijn die mij gegeven wordt' (geb. op HvL29.5:9 en T30.I.4:2).
3. Zeg tegen jezelf dat dit een speciale dag is
Het is een speciale dag omdat je vandaag een les zult leren 'die vandaag niet meer waar is dan op enige andere dag. Maar déze dag is gekozen als het tijdstip waarop we zullen zoeken en horen en leren en begrijpen' (WdII.275.1:1-2).
De resterende stille ochtendtijd
In de tijd die nog overblijft in de ochtend vind ik het prettig een patroon te hanteren dat door het Werkboek heenloopt (wat inhoudt dat het Werkboek, als je het doet, je instructies zal geven wat je met deze tijd moet doen): begin met lezen in de Cursus, ga dan over op actieve innerlijke oefeningen en eindig ten slotte met een ontvankelijke op de Cursus gebaseerde meditatie. Ik heb dit jaren gedaan. Het verschil is dat ik het nu zie als voorbereiding op mijn ideale dag.
1. In de Cursus lezen
Ik denk dat dagelijks in de Cursus lezen voor alle studenten van belang is, of het nu in het Tekstboek is, in het Werkboek of het Handboek voor Leraren. Het Werkboek beschouwt dit dagelijkse lezen uiteraard als de basis voor het beoefenen van zijn lessen.
2. Actieve oefeningen
Met actieve oefeningen bedoel ik die oefeningen in het Werkboek, waarin je gevraagd wordt innerlijk iets actiefs te doen: bijvoorbeeld het herhalen van bepaalde zinnen en hier even bij stilstaan. Hier volgen wat voorbeelden:
- Enige tijd doorbrengen met een bepaalde gedachte voor die dag: een zin (of een aantal zinnen) die je veelvuldig door de dag heen wil beoefenen.
- Enige tijd doorbrengen om een bepaalde vorm van onvrede te verdrijven door een favoriete oefening uit de Cursus te gebruiken.
- Vergeving beoefenen ten opzichte van een bepaalde persoon die in dit opzicht een uitdaging voor je vormt.
- Praten met Jezus en met hem je pijn en vreugde delen en je door hem daaraan voorbij laten leiden naar de vrede van God (zie VvT5.6:6-7).
- Bij iedere belangrijke relatie in je leven het verleden loslaten en opnieuw in die relatie geboren worden. Een minuut met ieder, of zelfs nog minder, is voldoende (zie T-13.X.5:2-3).
- Een gebed bidden uit deel II van het Werkboek.
3. Op de Cursus gebaseerde meditatie
De meditatiemethode van de Cursus wordt geïntroduceerd in de lessen 41 en 44. Ik heb geprobeerd die methode als volgt samen te vatten:
- probeer heel diep je geest binnen te gaan en diep in jezelf te verzinken naar het stille centrum, de plaats waar God en jouw Zelf verblijven;
- probeer je geest vrij te houden van alle gedachten die je aandacht zouden kunnen afleiden en, als ze toch afdwalen, terug te halen door het idee voor de dag te herhalen of door middel van een andere techniek;
- en probeer al die tijd in je geest een gevoel vast te houden van vertrouwen, verlangen, belang en heiligheid.
Vernieuw je doel gedurende de dag
Het oefenen door de dag heen is een basisonderdeel van de oefenformule in de Cursus, die - in zijn eenvoudigste vorm - als volgt is: oefenen 'in de ochtend en 's avonds opnieuw, en ook de hele dag door' (WdlI.64.5:2). In feite gebruikt de Cursus de zinsnede 'de hele dag door' vierenveertig keer in zijn aanmoedigingen aan ons om de hele dag lang te oefenen. Na vierenveertig verwijzingen zou je de conclusie kunnen trekken dat hij werkelijk wil dat wij 'de hele dag door' oefenen.
Deze beoefening is niet alleen maar in het belang van onze uiteindelijke verlossing. Het dient een veel directer doel, namelijk om ons doel voor die dag, het doel dat wij die ochtend hebben gesteld, te vernieuwen. Hopelijk is er werkelijk 'iets' gebeurd in onze stille ochtendtijd. Als we dat 'iets' niet gedurende de dag vernieuwen, zal het net als de ondergaande zon langzaam achter de horizon verdwijnen. De meesten onder ons kennen dit gegeven maar al te goed.
Daarom spoort de Cursus ons aan de hele dag door te oefenen en dit oefenen te zien als een vernieuwing van de ideale dag die we 's morgens zijn begonnen. Zoals ik al eerder zei proberen we zó die perfecte dag te verkrijgen. De hele dag door komen we voor de keuze te staan om veiligheid en voldoening te vinden door middel van ons oefenen óf door middel van onze gebruikelijke methoden. Deze gebruikelijke methoden houden in dat we onze krachten gebruiken om gretig naar plezierige omstandigheden te streven en ons te beschermen tegen bedreigende omstandigheden. De Cursus noemt dit 'magie' en ziet dit als de belangrijkste bedreiging van onze ideale dag: 'Je loopt de hele dag door geen risico, tenzij je je vertrouwen stelt in magie' (HvL16.11:5). Laten we daarom, in plaats van te vertrouwen op onze eigen krachten om het uiterlijke schaakbord te herordenen, vertrouwen op ons innerlijke oefenen.
Hieronder volgen enkele manieren om ons doel gedurende de dag te vernieuwen:
1. Veelvuldige herinneringen
Deze term gebruik ik voor het kort herhalen van en even stil blijven staan bij een bepaalde zin uit de Cursus, zoals de titel van een les. Les 122 zegt dat deze herhalingen de specifieke bedoeling hebben de geschenken die we 's morgens hebben ontvangen in ons bewustzijn vast te houden, zodat ze ons niet 'ontglippen en in vergetelheid wegglijden' (WdI.122.14.1).
Als jouw ideale dag, net zoals bij mij, een dag is die met God wordt doorgebracht, heb ik de volgende herhaling als suggestie:
'Laat iedere minuut een moment zijn waarin ik bij Jou verblijf.. (WdlI.232.1:2)
2. Houd jezelf actief voor ogen dat je een speciaal doel hebt vandaag
Dit is een belangrijk onderdeel om de ideale dag te ervaren, waar de Cursus vele malen naar verwijst. Dit kan zelfs door de volgende passages te lezen en ze rechtstreeks op deze dag toe te passen:
Breng jezelf vaak in herinnering dat vandaag een dag hoort te zijn van speciale vreugde, en onthoud je van sombere gedachten en zinloos geklaag. De tijd van verlossing is aangebroken. Vandaag is door de Hemel zelf vastgelegd als tijd van genade voor jou en voor de wereld.' (Wdl.131.15:1-3)
Houd jezelf zo vaak je kunt voor ogen dat jij een doel hebt vandaag, een doel dat deze dag voor jou en al je broeders van bijzondere waarde maakt.'
(Wdl.126.11:1) Houd door de dag heen, wanneer je er maar aan denkt, in een stil moment van beschouwing, jezelf opnieuw voor welk soort dag je wenst, de gevoelens die je zou willen hebben, de dingen die je wilt dat jou overkomen en die je zou willen ervaren, en zeg dan:Als ik uit mezelf geen beslissingen neem, is dit de dag die mij gegeven zal worden.' (T-30.I.4:1-2)
3. Oefen ieder uur
Ieder uur oefenen is een belangrijk onderdeel van deze ideale dag. Hieronder staan een paar dingen die ik je aanraad om ieder uur te doen (hoewel ik hiermee niet wil zeggen dat je ze allemaal op elk uur moet doen).
Je merkt misschien wel op dat een aantal hiervan (vooral a, b, d en g - die je misschien wel wil combineren in één oefenperiode) direct verband houden met het op koers houden van jouw ideale dag:
a. Dank God voor alle gaven die Hij je in het afgelopen uur gaf (WdI.153.17:2). Misschien denk je hierbij aan bijzondere gaven waarvan je voelt dat je die van Hem in dat uur ontvangen hebt.
b. Onderzoek je geest op gebeurtenissen uit het afgelopen uur die nog steeds op je drukken en vergeef deze gebeurtenissen; bevrijd je geest van die last. 'Laat geen enkel uur zijn schaduw werpen op het uur dat volgt, en wanneer dat voorbij is, laat dan alles wat in de loop daarvan is gebeurd, samen daarmee verdwijnen' (WdI.193.12:4).
c. Dank God dat hij je nooit verlaten heeft. 'En laat me niet vergeten Jou elk uur te danken dat Je bij me bent gebleven en er altijd zult zijn om mijn roep tot Jou te horen en antwoord te geven aan mij'. (WdII.232.1:3)
d. Vraag om leiding voor het komende uur: 'En we zullen in stilte klaar zitten en op Hem wachten en naar Zijn Stem luisteren, en horen wat Hij wil dat we in het komende uur doen' (WdI.153.17:2).
e. Breng enkele ogenblikken door in stille meditatie, en laat jezelf verzinken naar God in jou, de Christus in jou, het geluk en de vreugde die in jou liggen (dit is de belangrijkste instructie voor de 5-minuten-per-uur-oefeningen in de lessen 93 - 110).
f. Besteed er wat tijd aan om bij je les van de dag stil te staan.
g. Herinner jezelf aan het doel voor de dag: 'Wees bij het verstrijken van elk uur vandaag een ogenblik stil, en herinner jezelf eraan dat jij een speciaal doel hebt voor deze dag' (WdI.125.9:5).
4. Behoed je dag voor vergeetachtigheid
Er zullen bijna onvermijdelijk gedeelten van de dag zijn waarop je je doel volledig uit het oog verliest. Als je merkt dat je een, twee of drie uur voorbij hebt laten gaan zonder te oefenen, maak jezelf dan geen verwijten en voel je niet schuldig, en vooral moet je de hoop niet verliezen en het voor die dag opgeven. De Cursus stelt dit laatste punt rechtstreeks aan de orde: 'Je zult wellicht in de verleiding raken de dag als verloren te beschouwen omdat het je toch al niet gelukt is te doen wat gevraagd werd (WdI.95.7:4).
Weersta deze verleiding en wijd je eenvoudig weer aan je doel, stel je doel opnieuw vast en begin weer te oefenen. Als je er tijd voor hebt, neem dan een paar minuten om dit te doen. Zit even stil en geef je geest werkelijk over aan het vernieuwen van je doel.
Bescherm je doel gedurende de dag
Natuurlijk zal je dag zeer waarschijnlijk boordevol dingen zitten die de vrede die je zoekt dreigen te verstoren. Daarom is het beschermen van je dag een belangrijke aangelegenheid. Maar hoe doe je dat? Door de telefoon niet te beantwoorden? Door de echt onplezierige taken te vermijden? Door angstige gedachten uit je geest weg te duwen?
Antwoord op verleidingen
De Cursus is zeer betrokken bij het beschermen van je vrede en hij beveelt altijd dezelfde techniek aan: door innerlijk op je bron van onvrede te reageren met een oefening die gemaakt is om de onvrede te verdrijven. Dit is wat de Cursus soms 'antwoord op verleidingen' noemt. Antwoord op verleidingen kan in vier stappen onderverdeeld worden: 1) Wees in je geest alert 2) op iedere vorm van verstoring van je vrede. 3) Wanneer je er een hebt opgemerkt, maak er dan een gewoonte van om hier onmiddellijk op te reageren 4) met een gedachte uit de Cursus.
Dit heeft niet alleen ten doel je geestesvrede te beschermen, maar het is ook bedoeld om je dag te beschermen. Ik heb gemerkt dat dit bijkomende doel me extra motiveert om op mijn verleidingen te reageren: ik wil niet dat mijn speciale dag met God ontspoort. Ik wil iedere bron die mij van streek maakt het hoofd bieden, met Hem aan mijn zijde en Zijn licht in mijn geest.
Probeer daarom de hele dag speciaal op je hoede te zijn voor iedere inbreuk op je vrede. Als je de rest van de oefeningen doet zal zelfs de geringste verstoring zich voordoen als een duidelijke rimpeling op het kalme meer van je geest. Zodra je een vorm van onvrede bemerkt, ontwijk hem dan niet en veeg hem niet onder de mat. Probeer het niet in de buitenwereld op te lossen. En laat zijn rimpelingen zich niet verder uitbreiden. Al deze dingen kunnen jouw hele dag laten ontsporen. Reageer daarentegen met een oefening uit de Cursus. Als je het Werkboek doet, gebruik dan je idee voor de dag. Als je de post-Werkboekoefeningen doet, haal dan iets tevoorschijn uit je persoonlijke 'probleemoplossende repertoire' (WdI.194.6:2) - jouw eigen verzameling antwoorden op verleidingen die je in het verleden werkzaam hebt bevonden.
Bescherm je dag volgens de 'Regels voor beslissingen'
In het hoofdstuk 'Regels voor beslissingen' (T-30.I) schetst de Tekst zijn eigen beeld van hoe je de ideale dag kunt hebben (een beeld dat ik hieronder op diverse plaatsen heb geïntegreerd). Ongeveer het halve hoofdstuk gaat erover hoe je je dag moet behoeden voor mogelijke ontsporing. De sleutel voor het hebben van een ideale dag is er, in dit hoofdstuk, in gelegen zelf geen beslissingen te nemen. Dit houdt eveneens in 'dat je geen oordeel zult vellen over de situaties waarin jou om een reactie wordt gevraagd' (2:4). Op enig moment van de dag zul je echter merken dat je juist dát hebt gedaan: dat je een oordeel hebt geveld over wat de situatie betekent. Dit oordeel stelt automatisch vast wat het probleem is in die situatie en doet een bepaalde reeks oplossingen aan de hand. Dit alles zal je afschrikken om naar de Heilige Geest te luisteren, want 'wat je hoort lost misschien niet het probleem op zoals jij dat eerst zag' (3:3).
Er is een onmiskenbaar teken dat dit is gebeurd: 'als je voelt dat je niet genegen bent af te wachten en te vragen dat het antwoord jou gegeven wordt' (5:3). Nu is je dag bedreigd. Het hele thema was Iemand Anders voor jou te laten beslissen, en jij weigert naar Hem te luisteren. Het hoofdstuk raadt je aan het volgende te doen:
'Herinner je nogmaals wat voor dag je wilt en onderken dat er iets gebeurd is wat daar geen deel van uitmaakt. Besef dan dat je op eigen gelegenheid een vraag gesteld hebt ('Hoe denk ik dat het probleem dat ik heb waargenomen opgelost moet worden?'), en op eigen voorwaarden een antwoord moet hebben geformuleerd ('Wat de oplossing ook is, ze moet voldoen aan de criteria die ik gesteld heb.'). Zeg dan:
'Ik heb geen vraag. Ik ben vergeten wat ik beslissen moet'. (T-30.I.6:1-5)
Deze zinnen betekenen: 'Ik weiger vast te stellen wat de vraag is. Ik ben vergeten dat ik alleen maar samen met de Heilige Geest moet beslissen'. Zo zie je onder ogen dat er iets is gebeurd dat geen deel uitmaakt van jouw ideale dag. En vervolgens verdrijf je dit 'zonder uitstel' (7:1) met een antwoord op de verleiding. Dit is wat het hoofdstuk 'een snel ondersteunend middel' noemt (5:5).
Dit hoofdstuk onderkent echter dat er momenten zullen zijn dat het ondersteunende middel niet genoeg is. Voor die momenten biedt het jou een heel proces aan van kalm redeneren met jezelf teneinde je angst te verjagen om aan de Heilige Geest leiding te vragen (alinea's 8-12). Er wordt jou een hele serie zinnen gegeven om voor jezelf te herhalen. Deze zinnen worden gemakkelijk verkeerd begrepen, daarom zal ik een korte verklaring aan iedere zin toevoegen.
Op zijn minst kan ik besluiten dat ik niet prettig vind wat ik nu voel [ik voel me van streek omdat ik bang ben de Heilige Geest om leiding te vragen].
En dus hoop ik dat ik ongelijk heb [met te denken dat ik bang zou moeten zijn om de Heilige Geest om leiding te vragen].
Ik wil hier op een andere manier naar kijken [naar leiding vragen aan de Heilige Geest].
Misschien is er een andere manier om hiernaar te kijken [naar leiding vragen].
Wat kan ik verliezen als ik daarnaar vraag [wat is er zo eng aan om de Heilige Geest om leiding te vragen]?
Het doel van dit proces is je te bevrijden van je angst om samen met de Heilige Geest te beslissen. Het doel is, anders gezegd, je te laten terugkeren naar het punt waarop je de dag begon: namelijk om vastbesloten te zijn zelf geen beslissingen te nemen. Het doel is je dag weer op het rechte spoor te brengen.
Dit alles onderstreept het centrale belang om je dag te behoeden voor ontsporing. Als je in een gemoedstoestand bent geraakt die geen deel uitmaakt van je dag, wees dan niet bang dit toe te geven. En wees niet bang er tijd voor te nemen om je dag weer op het rechte spoor te brengen.
Vraag om leiding
Als we de Cursus beoefenen bestaat een wezenlijk deel van de ideale dag eruit om de Heilige Geest regelmatig om leiding te vragen. Denk bijvoorbeeld aan de paragraaf uit het Tekstboek die we zo net besproken hebben, de 'Regels voor Beslissingen'. Zijn ideale dag was er één waarin we regelmatig om leiding vroegen. Het Werkboek traint ons om exact hetzelfde te doen. Er zijn bijna 50 lessen (les 153 - 200) waarin we verondersteld worden om elk uur te vragen wat in het volgende te doen. Het Handboek, ten slotte, geeft deze instructie voor dagelijkse leiding:
Als je er een gewoonte van maakt waar en wanneer je kunt hulp te vragen, dan kun je erop vertrouwen dat wijsheid jou gegeven zal worden wanneer je die nodig hebt. Bereid je hier elke morgen op voor, herinner je God door de dag heen wanneer je kunt, vraag de Heilige Geest om hulp wanneer dat doenlijk is, en dank Hem 's avonds voor Zijn leiding. En je vertrouwen zal waarlijk stevig zijn gefundeerd.' (HvL29.5:8-10)
Hier zien we de formule weer voor het oefenen die ons zo vaak in het Werkboek gegeven werd: ''s morgens en 's avonds opnieuw, en ook de hele dag door' (WdI.64.5:2). Maar door deze bekende structuur heen is het frequente vragen aan de Heilige Geest verweven:
- Jouw stille tijd in de ochtend is bedoeld als voorbereiding op een dag waarin je om leiding vraagt.
- Door de dag heen zul je je niet alleen maar 'God herinneren' (een verwijzing naar de meer gebruikelijke innerlijke oefening die de Cursus aanreikt), je maakt er ook een gewoonte van om de hulp van de Heilige Geest in te roepen 'wanneer en waar je dat kunt'.
- Als onderdeel van je stille tijd in de avond 'bedank je Hem voor Zijn leiding'.
En als je dat doet kun je er zeker van zijn dat 'wijsheid jou gegeven zal worden wanneer je haar nodig hebt.' Ze komt misschien niet precies op het moment dat je erom vraagt. Ze komt misschien niet in een concrete vorm - het woord 'wijsheid' lijkt een soort innerlijk weten aan te duiden. Maar door te vragen zul je een kanaal openen waar de wijsheid die je nodig hebt doorheen kan stromen, telkens wanneer je haar nodig hebt.
Wanneer zullen we vragen?
- Vraag in je stille ochtendtijd of Hij je iets over deze dag vertellen wil.
- Vraag om het uur wat Hij jou in het volgende uur wil laten doen.
- Waneer je een activiteit beëindigd hebt en je de keuze hebt wat je vervolgens wilt doen.
- Waneer je ook maar een beslissing te nemen hebt.
- Waneer je je verward en onzeker voelt.
- Vraag hoe je een situatie behoort waar te nemen als je weet dat je haar verkeerd ziet.
- Vraag hoe je een naderende taak of interactie moet benaderen.
Velen van ons klagen erover dat ze helemaal niets horen. Toch zullen de meesten van ons -àls we vragen- vaak wel een bepaald gevoel krijgen van wat juist is. Volgens mijn ervaring is dit innerlijke gevoel niet de zuiverste leiding van God Zelf, maar is het wel vele malen wijzer dan mijn gebruikelijke mentale geknoei. Dus waarom zouden we er geen gebruik van maken?
Overgangstijden tussen activiteiten door
Telkens wanneer je je van het ene deel van je dag naar een ander deel beweegt -als je van omgeving verandert, als je van je werk vertrekt of aan een nieuwe taak begint- is het behulpzaam om je doel te vernieuwen.
Dit komt overeen met het advies dat ons in 'Het bepalen van het doel' (T-17.VI) gegeven wordt. Deze paragraaf zegt dat -telkens wanneer je een situatie binnengaat- je er een doel voor zou moeten bepalen door de volgende vragen te beantwoorden: 'Wat wil ik dat hiervan komt? Waartoe dient het?' (T-17.VI.2:1-2). Wat je werkelijk als resultaat van deze situatie wil is natuurlijk geen ego-voldoening die voortkomt uit een of ander uiterlijk resultaat, maar de vrede die uit een innerlijk ontwaken voortkomt. Het plaatsen van het doel aan het begin van een situatie zal garanderen dat je de situatie eerder in het belang van het doel zult gebruiken (T-17.VI.4:2). Het garandeert ook dat het innerlijke resultaat van de situatie een vervulling van het doel zal zijn, ongeacht het uiterlijke resultaat (T-17.VI.5:2-3). Anders gezegd, als je het doel van verlossing bepaalt, zal verlossing datgene zijn wat je zult ervaren.
Valt het je op dat dit hoofdstuk ons vertelt dat we op dezelfde manier met een situatie behoren om te gaan als met onze dag? Zoals we onze dag tegemoet zijn getreden, zo behoren we nu ook een situatie tegemoet te treden. We bepalen het doel aan het begin van de dag, en hebben de dag gebruikt als een middel om dat doel te bereiken. Telkens wanneer we nu een situatie binnengaan kunnen we hiervoor eenvoudig hetzelfde doel bepalen dat we reeds voor onze dag hadden vastgesteld.
Laten we bijvoorbeeld aannemen dat mijn doel een dag is van liefdevolle vriendelijkheid jegens anderen. Als ik dan aan een nieuwe taak begin -zoals het schrijven van dit artikel - zal mijn doel duidelijk zijn: ik wil dat dit artikel een uiting van pure liefdevolle vriendelijkheid jegens anderen wordt. Voor deze situatie bepaal ik dus gewoon hetzelfde doel (of een zeer verwant doel) dat ik al voor de hele dag vastgesteld had. Ik zal nu de situatie gebruiken als een middel om mijn ruimere doel van de dag te bereiken.
Hier volgen enkele suggesties om de overgangsperioden in je dag te gebruiken voor het vernieuwen van je doel:
1. Wanneer je van het ene deel van je dag overgaat naar het andere
Probeer nu een rustig moment in te lassen om je doel voor de dag te vernieuwen en toe te passen op het deel van je dag dat je nu ingaat.
2. Wanneer je een nieuwe situatie betreedt
Bepaal het doel voor de situatie. Vraag jezelf af: 'Wat wil ik dat hiervan komt? Waartoe dient het?' Pas hierop hetzelfde doel toe (of een verwant doel) dat je voor de dag vastgesteld hebt. Zie het als een middel om je doel van de dag te bereiken.
3. Wanneer de avond valt
Voor de meeste mensen is het einde van het daglicht een grote overgang, van werk naar huis, van dag naar nacht. Ik vind dit een schitterend moment voor een soort ministilte - langer dan de herinnering op het uur, maar korter dan de ochtendstilte. Er zijn twee citaten waar ik dan graag bij stilsta:
Laat, wanneer de avond valt, al mijn gedachten nog steeds Jou en Jouw Liefde gelden.' (WdII.232.1:4)
En wanneer vandaag de avond valt, zullen we ons niets herinneren dan de vrede van God. Want we zullen vandaag leren welke vrede de onze is, wanneer we alles vergeten behalve Gods Liefde.' (WdII.346.2:1-2)
De stille tijd in de avond
Herinner jij je onze formule nog voor een dag van Werkboekpraktijk: ''s morgens en 's avonds opnieuw, en ook de hele dag door?' (WdI.64.5:2). De oefentijd in de avond is kennelijk een basisonderdeel van deze formule, ongeacht het feit dat de meesten van ons er een zware dobber aan hebben om dit tot een consequent onderdeel van hun leven te maken. Deze tijd is zó belangrijk dat we geacht worden de hele dag als een voorbereiding daarop te beschouwen: 'Na de ochtendontmoeting zullen we de dag gebruiken om ons voor te bereiden op het moment in de avond waarop we elkaar opnieuw in vertrouwen zullen ontmoeten' (WdI.92.11:2).
Deze passage houdt in dat onze avondstilte het hoogtepunt van de dag kan zijn, het ogenblik waar onze hele dag ons naartoe geleid heeft. Zelfs als we dit niet als hoogtepunt ervaren is het nog steeds een bevestiging dat onze dag werkelijk God als doel had. Het is moeilijk vol te houden dat onze dag aan God gewijd was als we hem voor de TV beëindigen en God volledig uit ons beeld verdwenen is. Verder zal onze stille avondtijd ons op een vredige slaap voorbereiden: 'Het brengt je geest in een rusttoestand en leidt jou weg van angst' (HvL16.5:7). Om al deze redenen is deze laatste stilte essentieel.
De Cursus wil duidelijk dat we deze tijd nemen zo kort mogelijk voor het slapen gaan. Ik wil echter de zinsnede 'zo kort mogelijk' benadrukken. Voor velen van ons zal dit automatisch het tijdstip worden waarop we gaan slapen, tenzij we onze stille tijd eerder in de avond plannen. De Cursus geeft ons daar echter toestemming voor. 'Misschien zou je stille tijd tamelijk vroeg in de avond moeten plaatsvinden als het voor jou niet haalbaar is die vlak voor het slapen te houden' (HvL16:5:2). Je zult zelf moeten beslissen wanneer jij je avondstilte neemt. Ik adviseer je echter om dit telkens ongeveer rond dezelfde tijd in de avonduren te doen. Sommige dingen zou je wellicht tijdens je avondstilte willen doen:
- Bedank de Heilige Geest voor Zijn leiding door de hele dag heen.
- Denk enige tijd na over de gedachte van de dag
- Laat de gebeurtenissen van de dag de revue passeren: vergeef de pijnlijke gebeurtenissen en dank God voor de zegeningen.
- Zeg een afsluitend Werkboekgebed.
- Heb een laatste meditatie.
Gaan slapen
Net zoals de Cursus ons met God op onze lippen ziet wakker worden, zo ziet hij ons ook als we gaan slapen. Hij ziet dat zijn student de hele dag door de woorden geoefend heeft en 'ze 's avonds met zich meeneemt als hij slapen gaat' (WdI.162.3:1). Onze ideale dag sluit af met een uiteindelijke bevestiging van waar de hele dag over ging, een bevestiging die ons in een rustige slaap wiegt waarin we in God rusten. Voor velen van ons zal dit eenvoudig het afsluitende deel van onze avondstilte zijn, omdat we dat moment net voor het naar bed gaan houden. Voor hen die deze tijd eerder nemen zal dit een toegevoegd moment zijn van toewijding van onze slaap aan God.
Als het je beter past deze [stille] tijd eerder [in de avond] te houden, zorg er dan tenminste voor dat jij niet vergeet een korte periode te nemen [bij bedtijd] - een moment volstaat - , waarin jij je ogen sluit en aan God denkt. (HvL16.5:8)
Er zijn een aantal dingen die we misschien in dat korte moment zouden kunnen doen:
1. Wijd je nachtrust aan God
De Tekst praat daadwerkelijk over het wijden van onze slaap aan God.
Hoe jij ontwaakt is een teken van hoe je de slaap hebt benut. Aan wie heb je die ter beschikking gesteld? Onder de hoede van welke leraar heb je die geplaatst? Telkens wanneer je ontmoedigd wakker wordt, had je die niet aan de Heilige Geest gegeven. Alleen wanneer jij vreugdevol ontwaakt, heb je de slaap in overeenstemming met Zijn bedoeling benut'. (T-8.IX.4:1-5)
2. Neem woorden uit het Werkboek mee in je slaap
Val in slaap met woorden uit het Werkboek in gedachten, misschien wel met de les die je de hele dag door geoefend hebt. Ik vind de volgende woorden hiervoor uitstekend geschikt en ook voor het vorige punt, want het zijn oefenzinnen die ook onze slaap aan God wijden:
En laat mij slapen, zeker van mijn geborgenheid, verzekerd van Jouw zorg en me er blij van bewust: ik ben Jouw Zoon.' (WdII.232.1:5)
Nu hebben we onze hele dag aan God gegeven. We hebben de dag van begin tot einde in het teken gesteld van de volmaakte dag. Als we waarlijk met toewijding en verlangen geoefend hebben zijn we waarschijnlijk zeer dicht de dag genaderd waar we naar hunkeren. We hebben misschien ogenblikken van waarachtige vrede en verrukking ervaren, hebben lang gezochte doorbraken in verschillende situaties en relaties meegemaakt, en ervaren dat deze dag doorstraald was van een subtiele gloed vanuit een ander rijk. Aan het einde van de dag kijken we misschien terug en zien we dat de Hemel deze dag inderdaad apart heeft gezet en er een tijdloos licht op geworpen heeft waarop echo's van de eeuwigheid waarlijk gehoord werden (zie WdI.157.1:3).
Wie wil niet een dag als deze? De Cursus belooft dat na zo'n heilige dag onze slaap geen gewone slaap meer zal zijn en niet tot een gewoon ontwaken zal leiden. De Cursus spreekt over jou als iemand die in volmaakte vrede slaapt, met vergeving rustend 'op je oogleden zodat je geen dromen over angst en slechtheid, kwaadaardigheid en aanval ziet' (WdI.122.2:3). Zoals we hierboven zagen zal deze slaap ons leiden naar een ontwaken met vreugde en vitaliteit (T-8.IX.4:5), tot een opstaan in heerlijkheid (WdII.237.1:2), met vergeving die 'fonkelt in je ogen als je ontwaakt en je de vreugde schenkt waarmee jij de dag tegemoet kunt gaan' (WdI.122.2:2).
En wanneer je aldus ontwaakt, hoe denk je dat je dag verlopen zal? Er zal jou 'een nieuwe dag vol vreugde en vrede' (WdI.122.2:4)gegeven worden. Eén dag van vrede zal tot een volgende leiden totdat al je dagen dezelfde worden, totdat 'dit leven een heilig moment wordt, geplaatst binnen de tijd, maar met louter oog voor onsterfelijkheid' (WdI.135.19:1). Want wat als een speciale dag begon zal jou brengen naar de verwezenlijking van een tijdloze waarheid: 'Zo hoort elke dag te zijn' (WdII.232.2:1).
Return to top | Send Reader Feedback | View Reader Feedback | Printer friendly version
Dear friend: We offer the materials on this website to you in the hope that they can serve you well on your journey home. Your continuing donations support the work of the Circle of Atonement. Thank you.
Click here to make a Donation.
This material is copyrighted by the Circle of Atonement, P.O. Box 4238, W. Sedona, AZ 86340. All rights reserved. The opinions expressed are the personal interpretation and understanding of the author(s).
Please report problems to the webmaster.
