De heiligheid van Kerstmis

door Robert Perry

De Kersttijd nadert weer en laat een heleboel uitgeputte en teleurgestelde mensen met de vraag worstelen: 'Hoe kan ik aan deze tijd van het jaar werkelijk betekenis geven?' Voor diegenen die met spiritualiteit bezig zijn luidt deze vraag misschien: 'Hoe kan ik deze hectische en vaak inhoudsloze dagen tot heilige dagen maken?'

Het antwoord op deze vraag vind ik in een van Helen Schucman's gedichten met de titel 'De heiligheid van Kerstmis':

Kerstmis is alleen maar heilig

als je in stilte tot de kribbe komt

om je heiligheid te aanschouwen

die voor jou zichtbaar werd gemaakt.

Je geschenken zijn niets anders dan je open handen

die gezuiverd zijn van hebberigheid.

Niets anders dat je voor de nieuw geborene neerlegt

dan je twijfels en angsten

je bleke illusies en je zieke trots,

je verborgen venijn en je kleinzielige liefde

je magere schatten en gebrek aan vertrouwen

in alle geschenken die God je gaf.

Hier op het altaar, leg ze allen opzij

om de poort tot de Hemel zich wijd te laten openen

en de engelen te horen zingen van vrede op aarde

want Kerst is de tijd van je wedergeboorte.

(The Gifts of God, p.97)

Dit gedicht roept opnieuw een beeld op dat we maar al te goed kennen: namelijk het naderen tot het Christuskind in de kribbe en het brengen van geschenken als eerbewijs voor zijn heiligheid. Maar terwijl dit bekende tafereel gebruikt wordt geeft Helen's gedicht er een nieuwe en verrassende draai aan. Daardoor schetst het een andere visie omtrent de bedoeling van Kerst, een visie die misschien in staat is om betekenis en zelfs heiligheid aan onze vermoeide en doldwaze Kerstperiode te verlenen. Zin voor zin zal ik het gedicht uiteenzetten.

Kerstmis is alleen maar heilig

als je in stilte tot de kribbe komt

om je heiligheid te aanschouwen

die voor jou zichtbaar werd gemaakt.

De allereerste woorden zeggen iets heel belangrijks. 'Kerstmis is alleen maar heilig als ...' De Kersttijd is niet op zich heilig. Ze is helemaal niets vanuit zichzelf. De tijd zelf, en elk deel ervan, is wat wij ervan maken. Deze tijd van het jaar is daarom alleen maar heilig als we besluiten haar voor een heilig doel te gebruiken. Haar heiligheid of onheiligheid ligt in onze handen. Ook de Cursus bevestigt dit gegeven: 'Het is in jouw macht om deze tijd van het jaar heilig te maken' (T15.X.4:1).

Hoe kunnen we onze kracht gebruiken om deze dagen heilig te maken? Door de kribbe in stilte te naderen. Mijn lievelingsschilderij van het geboortefeest is van Geertgen tot Sint Jans uit 1490. Het toont de binnenkant van een donkere stal in wiens midden de kribbe staat met het Jezuskindje erin. Aan de rechterkant leunt Maria aan het ene uiteinde van de kribbe, haar handen op een bijna biddende manier samengebracht. Achter haar in het donkere gedeelte staat Jozef. Links, aan de andere kant van de kribbe, zijn vijf kleine vrouwelijke engelen die hun blik op het kindje gericht houden. In het midden bevinden zich een koe en een paard die eveneens naar de kribbe kijken. Het lijfje van het nieuwgeborene straalt, en het is de enige lichtbron in het hele vertrek. Alle gezichten zijn op hem gericht. Alle gezichten worden door zijn uitstraling verlicht. En alle gezichten hebben bijna dezelfde lege en uitdrukkingsloze starende blik. Ze kijken naar iets dat geen menselijke emotie oproept. Het lijkt alsof hun geest in de lichtstralen van het nieuwgeborene vastgehouden wordt, leeg gemaakt van alle gewone gedachten en gevoelens, enkel vervuld met dit heilige licht. Ze zijn als aan de grond genageld, alsof ze nog urenlang door zouden kunnen gaan om naar dit wonder te kijken, in stilte en bewegingsloosheid.

Dat is het gevoel dat Helen's gedicht in me oproept, alsof ik niet alleen maar woordeloos de kribbe nader, maar stil in de diepste zin: leeg van al mijn plannen en voornemens, vrij van al mijn vooroordelen en overtuigingen, volledig ontvankelijk voor de stralende werkelijkheid van dit kind en wat het mij laat zien.

Wat zul je zien als je op zo'n manier de kribbe nadert? Vanouds komen de bezoekers naar de kribbe om de heiligheid van het kindje te eren. Alhoewel dit een mooie gedachte is daagt het niet werkelijk ons fundamentele geloofssysteem uit. In een wereld waar iedereen onheilig lijkt te zijn kun je je makkelijk voorstellen dat ergens, op een dag, een volstrekt uniek kind zal verschijnen, geboren met de taak om deze onreine plaats te verlossen.

Maar Helen's gedicht wijst erop dat, als je in ware en diepgaande stilte naar de kribbe komt, je iets ziet dat niet in het traditionele beeld past, iets volledig onverwachts, iets dat het fundament van je geloofssysteem doet schudden. Je 'aanschouwt je heiligheid die voor jou zichtbaar werd gemaakt'. Je ziet dat de heiligheid van het kind, die zo puur en zuiver is en zo ver van je onheilige gewoonten verwijderd, in wezen jouw eigen heiligheid is. Zou het kunnen dat je, onder je ego, in alle opzichten even heilig bent als hij? En zou het kunnen dat hij enkel kwam om je heiligheid zichtbaar te maken, zo dat je ogen haar kunnen zien en je ongelovige geest zijn heiligheid accepteren kan?

Volgens deze benadering gaat dit tafereel niet over de aanbidding van het kind. Het is bedoeld als een concrete manifestatie om te kijken naar wat jij in wezen bent. En dit is waarlijk een andere manier om Kerstmis te zien. Denk eens aan al die kerstverhalen die het Jezuskindje prijzen. Is er ook maar één dat het kindje afschildert als een stille lofzang voor ons?

Stel je voor dat jij je in het schilderij bevindt dat ik zojuist beschreven heb. Je bent daar in de donkere stal, leunend over de kribbe, in eerbied en verwondering kijkend naar het stralen van het kind. Nu, terwijl je het heilige kind voor je ziet, fluister je tegen jezelf: 'Dit is mijn heiligheid die voor mij zichtbaar werd gemaakt.'

Je geschenken zijn niets anders dan je open handen

die gezuiverd zijn van hebberigheid.

Wat een ongewoon idee: 'Je geschenken zijn niets anders dan je open handen.' Hoe kunnen open handen geschenken zijn? Onze cadeaus zijn toch dat wat zich in onze handen bevindt? Lege handen zijn geen cadeau, ze zijn het teken dat je juist vergeten bent er een mee te nemen. Je handen behoren gevuld te zijn met iets passends voor een koninklijk kind, iets met goud of wierook, iets kostbaars.

Maar dit kind daarentegen is niet gekomen om geprezen of met dure cadeaus overladen te worden. Het is gekomen om te geven. Het wil niets voor zichzelf. Zijn enig doel is om je heiligheid aan jou te onthullen. Zijn enig verlangen is om zichzelf in jou herboren te vinden.

En wat weerhoudt je ervan om je van zijn heiligheid binnen in je bewust te zijn? Het is je grijpen naar de betekenisloze gaven van deze wereld. Met elke schamele gulden of vette oliebol of glad lichaam waar je naar graait bevestig je dat je een armoedige bedelaar bent, beroofd van de rijkdommen van de heilige Aanwezigheid van je Vader in je hart.

Daarom zijn jouw geschenken aan het kind je lege handen, nu schoongeschrobd na het strelen van je armzalige wereldse schatten. Zie jezelf nu nogmaals voor de kribbe. Kijk naar je handen en zie in hen enkele van de dingen in je leven waar je naar gegrepen en gezocht hebt. Bedenk hoe weinig werkelijk geluk deze dingen je gebracht hebben. En stel je vervolgens het geluk voor dat je mogelijk is als dit kind in jou geboren zou zijn. Met dit in gedachten laat je deze cadeaus uit je handen glijden. Laat nu aan het kind jouw lege handen zien. Ze zijn je geschenk aan hem. Je lege handen zijn het bewijs dat niets tussen jou en de gaven staat die het kind jou aanbiedt.

Niets anders dat je voor de nieuw geborene neerlegt

dan je twijfels en angsten

je bleke illusies en je zieke trots,

je verborgen venijn en je kleinzielige liefde

je magere schatten en gebrek aan vertrouwen

in alle geschenken die God je gaf.

Deze zin geeft eveneens een andere draai aan de traditionele manier om geschenken voor het Christuskind neer te leggen. Ten eerste bracht je hem niets dan je lege handen. Nu leg je een lange lijst voor hem neer van de meest lelijke dingen die de menselijke geest maar kan bevatten. Wat voor soort cadeaus zijn dit? Waarom zou het heilig kind zulke dingen toch waarderen? Omdat hij, nogmaals, niets voor zichzelf wil. Hij wil enkel je vrijheid, en deze dingen vormen jouw boeien. Door ze aan hem te geven heb jij je ervan bevrijd, en dat is het enige geschenk dat hij van je vraagt.

In een van de meest ironische opmerkingen in de Cursus wordt dezelfde gedachte over Kerstmis tot uitdrukking gebracht: 'Geef deze Kerst alles wat je zou kwetsen aan de Heilige Geest' (T15.XI.3:1). Wat vreemd om dit aan God te geven! Normaliter is het toch de bedoeling om geschenken en lof over God uit te storten. We worden geacht om onze meest dierbare dingen aan Hem te geven, want door ons tot pijnens toe voor Hem op te offeren laten we zien hoe zeer we van Hem houden. Daarentegen wil Hij noch onze lof noch onze schatten. Hij wil onze meest duistere gedachten, onze geheimen. Waarom? Omdat onze duisternis aan Hem geven betekent dat we ze hebben losgelaten, en de enige gave die Hij wil is onze bevrijding van deze ketenen. Hier hebben we eindelijk een God die waarlijk zonder ego is. Hier hebben we eindelijk een God die noch lof noch opoffering wil, maar enkel ons geluk. Hier is een God die niet krijgen maar enkel geven wil.

Verplaatsen we ons met deze geesteshouding nog eens voor het kind in de kribbe. Laten we dan eerst naar de manieren kijken hoe we de waarheid in twijfel getrokken hebben. Als we ons vervolgens realiseren dat we met deze twijfels onze geest vastketenen, laten we dan deze kettingen als geschenk voor de kribbe neerleggen.

Laten we onze angsten onderzoeken. Zijn ze uiteindelijk niet overbodig gebleken, en zou het niet goed voelen om er vrij van te zijn? We zullen onze angsten als een klein, donker en trillend hoopje beschouwen dat we voor de kribbe neerleggen.

Laat ons nu naar onze ziekelijke trots kijken. Hebben we niet ons hoofd boven anderen verheven en ons als te goed beschouwd om ons echt met hen te verbinden? We begrijpen nu dat we gelukkiger zouden zijn als we met hen op gelijke voet verbonden zouden zijn, en we zetten deze dof geworden kroon af en leggen haar neer als het volgende cadeau.

Laten we nu ons verborgen venijn in ogenschouw nemen. Hebben we niet boosaardige gedachten achter onze glimlachende façade gekoesterd, en die geuit toen de ander zich even omdraaide? En heeft ons dit venijn niet met schuld en schaamte overspoeld? Laten we daarom onze giftanden tonen als een ander onbetaalbaar geschenk dat het kind gelukkig in ontvangst neemt.

Laten we naar onze begrensde 'liefde' kijken. Was die niet begrensd door onze voorwaarden, zo afhankelijk van ontvangen plezier en onze grillen waaraan gehoorzaamd moest worden? We willen niet langer deze kleinzielige liefde, want ze heeft ons van het werkelijke afgehouden. Laten we haar dus als een klein verschrompeld hartje aan het Christuskind aanbieden.

Laten we nu de dingen herinneren die we eerder uit onze handen hebben laten varen, de magere schatten waar onze handen eerst naar zochten. Laten we ze van de grond oppakken waar we ze neergelegd hebben, en ze ook tot geschenken voor het heilige kind maken om te laten zien dat we er niet meer naar verlangen.

Tot slot zullen we over de waardevolle geschenken nadenken die God ons gaf en hoe weinig we ons bewust waren van hun werkelijke waarde, hoe weinig we er ten volle gebruik van gemaakt hebben. Dit noemt het gedicht ons 'gebrek aan vertrouwen in alle geschenken die God je gaf'. Laten we dit een gebarsten huwelijksring zijn en, terwijl we hem afstaan, maken tot ons uiteindelijk cadeau voor het Christuskind.

En terwijl we al deze gaven 'voor de nieuw geborene neerleggen' realiseren we ons dat deze akelige geschenken veel waardevoller zijn dan al het goud, wierook en mirre in de hele wereld.

Nu komen we tot het laatste gedeelte van het gedicht:

Hier op het altaar, leg ze allen opzij

om de poort tot de Hemel zich wijd te laten openen

en de engelen te horen zingen van vrede op aarde

want Kerst is de tijd van je wedergeboorte.

Zolang als de stapel van 'geschenken' in je verblijft, wordt een eeuwenoude poort belemmerd om open te zwaaien. Nu 'leg ze allen opzij', en terwijl je dat doet ervaar je iets wat alleen maar goddelijke openbaring genoemd kan worden. Je ziet de Hemelpoort zich wijd voor je openen en je verwelkomen. Binnen in zijn rijk van licht hoor je de eeuwige koorzang der engelen. Je hoort 'de trompetten van de eeuwigheid weergalmen in de stilte, maar zonder haar te verstoren' (T28.I.13:4). Je gaat over naar een staat die niet van deze wereld is, maar die toch meer thuis voelt dan wat dan ook.

Dat de engelen van vrede op aarde zingen is een verwijzing naar de engelen die de geboorte van Christus aan de herders verkondigden. Maar deze keer is het anders. Deze keer verkondigen ze niet de geboorte van de Christus als Jezus. En jij bent niet een van de herders. De engelen verkondigen de geboorte van de Christus als jou. In het Jezuskindje heb je 'je heiligheid aanschouwd die voor jou zichtbaar werd gemaakt.' Blijmoedig heb je alles weggegeven dat hem belette om jouw heiligheid aan jezelf te onthullen. Nu is hij in jou herboren. Nu ben jij zijn zichtbaar gemaakte heiligheid voor de wereld geworden. Nu ben jij het Christuskind.

We hebben tenslotte het einde van het gedicht bereikt en kunnen zien hoe anders deze zienswijze van Kerstmis is. Traditiegetrouw dachten we dat Kerst met de geboorte van de zuigeling Jezus te maken had, dat we hem moesten vereren, geschenken aanbieden en liedjes voor hem zingen. Keer op keer hebben we 'Komt laten wij aanbidden' gezongen.

Maar misschien hebben we ondertussen de ware betekenis van Kerst over het hoofd gezien. Volgens Helen's gedicht is Kerstmis niet bedoeld om het Jezuskindje als uniek heilig wezen te prijzen en uitzonderlijke cadeaus aan zijn voeten neer te leggen. Het is bedoeld om het kindeke als zichtbaar symbool van onze heiligheid te zien; een verstaanbare lofzang van Gods verering voor ons. En het is de bedoeling om alle innerlijke duisternis, die ons ervan weerhoudt onze heiligheid te kennen, aan hem te geven. Het volgende citaat uit de Cursus drukt eveneens deze nieuwe zienswijze van Kerstmis uit:

Dit is de tijd van het jaar waarin je mijn geboorte in de wereld viert. Maar je weet niet hoe je het moet doen. Laat de Heilige Geest je onderwijzen, en laat me jouw geboorte door Hem vieren. (T15.X.1:5-7)

We wisten niet hoe we deze geboorte moesten vieren. We slaagden er niet in te beseffen dat hij onze lofuitingen niet nodig heeft. Hij kwam om onze goddelijkheid te onthullen. Hij wil onze geboorte vieren.

Hoe kunnen we Kerstmis heilig maken? We kunnen de kribbe op een volstrekt nieuwe manier naderen. We kunnen tot haar komen in werkelijke stilte, vrij van onze oude ideeën over Kerst, zonder onze vooroordelen over wie we zijn en gezuiverd van alle kleingeestige gedachten. In deze gewijde stilte kunnen we uiteindelijk herkennen wat het Christuskind ons altijd al wilde tonen.

De Kersttijd zal ons ontelbare kansen bieden om op die manier naar de kribbe te komen. In deze tijd van het jaar worden we praktisch overspoelt met het herdenken van Kerst: door reclame, kerstverlichting, kerstmuziek, kerstboodschappen, kerstversiering en het kerstdiner. En terwijl deze hele stroom op ons afkomt ontdekken we vaak dat onze handen naar allerlei magere schatten grijpen en dat ons denken met angst en verborgen boosheid vervuld is. Stel je eens voor hoe deze tijd getransformeerd zou kunnen worden: telkens wanneer we aan Kerstmis herinnerd worden, telkens wanneer we onze handen voelen grijpen en onze geest verkrampt raakt, stellen we ons voor dat we wederom voor de kribbe staan en in stilte deze gedachten herhalen:

'Dit kindje is mijn heiligheid die voor mij zichtbaar werd gemaakt.

Laat me aan dit kind mijn lege handen geven en al mijn duistere gedachten,

opdat ik zijn heiligheid in mezelf mag kennen.

Want Kerstmis is de tijd van mijn wedergeboorte.'

Return to top | Send Reader Feedback | View Reader Feedback | Printer friendly version

AddThis Social Bookmark Button


Dear friend: We offer the materials on this website to you in the hope that they can serve you well on your journey home. Your continuing donations support the work of the Circle of Atonement. Thank you.
Click here to make a Donation.

This material is copyrighted by the Circle of Atonement, P.O. Box 4238, W. Sedona, AZ 86340. All rights reserved. The opinions expressed are the personal interpretation and understanding of the author(s).

Please report problems to the webmaster.

Site Links

Email a Friend
Send Reader Feedback
View Feedback
Send a ? to Q & A
Printer friendly version

Bookstore

Visualizations for the Journey
Visualizations for the Journey
Inner journeys based on key Workbook lessons. Excellent for study group use.