Wat betekent het om 'niets te doen'
Een toelichting op T18.VII
door Robert Perry
De paragraaf 'Ik hoef niets te doen' (T18.VII) is volgens mij zo geliefd bij Course-studenten omdat hij een diepe snaar bij ons raakt. De vrede van God lijkt gewoon niet te combineren met een zware krachtsinspanning. Maar wat betekent het nu precies om niets te doen? Betekent het de hele dag in bed blijven liggen met iemand om ons heen om onze maaltijden te bezorgen? In de loop der jaren heb ik deze paragraaf steeds weer opnieuw onderzocht en iedere keer vond ik weer nieuwe inzichten. Onlangs bestudeerde ik hem nog eens en ontdekte tot mijn verrassing een geheel nieuwe structuur achter zijn woorden. Ik besefte dat de paragraaf in feite drie manieren van zijn uitlegt, drie wegen om geluk te vinden. De eerste is de weg die de meeste mensen volgen. Hij bezorgt ons meestal zoveel pijn en teleurstelling dat velen van ons gedreven worden naar de tweede manier: het najagen van heiligheid. Maar ook deze weg kent zijn problemen en de Cursus biedt ons daarom een derde weg aan: 'Ik hoef niets te doen'.
De 1e weg: de weg van de wereld
Als je de weg van de wereld volgt concentreert jouw leven zich op het gebruiken van je lichaam om je lichamelijke behoeften te bevredigen. Je maakt plannen voor jezelf, plannen die zeer de nadruk leggen op het welbehagen, de bescherming en het genot van je lichaam (1:2). Je bent altijd op zoek, op zoek naar dingen in de toekomst waarvan jij je herinnert dat ze in het verleden plezierig waren. Dit lijkt heel natuurlijk, zo normaal dat het nooit in twijfel getrokken wordt. Maar deze paragraaf zegt een aantal schokkende dingen over deze weg.
De belangrijkste kritiek in deze paragraaf tegen de weg van de wereld is dat het in wezen helemaal geen zoektocht naar geluk is. Het is in werkelijkheid een bedekte zoektocht naar het doel van zonde (1:4) of onheiligheid. Dit klinkt misschien vreemd, maar het is niet zo moeilijk te zien. Terwijl je streeft naar welbehagen, bescherming en genot van je lichaam, draait het allemaal om jou. Jij bent de held van de droom. Er wordt slechts minimaal rekening gehouden met de behoeften van anderen of er wordt onverschillig aan voorbijgegaan, terwijl jij voortdraaft op zoek naar jouw welbehagen, bescherming en genot. Na verloop van tijd leidt jouw verheerlijking van je eigen afzonderlijke belangen ten koste van de belangen van andere mensen ertoe dat jij je bezoedeld voelt. Je voelt je onheilig. Je voelt je zondig.
De Cursus zegt ons dat dit niet zomaar een onverwacht bijverschijnsel is. Dit was al die tijd al het doel. Zonder dat je het wist streefde je in feite naar dit doel. Onbewust werd je aangetrokken tot schuld (3:5). Maar schuld is pijnlijk. En wie streeft er nu bewust naar schuld? Daarom moet het ego dit doel in een aantrekkelijke verpakking aan jouw bewuste geest 'verkopen'. Het zegt je een uiterlijke prijs na te streven die je in de toekomst kunt bezitten, een uiterlijke beloning die jij je vanuit het verleden herinnert. De doelen die je lichaam nastreeft hebben daarom niets met het heden te maken en wel om één belangrijke reden: het 'feit' dat de vervulling van jouw doelen in de toekomst ligt, laat je denken dat je iets anders zult ontvangen dan wat je nu zelf bent. Jij denkt dat je iets bekoorlijks en iets wonderschoons krijgt, maar wanneer je de schat uit het verleden of uit de toekomst opdiept en hem daadwerkelijk in het heden vasthoudt, voel je schuld, schuld om de dingen die je hebt gedaan om hem te verkrijgen, schuld over de verheerlijking van louter jouw eigen belangen die de schat vertegenwoordigt. Wat je buiten je zocht was slechts de verpakking voor het geschenk van schuld. Het ego verleidde jou tot het nastreven van schuld door jou te verlokken iets buiten je te zoeken wat het verleden of de toekomst zou kunnen bieden.
Dit klinkt misschien nog steeds vreemd, maar is na jaren van behoeftebevrediging het eindresultaat niet dat jij je bezoedeld voelt? Dat jij je voelt alsof er iets mis met je is? Dat je wanhoopt om jezelf? Dat jij je hopeloos voelt? De Cursus zou zeggen dat dit de natuurlijke symptomen zijn als je het doel van zonde nastreeft. Dit zijn de tekenen dat je gevonden hebt waar je onbewust naar op zoek was.
Herken je deze eerste weg in je eigen leven? Kun je zien hoe jij je tijd en energie steekt in het bereiken van jouw afzonderlijke belangen? En als je dit bij jezelf ziet, heb je dan gedachten als: 'Wat ben ik toch egoïstisch!' of: 'Denk ik soms dat het universum alleen maar om mij draait?' Kun je de schuld voelen die met dit soort gedachten gepaard gaat?
De 2e weg: het streven naar heiligheid
Na een leven lang de weg van de wereld gevolgd te hebben, kunnen veel mensen dit niet langer verdragen. Ze voelen zich te zondig. Het verlangen dichter bij de engelen te verkeren dan bij de dieren wint in hen terrein. Ze worden overweldigd door de hunkering om gezuiverd te worden. En ze laten het conventionele leven achter zich op zoek naar heiligheid.
De Cursus juicht dit zoeken toe, maar de conventionele zoektocht naar heiligheid is slecht toegerust voor zijn taak, aldus deze paragraaf. Het probleem is dat deze bezielde zoekers oprecht veronderstellen dat ze zichzelf zondig gemaakt hebben en dat ze nu zichzelf heilig moeten maken. Hun zelfzuchtige handelen heeft hen onheilig gemaakt, dus zal hun spirituele handelen hen nu heilig maken, althans dat denken ze.
Het najagen van heiligheid neemt volgens deze paragraaf twee belangrijke vormen aan. In de eerste vorm worstelen de zoekers tegen de zondige impulsen die vroeger hun leven beheersten. Ze vechten tegen de verleiding om aan zonde toe te geven. Ze worstelen met hun lichaamsimpulsen. Ze proberen zich los te wrikken uit hun vroegere zondige gewoontes en zo zichzelf van drek in goud te transformeren. In de tweede vorm proberen ze slechts zichzelf los te maken van hun zondige, lagere natuur, inclusief hun lichaam en zijn impulsen, en door middel van meditatie op te rijzen naar een hoger niveau. De Cursus schijnt deze tweede weg wat gunstiger gezind te zijn, maar ook deze weg heeft nog steeds de betekenis van een vlucht uit een werkelijke lagere (zondige) natuur.
Het probleem is dat in beide vormen de zoekers ervan uitgaan dat zondigheid een werkelijk deel van hun wezen uitmaakt, dat ofwel bestreden ofwel ontvlucht moet worden. Hun schuld is als een demon waarvoor ze op de vlucht zijn. Omdat ze ervan uitgaan dat ze waarlijk onheilig zijn, gaan ze er onbewust ook vanuit dat het veel tijd zal kosten om moeizaam uit de hel, die zij van hun wezen gemaakt hebben, omhoog te klimmen. Het zal veel tijd kosten om zichzelf heilig te maken. Het zal veel tijd kosten voordat ze het waardig zijn om voor God te staan. Dit geloof is een 'self-fulfilling prophecy'. Ze maken heus wel vooruitgang. Ze hebben heus wel heilige ogenblikken. Maar het zal wel heel lang duren. En, ironisch genoeg, wanneer ze hun doel uiteindelijk bereiken, wanneer ze zichzelf uit hun hel hebben opgetrokken en al zwoegend eindelijk de top van de berg bereikt hebben, komen ze tot het verbluffende inzicht: 'Het behoorde mij al die tijd al toe, gratis en voor niets!'
Deze tweede weg roept gemakkelijk beelden op van monniken in kloosters of van mensen in grotten die zich uit de wereld hebben teruggetrokken, maar het neemt ook minder extreme vormen aan. Herken je deze tweede weg in jezelf? Zie je concreet je streven om heilig te worden? Om iets nobeler te worden dan jouw laagste impulsen je zouden willen laten zijn? Belangrijker nog, herken jij je overtuiging dat jouw eigen inspanningen jou heilig maken? Om hiermee voeling te krijgen kun je jezelf afvragen wát in jouw levensstijl, jouw overtuigingen en jouw handelingen jou tot een spiritueler mens maakt dan de meest wereldse persoon die je kent (en niet alleen maar spiritueler in je inspanningen, maar in je wezen). De sleutel om te ontdekken dat je gelooft dat je eigen inspanningen jou heilig maken is te ontdekken dat je gelooft dat jouw inspanningen jou heiliger hebben gemaakt dan anderen.
De 3e weg: ik hoef niets te doen
De Cursus biedt ons een weg aan die van beide andere wegen verschilt. Hij verschilt van de wereldse weg [de eerste weg] in die zin dat zonde niet zijn doel is. Wel heeft hij hetzelfde doel als het streven naar heiligheid [de tweede weg], maar zijn middelen zijn anders. Zijn leidende gedachte is niet 'Ik moet mezelf heilig maken', maar 'Ik hoef niets te doen'. Dit betekent natuurlijk 'Ik hoef niets te doen om mezelf heilig te maken. Ik ben al volmaakt heilig'.
'Ik hoef niets te doen' betekent dat je in werkelijkheid het doel al bereikt hebt. Je bent er nu. Niets wat je doet kan je heiliger maken. Geen van jouw inspanningen is nodig om je daar te brengen. Dienovereenkomstig heeft geen van jouw daden jou zondig gemaakt. Je bent machteloos over wie jij bent. Al wat je doet heeft daar geen enkele invloed op. Jij bent zoals God jou geschapen heeft, en er is niets wat je daaraan kunt doen. In deze ene gedachte ligt de bevrijding zowel uit de eerste als uit de tweede weg, want het idee dat jouw keuzes de macht hebben jou zondig of heilig te maken is een beangstigende gedachte. Het is alsof je een driejarig kind achter het stuur zet van een enorme vrachtwagen.
De gedachte dat je al heilig bent is een machtige tijdsbespaarder. Je zult nog steeds moeten reizen. Je zult nog steeds tijd nodig hebben. En je bent nog steeds gericht op hetzelfde doel als zij die de tweede weg bewandelen. Maar op welke manier zul je sneller reizen: door voortdurend te denken: 'Ik ben nog niet waardig, maar ooit zal ik mezelf waardig gemaakt hebben?' of: 'Ik ben nu al waardig; Ik ben nu al heilig. Ik ben er al; Ik hoef alleen maar mijn ogen te openen'?
Een ander belangrijk verschil is dat je op de tweede weg alleen reisde. Je trok je van anderen terug in jouw eenzame streven naar heiligheid. We weten allemaal dat toegewijde spirituele zoekers soms de meest egocentrische mensen kunnen zijn die er bestaan. De behoeften van anderen komen meestal pas ná de behoeften van hun o-zo-belangrijke reis naar spirituele hoogten. Maar afgezonderd zijn is zondig zijn. Zoals de Cursus zegt: 'Alleen zijn is schuldig zijn (T15.V.2:6). Door de weg alleen te gaan zijn deze zoekers onbewust bezig hun eigen gevoel van zondigheid te versterken. Om werkelijk heiligheid te vinden moet je het afgescheiden zelf overstijgen en je verbinden met iets wat daarachter ligt. Dit is wat op de derde weg gebeurt. Je verbindt je met anderen in het beoefenen van het inzicht dat je niets hoeft te doen. Je streeft ernaar deze hoogste waarheid gezamenlijk te ervaren; je verbindt je in heilige ogenblikken waarin jij je gezamenlijk eenvoudig koestert in de volheid van wat je in werkelijkheid bent. Dit weerspiegelt het doel, want heiligheid ligt in de verbinding.
De specifieke toepassing van deze weg is het heilig ogenblik. Bij het beoefenen van het heilig ogenbik richt jij je op een speciaal moment, een tijdsinterval buiten het patroon van de tijd, zoals het Tekstboek vooraan zegt. In dit ogenblik vergeet jij je lichaam en zijn hele onderneming om genot te zoeken in de tijd. In plaats daarvan is al je aandacht gericht op de gedachte 'Ik hoef niets te doen'. Je hoeft niets te doen omdat God je alles al gegeven heeft. Waarom zou je er behoefte aan
hebben via je lichaam genot te zoeken als God je alles al gegeven heeft? Waarom zou je geest uitgehongerd van de ene gedachte naar de andere schieten als God je alles al gegeven heeft? En waarom zou je over het verleden of de toekomst fantaseren als God je nu alles al gegeven heeft? In deze staat ben je in rust, mentaal en fysiek, volledig in het heden, louter open voor de volheid van wat God jou gegeven heeft.
Om het heilig ogenblik te laten gebeuren is slechts een moment van deze stilte nodig. De tweede weg vereist lange periodes van meditatie omdat iedere minuut die je in meditatie doorbrengt je in feite weer een stukje heiliger maakt en je wezen verandert (dat denk je althans). De derde weg vraagt slechts een ogenblik van ware stilte, omdat al wat je doet is je aansluiten op de volmaakte heiligheid die reeds de jouwe is.
In deze stilte treedt God binnen, in de vorm van de Heilige Geest. Hij komt binnen en vestigt een permanente verblijfplaats diep in je geest, een plaats waar je altijd bij Hem vertoeft, een plaats waar je aldoor 'niets doet'. Vanuit deze plaats leidt hij je terug naar de snelweg, terug naar de strijd om een leven te leven in de normale wereld, maar op een andere manier. In plaats van je lichaam te gebruiken om je afzonderlijke belangen te dienen, zul je het gebruiken om het geheel te dienen, in dienst van iedereen. Hij zal jou leiden in 'hoe je het lichaam zondeloos kunt benutten' (8:4). Dit is de werkelijke omkering van de eerste weg: niet door je uit de wereld terug te trekken en te proberen jezelf heilig te maken (de tweede weg), maar door je al bestaande heiligheid te accepteren en dan terug de wereld in te gaan om al diegenen die de eerste weg nog volgen tot hun heiligheid te doen ontwaken. Als we de eerste weg waarlijk willen omkeren moeten we ons niet van de wereld afzonderen maar ons er onbaatzuchtig naar uitstrekken. Alleen dát is ware heiligheid. Alleen dát zal je doen ontwaken voor de eeuwige heiligheid die God jou bij je schepping gegeven heeft.
Oefening
Laten we nu 'Ik hoef niets te doen' beoefenen. Ga gemakkelijk zitten, zodanig dat je lichaam geen aandacht trekt. Sluit je ogen.
Probeer allereerst, slechts voor dit korte moment, je lichaam te vergeten. Probeer zijn behoeften te vergeten, zijn welbehagen, zijn bescherming, zijn genot. Probeer al die dingen te vergeten waar het momenteel naar streeft. Slechts voor dit korte moment is het in orde dat alles te vergeten. Blijf nu stilstaan bij de gedachte ' Ik hoef niets te doen'. Besef dat dit betekent: 'Er is niets wat ik hoef te doen om mijzelf heilig te maken. God heeft mij heilig geschapen. Zoals God mij geschapen heeft, heb ik alles'.
'Ik hoef niets te doen'. Probeer de vrijheid in deze gedachte te voelen.
'Niets wat ik doe kan mij zondig maken. Niets wat ik doe kan mij heilig maken. Niets wat ik doe kan zelfs maar de geringste verandering teweegbrengen in mijn eeuwigdurende staat waarin ik alles heb. Het enige wat ik hoef te doen is die staat te accepteren'.
Stel je voor dat je op je rug drijft in een kalme, vredige oceaan. Deze oceaan is God. De oceaan stelt de onbegrensdheid voor die God jou gaf. Zoals je daar ligt heb je geen zorgen in de wereld. Je hart klopt in de vrede van God. Er is niets om je zorgen over te maken. Er is niets dat van jouw keuzes, jouw inspanningen afhangt. Er is geen noodzaak iets te doen. Zeg tegen jezelf: 'Ik hoef niets te doen'.
Blijf liggen in deze oceaan en herhaal 'Ik hoef niets te doen' zo vaak je wilt. Laat de vrede en vrijheid van dat idee het enige zijn wat je geest bezighoudt. Laat het je geest naar een plaats van volmaakte stilte toetrekken. Koester je gewoon in deze stilte en vrede.
Telkens als je geest afdwaalt naar iets onbeduidends in de wereld, herhaal dan het idee weer en laat het je geest terughalen naar de stilte van de oceaan waar je nog steeds in ligt.
Blijf zo lang je wilt op deze plek. Als je geest zo vaak begint af te dwalen dat je niet langer in de oceaan kunt blijven, eindig dan met een laatste herhaling van 'Ik hoef niets te doen' en open je ogen.
Return to top | Send Reader Feedback | | Printer friendly version
Dear friend: We offer the materials on this website to you in the hope that they can serve you well on your journey home. Your continuing donations support the work of the Circle of Atonement. Thank you.
Click here to make a Donation.
This material is copyrighted by the Circle of Atonement, P.O. Box 4238, W. Sedona, AZ 86340. All rights reserved. The opinions expressed are the personal interpretation and understanding of the author(s).
Please report problems to the webmaster.