De Course en moeder Natuur
door Robert Perry
Hoe verhouden wij als Course-studenten ons ten opzichte van de natuur? Voor de echte natuurliefhebbersonder ons, die misschien wel ecoloog zijn, lid van Greenpeace of van het Wereld Natuurfonds, kan de Cursus behoorlijk verontrustend zijn. Want niet lang nadat je het boek begint te begrijpen, kom je erachter dat onze prachtige groene planeet, ons blauwe juweel drijvend in de kosmische oceaan, een illusie is, samen met de rest van de twinkelende lichtjes in diezelfde oceaan, als wel de oceaan zelf. Volgens de Cursus is dit allemaal een droom. En het is niet bepaald een mooie droom. Liever gezegd: het is een nachtmerrie, een bewegend beeld dat de door onze geest bedachte aanval op Gods Liefde weergeeft.
Als het tot ons doordringt dat dit betekent dat de lelies op het veld, de baby-zeehondjes, de Himalaya, de Rocky Mountains, en - jawel - zelfs de rotspunten van Sedona allemaal droombeelden zijn, kan onze geest makkelijk op hol slaan. Dit roept uiteraard een paar hele belangrijke vragen op zoals: 'Wat voor gevolgen heeft de zienswijze van de Cursus op onze houding ten opzichte van de natuur?' en: 'Wat zou onze nieuwe houding naar haar kunnen zijn?' Velen van ons hebben jarenlang met deze vragen geworsteld.
Laten we eens kijken naar een paar gangbare opvattingen met betrekking tot de natuur en de aarde. De aarde is ons thuis. De aarde is onze moeder, ze heeft onze soort voortgebracht en schonk ons als individuen het leven, voorziet daarin en ondersteunt het. Als kinderen in deze thuishaven moeten we goed voor de aarde zorgen: in ons handelen behoren we de maatstaf te hanteren hoe positief of negatief het de planeet beïnvloedt. Het fysieke leven en overleven moet tot elke prijs behouden blijven. Omdat de aarde onze bron is zouden we haar loop moeten volgen en behoren we ons naar haar wijsheid te voegen. De natuur is wat God heeft voortgebracht, en zodoende openbaart ze Zijn wegen. De natuur is in tegenstelling tot de menselijke beschaving natuurlijk. De natuur is in tegenstelling tot de mensheid onschuldig. Ze is mooi en ze is er om vreugde aan te beleven en gewaardeerd te worden. Aan de andere kant is de natuur een hulpbron om in onze behoeften te voorzien, om ons een goed leven te bezorgen op deze aarde die ons thuis is.
Ik weet zeker dat deze reeks opvattingen nog lang niet af is. Maar mijn vraag is wederom wat we met deze ideeën moeten doen in het licht van wat de Cursus ons leert. Dit artikel is het resultaat van een jarenlang overdenken van deze vraag. Het artikel bestaat in wezen uit twee delen. Eerst gaan we kijken naar de negatieve kant van wat de Cursus over de natuur zegt of indirect beweert. Vervolgens kijken we naar de positieve kant. Zoals altijd kan ik er geen aanspraak op maken exact uit naam van de Cursus te spreken. Maar daar waar ik misschien controversieel ben heb ik geprobeerd mijn opvattingen met passages uit de Cursus te ondersteunen.
Een eerlijke kijk op de natuur
Hoe je naar de natuur kijkt hangt voor een groot deel af van je beoordelingsmaatstaf. Als je dat wat wij natuur noemen vergelijkt met de situatie op de maan of op Saturnus, dan komt de natuur er vrij goed van af. Er is een verbazingwekkende overvloed aan leven. Tierig weelt het groen, en uit nagenoeg elk kiertje ontspruit leven. Zo ver het oog reikt kruipen of vliegen er dieren en insecten. De ontelbare massa's levende wezens zijn over het algemeen voorzien van voedsel, lucht en water die ze voor hun overleven nodig hebben. Over het geheel genomen zijn de uiteenlopende individuen en ecosystemen met elkaar verweven in een geordend, harmonieus en bijna gearrangeerd geheel waarin elk deel opgaat in een onbewust samengaan met ieder ander deel in de voortgang en evolutie van het geheel. Op elk niveau is er sprake van grote schoonheid en een fenomenale complexiteit aan intelligent ontwerp. Het zou zeker een heel stuk beroerder kunnen zijn. En dat is het dan ook op plaatsen als de maan of Saturnus.
Aan de andere kant zou het echter ook veel beter kunnen, en dat brengt ons bij de vraag: hoe zou het zijn als we een andere beoordelingsmaatstaf hanteerden? Wat als we de natuur niet beoordelen naar hoe verkeerd dingen zouden kunnen gaan, maar hoe goed ze zouden kunnen gaan? Dit is exact wat de Cursus doet. Hij zegt dat de Hemel datgene is wat volkomen natuurlijk is. Alles wat minder dan de Hemel is, is onnatuurlijk. Laten we daarom eens naar de natuur kijken in het licht van de Hemel.
Hoe ziet de Hemel er eigenlijk uit? Volgens de Cursus is de Hemel volkomen voorbij aan woorden, maar er zijn bepaalde woorden die er dichterbij komen dan andere. Het meest kenmerkende woord is misschien wel 'onbegrensd'. De Hemel wordt gekenmerkt door onbegrensde liefde, onbegrensde vreugde, onbegrensde vrede en grenzeloze volmaaktheid. Hij heeft geen beperkingen, want beperkingen zijn grenzen. Hij heeft geen vormen, want vormen zijn grenzen. Er bestaan geen afzonderlijke individuen, want een individu is een begrensd wezen. Er is louter één enkele grenzeloze uitbreiding van bewustzijn in een staat van vormeloze extase: God. Wij allen en al wat leeft zijn simpelweg delen of aspecten van dit ene Zijn. En er is enkel één grenzeloos, onveranderlijk ogenblik, en dat is de eeuwigheid.
In vergelijking hiermee schiet de natuur ernstig te kort. Want alles in de natuur is begrensd. In feite is de natuur zelf niet meer dan één grote verzameling van verschillende vormen van beperking. Zeker zijn vele van deze vormen prachtig, maar valt de schoonheid van kleine begrensde vormen te vergelijken met de schoonheid van het vormeloze en oneindige? Zeker is er vreugde in de natuur, maar hoe kan het kleine beetje vergankelijke vreugde van deze wereld de Vreugde van God benaderen? De natuur bevat inderdaad leven, maar al deze levens zijn beperkt. Het zijn nietige individuen, slechts stipjes waarvan het leven voorbijflitst in een minuscuul ogenblik van de kosmische klok.
En de natuur is meer dan alleen beperking. Ze is oorlog. Om in leven te blijven moet elk afzonderlijk levend wezen met zijn omgeving oorlog voeren. Het moet andere levende wezens opeten enkel om zelf in leven te blijven. Elk wezen hier leeft van de dood. Maar het kan alleen maar zo doorgaan tot het ook sterven moet om op zijn beurt voedsel te worden voor de een of andere hyena, aasgier, worm, bacterie of mens, eveneens weer gedoemd om te sterven. Dood is in feite de voornaamste 'realiteit' van deze wereld. Leven moet eindigen in dood, en terwijl het leeft komt zijn eigen leven voort uit de dood van anderen.
En terwijl we achteroverleunen en van de natuur genieten, kijken we, meer dan naar wat ook, naar een niet aflatende oorlog, een universeel strijdgewoel waarin elke boom, struikgewas, insect, vis, hagedis, vogel en zoogdier enkel tracht te overleven door te verorberen wat het maar kan. We kijken naar een wanhopig spel van overleven, waarbij overleven het doel is opdat het hele systeem door kan gaan; waarin juist de gehele lichamelijke vorm van elk schepsel, de complete structuur van zijn lichaam, zowel binnen- als buitenkant, ontworpen is om te eten en zelf niet gegeten te worden, en om lang genoeg in leven te blijven om zich voort te planten en het spel gaande te houden.
De Cursus is zich intens bewust van deze meer realistische kijk op de natuur, in tegenstelling tot de romantische en idyllische voorstelling die velen van ons koesteren. Hij realiseert zich dat de natuur prachtig kan zijn om uit te rusten en zich te bezinnen, maar dat het ook behoorlijk ellendig kan zijn om erin te leven. Bijvoorbeeld:
… en al de wetten die [de wereld] schijnen te regeren zijn de wetten van de dood. Kinderen worden met pijn en in pijn in deze wereld geboren. Hun groei gaat gepaard met lijden en ze leren wat leed is, afscheiding en dood. Hun geest lijkt opgesloten in hun hersenen, en de krachten daarvan lijken af te nemen wanneer hun lichaam pijn lijdt. Ze lijken lief te hebben maar ze verlaten en worden verlaten. Wat ze lief hebben schijnen ze te verliezen, wellicht de meest krankzinnige overtuiging van allemaal. En hun lichamen kwijnen weg, hun adem stopt en ze worden onder de grond gelegd, en zijn niet meer. Niet een van hen die niet gedacht heeft dat God wreed is. (T-13.in.2:4-11)
De dood is de centrale droom waaruit alle illusies voortkomen. Is het geen waanzin over het leven te denken als geboren worden, verouderen, aftakelen en sterven aan het eind? Het is de enige vaste, onveranderlijke overtuiging van de wereld dat alles erin slechts geboren wordt om te sterven. Dit wordt beschouwd als 'de loop der natuur' waaraan niet mag worden getornd, maar die als de 'natuurlijke' levensweg dient te worden geaccepteerd. Het cyclische, het veranderlijke en onzekere, het onbetrouwbare en het onbestendige dat op een bepaalde manier en langs een bepaald pad toe- en afneemt, - dit alles wordt gehouden voor de wil van God. En niemand vraagt zich af of een goedaardige Schepper dit wel kan willen. (H27.1:1-2,4-7)
Uit de bovenstaande passage kunnen we twee conclusies trekken. Ten eerste: de natuur is onnatuurlijk. Leven, grenzeloos en zonder tegenstellingen, dát is wat natuurlijk is. En de natuur wordt gekenmerkt door begrensd leven dat door de dood wordt omringd, afgebroken en staande gehouden. Ten tweede: God heeft de natuur niet geschapen, oftewel het fysieke universum waarin ze verblijft. Dit herhaalt de Cursus keer op keer. Als God de natuur had geschapen zou Hij wreed zijn. Door het scheppen van het universum en de 'natuurlijke' systemen zou Hij begrenzing geschapen hebben, verganke-lijkheid, pijn, oorlog, en bovenal de dood. Waarom zou Hij dat doen als Hij het grenzeloze kan scheppen? Waarom zou Hij deze wereld willen maken, tenzij Hij een tamelijk gemeen trekje had?
Dit is uiteraard niets nieuws. De harde natuur van het leven in deze wereld is misschien wel de enige en grootste reden voor gebrek aan godsdienstig vertrouwen. Theologen - helemaal teruggaand tot Job - hebben ermee geworsteld om onder de naam van 'het vraagstuk van het kwaad' God met het kwaad van deze wereld te verzoenen. Darwins theorie betreffende de overleving van de sterksten beschadigde het godsdienstige vertrouwen misschien wel net zoveel door te onthullen dat de wereld die God vermoedelijk voortgebracht had geregeerd werd door de wet van oog om oog en tand om tand, als door te verklaren dat de mens van de apen afstamt. Al met al zien we dat nadenkende mensen God eeuwenlang hebben verworpen, gebaseerd op het feit dat pijn, kwaad en onrechtvaardigheid onlosmakelijk verbonden zijn met het leven op aarde.
Maar God heeft het leven op aarde niet gemaakt. Dat zegt de Cursus. Als Hij het niet deed, wie dan wel? Volgens de Cursus deden wij het. De natuur, de aarde en het fysieke universum zijn allemaal één grote collectieve droom. Laten we de twee woorden 'collectieve droom' er eens uitlichten en ze één voor één bekijken.
Een droom
We zullen beginnen met het woord 'droom'. Het feit dat de wereld een droom is houdt meerdere dingen in. Eerst en vooral natuurlijk betekent het dat de wereld niet werkelijk is. Ze is een illusie, een begoocheling.
Wat het tevens inhoudt is dat de wereld niet eens een plaats is. Ze is louter een bundel voorstellingen in onze geest. Denk aan je nachtdromen. Tijdens het ontwaken realiseer je je dat de plaats waarover je droomde geen werkelijke plaats was, maar enkel een verzameling van beelden in je geest. Dus jij bevond je niet in de droom. De droom bevond zich in jou. Alle beelden daarin waren simpelweg meubelstukken in jouw geest. En zo is het ook met de droom van deze wereld. Niet jij bevindt je erin, maar hij bevindt zich in jou.
Het woord 'droom' houdt verder in dat al deze beelden, gebeurtenissen en handelingen in de droom (louter) droomsymbolen zijn. Ze komen voort uit gedachten, gevoelens en houdingen binnen de geest en zijn daarom weerspiegelingen of symbolen ervan. We weten allemaal dat wat we 's nachts dromen veroorzaakt wordt door wat in ons onderbewuste omgaat. Als we bijvoorbeeld een nachtmerrie hebben gaan we ervan uit dat er een paar hevige angsten in ons onderbewuste woelen.
Hoe moeten we dan de droom van de wereld interpreteren? Als de beelden, gebeurtenissen en verwikkelingen van de 'natuurlijke' wereld symbolen zijn, welke onbewuste overtuigingen symboliseren ze dan? En welke overtuigingen koesteren we dan wel? Op de eerste plaats kan het niet anders zijn dan dat we geloven in afscheiding, want alle droomsymbolen in de natuur zijn afgescheiden van elkaar. Ten tweede moeten we geloven in beperking, en wel om dezelfde reden. Ten derde moeten we geloven in gebrek. Kijk naar het droomsymbool van onze lichamen. Ze hebben voortdurend voedsel nodig. Hun behoeftigheid is zo fundamenteel dat ze nooit werkelijk 'gevuld' of voldaan zijn, want zelfs als we onze lichamen voeden, hebben ze binnen een paar uur opnieuw een tekort. Ze moeten dus droomsymbolen zijn van het geloof in gebrek. Op de vierde plaats moeten we geloven in kwetsbaarheid, want alle droomsymbolen van de wereld worden gemakkelijk beschadigd en hebben voortdurend bescherming nodig. Op de vijfde plaats moeten we geloven in aanval, want alles moet aanvallen enkel om te overleven, om in de lichamelijke behoeften te voorzien. Tenslotte moeten we geloven in schuld. Schuld zegt dat we straf en dood verdienen, en de wereld waarvan we dromen houdt nooit op om ons te straffen vanaf onze geboorte tot het moment dat ze ons uiteindelijk doodt. Daarom zegt de Cursus:
De wereld die je ziet is het waansysteem van hen die gek geworden zijn van schuld. Kijk nauwlettend naar deze wereld en je zult beseffen dat dit zo is. Want deze wereld is het symbool van straf, en al de wetten die haar schijnen te regeren zijn de wetten van de dood. (T-13.in.2:2-4)
Al met al moeten we wel geloven dat het leven tegengesteld is aan en verslagen wordt door een tegenwerkende kracht, 'dat er krachten overwonnen dienen te worden om überhaupt te kunnen leven' (P.2.V.1:5). We moeten wel geloven dat het leven in afzonderlijke delen gesneden kan worden, dat het beperkt, leeg en behoeftig gemaakt kan worden, dat het aangevallen en gekwetst, uitgeput en uiteindelijk gedood kan worden. We moeten wel in de dood geloven.
We moeten niet alleen maar daarvan overtuigd zijn, maar ook vastbesloten om onszelf dit te bewijzen. De Cursus zegt dat dit de duistere drijfveer is achter het voortbrengen van deze droom. Als ons geloof in afscheiding, beperking, gebrek enzovoort niets anders dan een reeks overtuigingen in onze geest is, dan zijn die erg onbestendig. Want we weten allemaal dat overtuigingen fout kunnen zijn en aan verandering onderhevig. Als we nu een droom voortbrengen die deze overtuigingen symboliseert, om vervolgens te vergeten dat het slechts een droom is, verandert de situatie volledig. Want door te vergeten dat het een droom is lijkt het nu werkelijk te zijn en onafhankelijk van onze geest te bestaan. En zo zijn afscheiding, beperking, gebrek en dood die de droom karakteriseren, niet langer alleen maar overtuigingen. Nu lijken ze deel uit te maken van de hele constructie van de werkelijkheid. Daarom dient de droom van de wereld als middel om de werkelijkheid van onze verkeerde opvattingen te 'bewijzen'.
Een collectieve droom
Laten we nu eens teruggaan naar het woord 'collectief'. Een van de redenen waarom het zo moeilijk is te beseffen dat deze wereld een droom is komt omdat hij, in afwijking van onze nachtdromen, zo ongelofelijk reusachtig, ingewikkeld, consistent en hardnekkig is. Dit komt volgens mij doordat dit noch een vluchtige, noch een individuele droom is. Hij wordt gedroomd vanuit een buitengewoon diep deel van onze geest dat voortdurend in contact staat met de geesten van alle levende wezens. Daarom is de droom afkomstig van een veel dieper niveau van de geest dan waar onze nacht-dromen vandaan komen, een niveau van de geest dat dichter staat bij de grenzeloze intelligentie van ons Christus-Zelf.
Dit alles komt erop neer dat de droom van het fysieke universum gedroomd wordt door een immense oceaan van intelligentie. Deze oceaan wordt gevormd door de diepere lagen van de ontelbare geesten die in de slaap van illusie verloren zijn geraakt. Alle wetten van deze wereld, de wetten van de natuurkunde, de scheikunde, de biologie etc. zijn simpelweg collectieve afspraken tussen de delen van deze oceaan in de geest. Als je al versteld stond van de levendigheid en gedetailleerdheid van je nachtdromen, van de complexiteit van wat je onderbewuste spontaan voort kan brengen, stel je dan de droom eens voor die uit een vele malen dieper en uitgestrekter rijk van de geest voortkomt. Eigenlijk hoef je je dat niet eens voor te stellen. Het enige dat je hoeft te doen is om je heen te kijken.
Daarom zijn de beelden uit ons wakkere leven niet werkelijker dan de beelden in onze nachtelijke dromen. Ze zijn alleen duurzamer, complexer en meer samenhangend, omdat ze vanuit een veel dieper en ruimer niveau van de geest gedroomd worden. Maar het is en blijft niets dan een droom. Het is een reeks beelden die in de geest vastgehouden wordt, voorstellingen die zullen verdwijnen zodra de geest ermee ophoudt ze te dromen.
De aarde is niet ons thuis
Nu kunnen we teruggaan naar de aanvankelijke lijst van opvattingen omtrent de natuur. Zelfs al waren sommige opvattingen in conflict met andere, ze deelden allemaal eenzelfde basisovertuiging. Allemaal veronderstelden ze dat de aarde ons thuis is, dat zíj ons voortbracht, dat zíj ons onderhoudt, dat dit de plek is waar we leven en sterven. Denk eens na over het woord 'thuis' en wat dat inhoudt. Jouw thuis is daar waar je hoort, waar je past. Als iets jouw thuis is, dan wordt aan de hand daarvan bepaald wat je bent. Als de aarde ons thuis is, dan moeten we van dat soort zijn dat past bij dat huis: nietige, kwetsbare fysieke schepselen die andere schepselen moeten verslinden om te overleven voordat we zelf onvermijdelijk verslonden worden. Is dit al wat we zijn? Is dit het beste waar een onbegrensde Schepper toe in staat is?
Gelukkig is de aarde niet ons thuis. Ze is niet onze moeder. God is onze Moeder. God is ons thuis. God is Degene Die ons schiep, God is Degene Die voor ons zorgt, God is waar we leven, en in God zullen we nooit sterven. En ondanks dat we op aarde schijnen te leven, leven we feitelijk in God, nu, op dit moment, enkel dromend van de aarde. Zoals de Cursus zegt: 'Jij bent thuis in God, terwijl je droomt van ballingschap, maar je bent volmaakt in staat tot de werkelijkheid te ontwaken … ' (T-10.1.2:1). ' … God schiep jou als een deel van Hem. Dat is tegelijkertijd waar je bent en wat je bent' (T-6.II.6:2-3). Anders gezegd: de aarde is niet ons thuis. God is ons thuis. We maken geen deel uit van de aarde. We maken deel uit van God.
Wat zou de droom van de aarde anders kunnen zijn dan een poging om een vervangende woonplaats te bouwen, een substituut voor ons werkelijke thuis? De aarde is een bewegende voorstelling van onze poging om aan onszelf onze oorsprong te verklaren, ons leven, onze behoeften en onze lotsbeschikking zonder God. Is het niet vreemd dat je het luchtruim met een telescoop kunt doorvorsen en de aarde met een microscoop kunt onderzoeken - en God nooit ziet? Hij is nergens te zien. Dit fundamentele gegeven is geen foutje in het ontwerp. Het verwijst juist naar het vooropgezette doel van het hele bouwsel. Het fysieke universum is een droom die bedacht is om ons te bewijzen dat we geen deel van God uitmaken, dat Hij ons thuis niet is.
De goede kant van de natuur
Ik denk echter dat de Cursus ook wel wat positieve dingen over de natuur te vermelden heeft. Uit het voorafgaande kun je gemakkelijk de indruk krijgen dat de aarde louter een duistere droom is, en dat er met betrekking tot de planten, dieren, bergen en rivieren niets werkelijk of liefdevol is. Maar door zo ver te gaan denk ik dat we de Cursus verkeerd begrijpen. Wat doen we dan bijvoorbeeld met de volgende passage: 'Denk niet dat jij de wereld maakte. Illusies, ja! Maar wat waar is op aarde en in de Hemel, gaat jou te boven?' (WdI.184.8:1-3)
Voorzover ik het kan overzien zijn er twee redenen om van de natuur te houden en haar te waarderen. Ze komen overeen met de twee manieren waarop de Cursus spreekt over wat hij de werkelijke wereld noemt. Voorzover ik het begrijp betekent de werkelijke wereld zien 1) het tijdloze licht waarnemen achter elke vorm in deze wereld, en 2) de liefdevolle gedachten waar-nemen die meewerkten bij het maken van deze wereld. We zullen ze één voor één bekijken.
1. Achter iedere verschijningsvorm bevindt zich een deel van God
Vanuit het standpunt van de Cursus wordt elk menselijk lichaam met een deel van het Zoonschap in verband gebracht. Dit betekent dat er voor elk menselijk lichaam een slapende geest in de Hemel bestaat, een deel van de Christusgeest die droomt dat hij in dat lichaam leeft. Er is sprake van een geest die denkt min of meer dat lichaam te zijn, geboren te worden met diens geboorte en te sterven met diens dood. Als Course-studenten is het onze taak om de dromer van de droom te scheiden: om voorbij het lichaam te zien naar de dromende geest. Want deze geest is als deel van God eeuwig, hij is iets dat we zonder enig voorbehoud kunnen liefhebben.
Nu legt de Cursus er eveneens sterk de nadruk op dat dit ook voor dieren geldt, door de herhaalde zinsnede 'alle levende wezens' [engl.: all living things]. Deze zinsnede houdt in dat er voor elk dierenlichaam een slapende geest in de Hemel bestaat die in dat lichaam denkt te leven. En zo verdienen dieren dezelfde onvoorwaardelijke liefde en heilig respect als mensen.
En hoe zit het met de planten? Hoe zit het met levenloze voorwerpen als gesteente of meubilair? Ik geloof dat de Cursus er overduidelijk in is dat ook dit lichamen zijn die voor dromende geesten in de Hemel staan. Laten we eens naar de volgende passage kijken:
Ik dank Je, Vader, omdat ik weet dat Je elke smalle kloof zult komen dichten die ligt tussen de gebroken stukken van Jouw Heilige Zoon … Hoe heilig is het kleinste korreltje zand, wanneer het als deel van het voltooide beeld van Gods Zoon herkend wordt. (T-28.IV.9:1,4)
Dit lijkt zeker te zeggen dat een korreltje zand een van de 'gebroken stukken' van het Zoonschap is. Hoe is dat mogelijk? Misschien is het enkel beeldspraak, enkel dichterlijke vrijheid. En alsof onze gedachten gelezen worden beantwoorden de aansluitende zinnen direct onze vraag en nemen alle twijfel weg:
De vormen die de gebroken stukken lijken aan te nemen betekenen niets. Want het geheel is in elk ervan. En ieder aspect van Gods Zoon is precies hetzelfde als elk ander deel. (T-28.IV.9:5-7)
Met andere woorden, als jij denkt dat een zandkorreltje geen deel van Gods Zoon kan zijn zoals jij dat ook bent, herinner je dan: 'De vormen die de gebroken stukken lijken aan te nemen betekenen niets'. Het is duidelijk dat de Cursus zegt dat ongeacht de vorm - of het nu een menselijk lichaam, een dierlijk lichaam, een plant of een zandkorrel is - achter alles een 'gedeelte', een 'stukje', een 'aspect' van de Geest van Gods Zoon aanwezig is.
Les 28 en 29 hebben dezelfde strekking met betrekking tot een tafel. Dit kan dermate lastig te geloven zijn dat ik ter verduidelijking graag één voor één naar de beweringen omtrent de tafel wil gaan kijken.
1. Er wordt gezegd dat als we vanuit de visie van Christus naar een tafel kijken deze 'oneindig waardevol' wordt (WdI.28.5:2). Alleen wat God schept heeft oneindige waarde. De tafel moet dus door God geschapen zijn.
2. We lezen dat de tafel niet 'afgezonderd is, op zichzelf of in zichzelf' (WdI.29.1:2). Dit betekent dat de werkelijkheid van een tafel geen fysieke vorm is, want alle vormen staan op zich. Dus is er iets buiten de fysieke vorm om, iets vormeloos, dat de werkelijkheid van de tafel is.
3. Er wordt gezegd dat de tafel haar werkelijke bedoeling deelt met de bedoeling van 'heel het universum' (WdI.28.5:3). Dit betekent dat een tafel deel uitmaakt van het universum. In de Cursus wordt met 'universum' niet het fysieke universum bedoeld. Het verwijst naar het universum dat God schiep: het Zoonschap. Met andere woorden: een tafel is deel van het Zoonschap.
4.In deze zelfde zinnen wordt ons gezegd dat een tafel in
de bedoeling van het universum deelt en zo 'deelt in de
bedoeling van de Schepper daarvan' (Wdl.29.2:5).
Wederom is de tafel deel van het universum dat God schiep. De
tafel werd door God geschapen; uiteraard niet de vorm van de
tafel, maar de werkelijkheid achter de vorm.
Kortom, datgene waarvan wij denken dat het een tafel is - haar fysieke verschijningsvorm - is niet wat ze is. Voorbij de vorm is er een vormeloos iets dat God geschapen heeft en waarin Hij verblijft. Ergens in de Hemel is er dus een geest die deze tafel droomt te zijn en die één is met en gelijk is aan de onze. Deze geest - wiens huidige staat naar mijn idee vele malen onbewuster is dan de onze - denkt geboren te zijn toen de tafel gemaakt werd. Hij kreunt in doffe pijn als de tafel beschadigd wordt en is vagelijk bang voor de vernietiging ervan. En hoewel de vorm van de tafel illusie kan zijn, is de geest die haar denkt te zijn daadwerkelijk deel van God. Onze vorm (d.w.z. onze lichamen), de vorm van de tafel en alle vormen in de natuur zijn de dromen die wij gemaakt hebben. Maar achter elk ervan bevindt zich een werkelijkheid, door God geschapen.
Dit is wat les 29 volgens mij bedoelt als er staat: 'God is in alles wat ik zie.' In wezen gaat deze les verder door te zeggen dat dit feit 'de algehele basis voor visie vormt' (Wdl.29.1:5). Je zou kunnen zeggen dat de visie van Christus, die ons verlost, inhoudt dat we God in elke verschijningsvorm zien.
Hoe ziet de natuur er dan uit met de visie van Christus? Gebaseerd op het bovenstaande veronderstel ik dat Christus' visie ons in staat zou stellen om automatisch voorbij alle verschijnings-vormen in de natuur te kijken. We zouden ons realiseren dat het niet uitmaakt wat de vorm ook lijkt te zijn, dat zich achter elk ervan de stralende vonken van God bevinden. En zo zouden we, of we nu een eekhoorn, een vogel, een slang, een kever, een struikgewas, een boom of een rivier zien, weten dat ze allemaal hetzelfde zijn, allemaal delen van Gods éne Zoon, dat de 'vormen die de gebroken delen schijnen aan te nemen niets betekenen'. We zouden de gehele uiterlijke verschijning van de natuur kunnen zien als een nauwelijks waar te nemen mist. We zouden de bezielde sterrenschare van een versplinterd Zoonschap kunnen waarnemen die achter de mist ligt die nauwelijks de oneindige schoonheid, zuiverheid en waarde van elk van de onmetelijke stralende fragmenten verbergen kan. We zouden in staat zijn ieder onderdeel zonder enige reserve lief te hebben, groot of klein, bezield of schijnbaar onbezield. En we zouden kunnen zien hoe al deze ontelbare aspecten van God gebukt gaan onder het juk van beperking. We zouden ook zien hoe ze allen onophoudelijk naar huis verlangen: naar het geluk, de veiligheid en volmaakte vrede die ze denken te vinden in voedsel, paren en overleven, maar die enkel gevonden kan worden in God.
Het gegeven dat de hele natuur bezield wordt door het afgescheiden Zoonschap kan volgens mij als uitgangspunt dienen om op een verlichte wijze met mens en milieu om te gaan. Deze benadering van de ecologie zou zich pas in de tweede plaats bezig moeten houden met verschijningsvormen: hoe ze in stand te houden, te beschermen en te zuiveren. Ze zou zich allereerst moeten richten op een liefdevolle relatie met onze andere broeders. We zouden uitgaan van dezelfde principes die de Cursus op menselijke relaties toepast en deze gebruiken in relatie met 'al wat leeft'. Dit betekent eerst en vooral voorbij te zien aan de uiterlijke vorm naar het innerlijke Christuslicht in alles. Maar dit betekent ook dat we, als we dat gedaan hebben, deze visie van liefde in de vorm van concreet gedrag gaan uitdrukken. En je drukt geen liefde uit voor een deel van het Zoonschap dat denkt in een plantenlichaam te leven, door dit plantenlichaam achteloos te beschadigen en te vernietigen, net zomin als je niet liefdevol naar een ander mens toe bent als je zijn lichaam met je auto overhoop rijdt. Zodoende is volgens mij veel van de gebruikelijke ecologie op z'n plaats, maar alleen als het behouden, beschermen en koesteren van verschijningsvormen niet als doel op zich wordt gezien, maar als middel om de liefde naar de geest binnen deze vormen uit te drukken. Dit alles lijkt uiteraard veel op het inzicht dat destijds de spirituele gemeenschap van Findhorn in Schotland inspireerde. En ik denk dat dit inzicht in principe gezond is.
2. De Heilige Geest had een hand in het maken van de wereld
Dit onderwerp vraagt om een zorgvuldige aanpak, want de Cursus is er heel duidelijk in dat de wereld onze droom is, dat ze in de eerste plaats ons idee was en dat wij haar bedacht hebben. Maar ik denk dat het evenzo duidelijk is dat de Heilige Geest een vinger in de pap had oftewel het ontwerp van de fysieke wereld in zekere mate beïnvloedde.
De eerste aanwijzing hiervoor vinden we in het begin van de Tekst waar gezegd wordt dat 'de Verzoening in het geloof in ruimte en tijd ingebouwd werd …' (T-2.II.5:1). Omdat het geloof in tijd en ruimte de oorzaak is van het fysieke universum, is het een erg belangrijk gegeven dat de Heilige Geest de Verzoening in dat geloof heeft ingebouwd. Het betekent namelijk dat het fysieke universum de uitbeelding moet zijn van zowel ons geloof in tijd en ruimte alsook van de Verzoening die in deze overtuiging werd ingebed.
Die wordt echt duidelijk wanneer de Cursus de werkelijke wereld beschrijft. Terwijl de wereld uit alle vormen bestaat die wij gemaakt hebben, is de werkelijke wereld de totale som van alle liefdevolle gedachten die het ontstaan van deze vormen binnengingen. 'De liefdevolle gedachten die de geest [van Gods Zoon] in deze wereld waarneemt zijn de enige werkelijkheid van de wereld' (T-11.VII.2:2). 'Van al wat jij gemaakt hebt, is de werkelijke wereld het enige dat de Heilige Geest voor jou heeft bewaard...' (T-11.VII.4:9). 'In de werkelijke wereld … [worden er] alleen liefdevolle gedachten waargeno-men' (T-11.VIII.10:1-2). '…alleen de liefdevolle gedachten van Gods Zoon [maken] de werkelijkheid van de wereld uit ...' (T-12.III.7:1).
Ik denk dat het door de toon van de Cursus duidelijk wordt dat de meerderheid van de gedachten die deze wereld maakten niet liefdevol was. En dit wordt weerspiegeld in de patronen van aanval, vernietiging en dood die in deze wereld universeel zijn. Tegelijkertijd zegt de Cursus heel duidelijk dat er ook liefdevolle gedachten bij het maken van deze wereld aanwezig waren. En ook zij moeten op de een of andere manier in de vormen der natuur weerspiegeld worden.
Hoe weerspiegelt of symboliseert de natuur de liefdevolle gedachten die haar ontstaan binnengingen? Dit is een makkelijke vraag, want in alle opzichten impliceert de Cursus dat gezonde en levendige vormen symbolen zijn van geheeld of liefdevol denken. De Cursus beweert bijvoorbeeld consequent dat een gezond menselijk lichaam het droomsymbool is van een gezonde geest. Op dezelfde manier wijst de Cursus er regelmatig op dat een gezonde, overvloedige en levendige natuur eveneens een droomsymbool is van geheeld denken. Zo vertelt hij ons dat de heelwording van de geest, die door het doen van een Werkboekles tot stand komt, een gebroken vleugel van een vogel kan helen of een opgedroogde stroom weer opnieuw kan laten stromen (WdI.109.6-7). En tenminste drie keer (T-18.VIII, T-26.IX en WdII.13) suggereert de Cursus dat omstandigheden van onvruchtbaarheid en verlatenheid symbolen van het ego zijn, terwijl ontspruitend leven een symbool van geheeld denken is.
Daarom kunnen we ervan uitgaan dat de Cursus de elementen van de natuur die gezondheid, schoonheid, leven, overvloed, harmonie, orde en samenwerking weerspiegelen, als producten ziet van de liefdevolle gedachten die mee in deze wereld kwamen. Deze aspecten van de natuur zijn droomsymbolen van liefde. Daarom is de Cursus helemaal niet tegen het aanschouwen van schoonheid in de natuur, want de mooie vormen kunnen ons leiden naar de mooie gedachten erachter. En deze gedachten zien betekent de werkelijke wereld zien.
Het idee dat gezonde, liefdevolle gedachten de schoonheid in de natuur hebben voorgebracht wordt in de paragraaf 'De vergeven wereld' heel duidelijk gemaakt. Daar wordt ons gezegd:
De Grote Omvormer van de waarneming zal samen met jou zorgvuldig de geest gaan onderzoeken die deze wereld heeft gemaakt, en de schijnbare redenen waarom jij die gemaakt hebt voor je blootleggen. In het licht van de werkelijke rede die Hij brengt wanneer je Hem volgt, zal Hij jou tonen dat hier helemaal geen rede is. (T-17.II.5:2-3)
Anders gezegd, de Heilige Geest wil jouw motieven achter het maken van deze wereld aan het licht brengen en je tonen dat het jouw eigen waanzin was die haar maakte. Maar er zijn cruciale woorden aan toegevoegd:
Zelfs wat de Zoon van God in zijn waanzin heeft gemaakt, kan niet verstoken zijn van een verborgen vonk van schoonheid, die door zachtmoedigheid kan worden bevrijd. (T-17.II.5:3)
Dit betekent dat er zich zelfs in de waanzin die deze wereld gemaakt heeft, een sprankje geestelijke gezondheid bevond: er waren enkele liefdevolle gedachten aanwezig. En ook al hebben deze liefdevolle gedachten minder invloed op het maken van de wereld, ze zijn nog steeds aanwezig. En ze worden zichtbaar uitgedrukt in de vormen der natuur. De Cursus maakt dit in de volgende alinea volkomen duidelijk:
Al deze schoonheid zal oprijzen om je zicht te zegenen wanneer jij de wereld met vergevende ogen ziet … Het kleinste blaadje wordt iets wonderbaarlijks, en een grassprietje een teken van Gods volmaaktheid. (T-17.II.6:1,3)
Het blaadje en het grassprietje zijn dus 'tekenen' of symbolen van de gedachten die hen maakten. En aangezien zich er een paar liefdevolle gedachten bij hun ontstaan voegden, zijn er aspecten van het blaadje en van de grasspriet die symbolen van liefde zijn (zelfs 'van Gods volmaaktheid'). Laten we dit veralgemenen: de natuur bevat elementen die getuigen van het liefdevolle en gezonde denken dat deel uitmaakte van het dromen van deze wereld. In feite kunnen we - als we met de ogen van vergeving kijken (zoals deze paragraaf verzekert) - overal symbolen van liefde waarnemen, zelfs in wat we doorgaans als alledaags beschouwen zoals bladeren of grassprietjes. Vergeving kan schoonheid in de natuur openbaren waar wij die nooit verwacht hadden.
En uiteraard is het onmogelijk liefdevolle gedachten te denken die de Heilige Geest niet heeft geïnspireerd. Als liefde aanwezig is, dan is Hij in deze liefde. Daarom kan gezegd worden dat de werkelijke wereld, die de gehele som is van alle liefdevolle gedachten ach-ter deze wereld, door de Heilige Geest geïnspi-reerd is: ' … want de werkelijke wereld is het geschenk van de Heilige Geest … ' (T-12.VI.3:6). Daarom wordt in de paragraaf 'Waarneming en keuze' (T-25.III) de Heilige Geest meerdere malen de Maker van de werkelijke wereld genoemd. Kijk bijvoorbeeld eens naar de volgende passage:
Er is een andere Maker van de wereld, die tegelijk de Corrector is van het dwaze geloof dat er iets tot stand gebracht en instandgehouden kan worden zonder enige schakel die het toch binnen de wetten van God houdt; niet zoals de wet zelf het universum zoals God dat geschapen heeft instandhoudt, maar in een bepaalde vorm die aangepast is aan de behoefte die de Zoon van God gelooft te hebben. (T-25.III.4:1)
Mijn interpretatie is als volgt: toen we eenmaal de wereld van haat, van begrenzing en dood begonnen te dromen bracht de Heilige Geest gelijktijdig Zijn correctie van die wereld in ons droomproces in. Hij bouwde in het geloof van tijd en ruimte de Verzoening in. Deze correctie werd een deel van de wereld zelf (waardoor Hij 'een andere Maker van de wereld' genoemd kan worden), een stem op de achtergrond die spreekt van liefde, schoonheid, orde en harmonie in een wereld die
gedomineerd wordt door haat, lelijkheid, chaos en de dood. Je zou kunnen zeggen dat er wetten geweven werden in de droom van het fysieke universum die de liefdevolle wetten van Gods universum, het Zoonschap, weerspiegelden. En zo werd er een verbinding gelegd die de wereld 'nog steeds binnen de wetten van God' houdt.
Daarom heeft de wereld twee steunpilaren. Het onderliggende mentale fundament is voornamelijk ego, maar in het cement van dit fundament werd een soort oplosmiddel gemengd, een correctie voor het ego - de Heilige Geest. En deze beide steunpilaren worden afgebeeld in de vormen van de natuur en uitgewerkt in haar drama's en taferelen.
Als we dit aan onze discussie over liefdevolle gedachten toevoegen kunnen we zeggen dat de Heilige Geest in staat was ons droomproces binnen te gaan dankzij de toestemming die Hem door onze liefdevolle gedachten gegeven werd. Door met deze liefdevolle gedachten te werken bood Hij tegenwicht aan de haatgedachten die het droomproces be-heersten, en zorgde hij ervoor dat er in deze wrede en harde wereld voortdurend herinneringen of droomsymbolen van ons werkelijke thuis zouden zijn. Hij liet ons Zijn oproepen overal na: in de schoonheid van bloemen, de gratie van dieren, de pracht van zonsondergangen en in de grootsheid van de sterrenstelsels.
Deze schitterende vormen kunnen ons bij onze spirituele groei behulpzaam zijn. We zien de werkelijke wereld niet met onze ogen, want het is een gedachtenwereld die we met onze geest zien. Dit aanschouwen betekent mentaal de liefde gewaarworden, de helende gedachte die in deze wereld aanwezig is. Toch kunnen we met deze gedachte in aanraking komen door ons te verdiepen in de vormen die zij maakte. Want deze vormen hebben de mogelijkheid om de liefde erachter aan onze geest over te brengen. Het symbool kan ons naar datgene brengen wat er mee gesymboliseerd wordt.
Als we dus de natuur ingaan en naar de schoonheid van een beekje, een boom of een gebergte kijken, de complexe schoonheid die de microscoop ons onthult bekijken of de grootsheid die de telescoop openbaart, dan kunnen we tegen onszelf zeggen: 'Wat een schitterend droomsymbool van ons werkelijke thuis'.
Samenvatting
Het beeld dat de Cursus van de natuur schetst, zoals ik dat begrijp, is fascinerend. De Cursus kijkt nuchter naar de natuur, ongepassioneerd, zonder romantische waas voor ogen. Hij ziet dat de natuur een toonbeeld is van begrensd leven dat tegengewerkt en geregeerd wordt door de dood. En omdat de werkelijkheid oftewel de Hemel onbegrensd leven is, zonder één enkele tegenstelling, kan de natuur niets anders zijn dan een illusie. Ze kan onmogelijk de schepping van God zijn, maar is een droom van onszelf, een droom die uitmondt in een onmetelijke rusteloze oceaan van slapende geesten in de Hemel. Deze droom is de uitbeelding van ons geloof dat we afgescheiden zijn, beperkt, gebrekkig, kwetsbaar, aanvallend en schuldig. Hij getuigt van ons geloof dat het onbegrensde leven van de Hemel verminderd, gekwetst, in stukken gebroken en uiteindelijk gedood kan worden. Het is een beeld van onze overtuiging dat we God uit ons leven kunnen bannen, dat we een plek kunnen maken die Hem buitensluit en die we daadwerkelijk ons thuis noemen.
Toch bevinden zich in deze duistere droom sprankjes van licht. Achter elke begrensde vorm van de natuur bevindt zich één van de schitterende geesten die dit geheel gedroomd heeft. Deze geest is slapende in wat hij werkelijk is, hij is misleid en verward. Toch blijft hij net zo onschuldig en mooi als vanaf het eerste moment van zijn schepping, want in de Hemel bestaat er slechts één ogenblik.
En zelfs in de oceaan van duistere gedachten die deze wereld droomden werden liefdevolle gedachten geweven, door de Algeest geïnspireerde gedachten. Deze liefdevolle gedachten vinden hun weerspiegeling in de mooie verschijningsvormen en patronen van de natuur. En een geest die werkelijk met deze gedachten in contact staat zal in de natuur schoonheid waarnemen ver voorbij wat normaliter gezien kan worden.
De natuur is niet ons thuis. Ze is geen geschikte verblijfplaats voor de Zoon van God. Ze is één voortgaande oorlog. Maar er is ruimte om haar lief te hebben en te waarderen. Het is onze taak om onze broeders lief te hebben en voor hen zorg te dragen, voor de ontelbare gebroken stukken van de Zoon van God die achter de talloze verschijningsvormen van de natuur liggen. En het is onze taak om de schitterende vormen der natuur als droomsymbolen te zien, droomsymbolen van een bovenaardse schoonheid die onze fysieke ogen nooit zullen aanschouwen.
Return to top | Send Reader Feedback | View Reader Feedback | Printer friendly version
Dear friend: We offer the materials on this website to you in the hope that they can serve you well on your journey home. Your continuing donations support the work of the Circle of Atonement. Thank you.
Click here to make a Donation.
This material is copyrighted by the Circle of Atonement, P.O. Box 4238, W. Sedona, AZ 86340. All rights reserved. The opinions expressed are the personal interpretation and understanding of the author(s).
Please report problems to the webmaster.
