Eén boek - één visie
door Robert Perry, Greg Mackie, Allen Watson, Mary Anne Buchowski, and Nicola Perry
Wij van de Circle, en in het bijzonder zij die voor de Circle schrijven (Robert Perry, Allen Watson en Greg Mackie) worden al jaren regelmatig door studenten gevraagd om de relatie tussen ons onderwijs en dat van Ken Wapnick te verhelderen. Deze studenten weten dat zowel Ken Wapnick als The Circle of Atonement proberen de Cursus nauwkeurig weer te geven en toch zijn ze zich er ook van bewust dat wij van de Circle de Cursus anders zien. Dit zorgt voor verwarring bij de studenten, waarvan er velen zowel de Circle als Ken Wapnick als gezaghebbende bronnen van onderwijs beschouwen.
Uiteindelijk hebben we besloten dit onderwerp aan te pakken. In dit artikel zul je een lijst van overeenkomsten en verschillen aantreffen tussen ons onderwijs en dat van Wapnick. Deze lijst zal niet uitputtend zijn, maar we hebben geprobeerd haar zo nauwkeurig mogelijk te maken. Het is niet eenvoudig iemands opvattingen zo beknopt weer te geven zoals wij dat gedaan hebben. Maar om zo getrouw mogelijk de visie van Wapnick te presenteren, hebben we hem heel vaak in zijn eigen woorden geciteerd. Verder hebben we geprobeerd op die gebieden waarop zijn onderwijs van het onze verschilt en hij (schijnbaar onverenigbare) zaken onderwijst, vast te leggen waar Wapnick de grootste nadruk op legt. Voorafgaand aan de lijst van overeenkomsten en verschillen geven we een korte verklaring waar volgens ons deze verschillen en overeenkomsten vandaan komen.
(Dit artikel bevat in het origineel 76 (!) bronverwijzingen. Het Engelstalige origineel mét deze voetnoten kun je vinden op http://www.circleofa.org/articles/BigPicture.php )
Nog een laatste opmerking: het doel van dit artikel is niet om door redeneringen en bewijsmateriaal onze eigen inzichten te staven. Daarom zijn er ook geen verwijzingen naar de Cursus aan onze opvattingen toegevoegd. In ons boek One book, two visions geven we onze inzichten meer volledig weer en ondersteunen we ze vanuit de Cursus. Maar dit artikel is louter bedoeld om onze visie en die van Wapnick zo objectief en neutraal mogelijk weer te geven.
DE OVEREENKOMSTEN
De overeenkomsten tussen het onderwijs van Wapnick en dat van de Circle lijken voort te komen uit wat we allebei belangrijk vinden: om zo getrouw mogelijk aan de Cursus te zijn. We willen allebei ten diepste recht doen aan de Cursus zoals hij is; we willen zo dicht mogelijk bij de tekst blijven; deze niet met andere opvattingen vermengen en de inzichten die erin staan niet afzwakken, omdat ze anders te radicaal of te extreem lijken. Wij beiden proberen de Cursus zo zuiver mogelijk te presenteren, zonder iets uit zijn verband te rukken of af te zwakken. De belangrijkste overeenkomsten die we gevonden hebben zijn de volgende:
- Er is maar één werkelijkheid, de eenheid van de Hemel. Daarbuiten bestaat niets.
- De wereld, inclusief het hele universum van tijd en ruimte, is een illusie.
- De wereld is niet door God geschapen maar is de projectie van onze waanzin, het resultaat van onze aanval op God.
- De wereld van tijd en ruimte is het gevolg van de afscheiding, een gebeurtenis waarbij één of meer aspecten van de Hemel waanzinnig werden.
- Jezus is (in zekere zin) de auteur van de Cursus.
- De duisternis van het ego-gedachtensysteem te erkennen vormt een cruciaal aspect van de weg van de Cursus; naar het duister te kijken en het los te laten is van wezenlijk belang voor onze verlossing.
- Dit loslaten vindt plaats door middel van vergeving, de kern van het onderwijs van de Cursus.
- Vergeving gebeurt in het kader van onze persoonlijke relaties met andere mensen.
- De Cursus is een educatief programma (of leerplan) voor spiritueel ontwaken. Hij biedt een leerproces, een 'geïntegreerd leerplan', waarin elk boekdeel een eigen rol vervult.
- De Tekst vormt de theoretische grondslag voor Een Cursus in Wonderen. Voor Coursestudenten is het essentieel om de tekst verstandelijk te bestuderen.
- Het Werkboek dient om het gedachtesysteem, dat in de tekst bestudeerd werd, in praktijk te brengen; onze geesten te trainen 'in de lijn die de tekst voor ons uitstippelt' (W.In.1:4).
- De opbouw van de Cursus is symfonisch. Hij introduceert thema's, laat ze even rusten en pakt ze later weer op om ze verder te ontwikkelen.
- De Cursus vormt een uniek, toereikend en compleet spiritueel pad. Door hem met andere opvattingen en onderwijsmethoden te vermengen vertroebelt en verwatert hij. Hij vraagt van de studenten om zijn methoden in praktijk te brengen, en niet die van andere paden. Toch vraagt hij ook van zijn studenten om deze andere paden in ere te houden, zijnde andere vormen van de universele cursus.
DE VERSCHILLEN
De verschillen (tenminste de belangrijkste) komen neer op één enkele vraag: Moet de Cursus voornamelijk letterlijk of voornamelijk metaforisch geïnterpreteerd worden? Wij van de Circle benaderen hem in eerste instantie letterlijk. We zien hem als een 'cursus … die exact bedoelt wat hij zegt' (T8.IX.8:1). Ofschoon ook Wapnick dit citaat aanhaalt om zijn interpretatie van de Cursus te staven, legt hij de nadruk toch heel ergens anders. Hij onderwijst dat alles in de Cursus dat duidt op wat hij 'dualiteit' noemt - wat het grootste deel van de taal van de Cursus uitmaakt ('Jezus' onderricht valt grotendeels binnen een dualistisch kader') - als een metafoor gezien moet worden. Wat is dualiteit? Het is al datgene wat suggereert dat er twee werkelijkheden bestaan: de eenheid van de Hemel en iets anders. Zoals Wapnick het begrip dualiteit beschouwt lijkt het de volgende ideeën in te houden:
- alles wat erop wijst dat God of de Hemel zich bewust is van de afscheiding en er antwoord op geeft
- alles wat schijnbaar erop duidt dat de fysieke wereld echt bestaat
- alles wat lijkt te zeggen dat verlossing bereikt wordt door bepaalde vormen, door fysiek gedrag of het nastreven van bepaalde uiterlijke resultaten
Je ziet dat al deze ideeën op z'n minst zo opgevat kunnen worden alsof ze suggereren dat er naast de eenheid van de Hemel ook nog iets anders bestaat. Volgens Wapnick moeten alle passages die juist dit zeggen, opnieuw geïnterpreteerd worden in het licht van de non-dualistische metafysica van de Cursus, die zegt dat de enige werkelijkheid de eenheid van de Hemel is. Op het eerste gezicht lijken deze passages van dualiteit te getuigen, maar hun werkelijke betekenis is (volgens zijn opvatting) altijd non-dualistisch. Daarom moeten we telkens verder gaan dan de oppervlakte om bij de onderliggende betekenis te komen. En die kan zelfs tegengesteld zijn aan de ogenschijnlijke betekenis: 'Het letterlijk nemen van de woorden in Een Cursus in Wonderen [kan] ertoe leiden … dat de conclusies die eruit getrokken worden precies het tegenovergestelde zijn van wat Jezus in zijn Cursus juist onderwijst.'
Vreemd genoeg leidt ons gezamenlijk streven naar trouw aan de Cursus tot twee verschillende richtingen. Voor de Circle betekent 'de Cursus zuiver interpreteren' om zo dicht mogelijk te blijven bij wat de Cursus zegt. Voor Wapnick betekent het om zich nauwkeurig te houden aan die passages in de Cursus die de zuivere waarheid uitdrukken, en vervolgens de rest van de Cursus te herinterpreteren in het licht van deze zuivere waarheid - om deze passages als het ware te 'zuiveren'. Om het nog eenvoudiger te zeggen: volgens ons is alles in de Cursus 'de zuivere Cursus', terwijl in Wapnick's visie alleen maar zorgvuldig gekozen gedeelten van de Cursus 'de zuivere Cursus' zijn. Dit betekent dat alleen maar deze passages ondubbelzinnig de zuivere waarheid uitdrukken die de Cursus in feite onderwijst. Deze twee verschillende manieren om trouw te blijven aan de Cursus, leiden uiteraard tot twee verschillende zienswijzen over de Cursus zelf, zoals we in de volgende reeks tegenstellingen kunnen zien.
Als je naar deze tegenstellingen gaat kijken zul je natuurlijk ontdekken waar je het met de Circle eens bent of juist met Wapnick, of met geen van beide. We willen je echter op het hart drukken om te proberen er ook met een open geest naar te kijken. Al deze vraagstukken zouden moeten worden beslist in het kader van nauwkeurig onderzoek en verkenning van wat de Cursus zelf onderwijst. Als Coursestudenten hebben we natuurlijk allemaal reeds onze eigen ideeën over zijn onderwijs gevormd, maar deze meningen moeten ideaal gesproken gewijzigd kunnen worden in het licht van wat de Cursus zelf zegt. Niemands mening is heilig. Volgens ons behoren Coursestudenten op de eerste plaats niet trouw te zijn aan de inzichten van de Circle, van Wapnick of van henzelf, maar enkel aan de Cursus zelf.
DE HEMEL EN DE AFSCHEIDING
|
de Circle |
Ken Wapnick |
|
God kan nauwkeurig worden omschreven als een oneindig, vormloos Persoon (zonder de vorm en de beperkingen die we normaliter aan een persoon toekennen). De persoonlijke aspecten van God die de Cursus beschrijft zijn werkelijk: Zijn zorg voor ons als een vader, Zijn verlangen ons te wekken uit een pijnlijke slaap en Zijn hunkering naar ons ontwaken. De Cursus gebruikt dan misschien wel de taal van onze menselijke ervaring om iets duidelijk te maken dat ons bevattingsvermogen te boven gaat, maar dat 'iets' bestaat werkelijk.
|
'De God van Een Cursus in Wonderen … is geen persoon en heeft daarom niet de antropomorfe eigenschappen van de homo sapiens'. Wanneer de Cursus spreekt over de kwaliteiten van God als persoon, wanneer hij gewag maakt van 'een God die iets doet' bijvoorbeeld, dan vertelt hij ons een 'sprookje' omdat we nog maar kinderen zijn. 'Je vertelt kleine kinderen niet dat ze niet bang hoeven te zijn, omdat Papa niet eens weet dat zij bestaan'. |
|
De afscheiding gebeurt wanneer de Godgeschapen delen van Gods Zoon (Zonen genoemd) hun bewustzijn uit de eenheid van het Zoonschap terugtrekken en zich daarmee in een afgezonderde slaaptoestand begeven, waarin ze de afscheiding dromen. |
De afscheiding vindt plaats wanneer de ene Zoon in slaap valt. In een poging de te verwachten straf van God te ontlopen deelt deze ene Zoon zich later op in vele delen. 'Dan [probeert] de Zoon van God - nog steeds verenigd in die ene Zoon - zijn vertoornde achtervolger in de war te brengen door zich in miljarden en miljarden stukken op te splitsen'.
|
|
Ieder van ons is één van deze door God geschapen delen of Zonen. Je ervaart jezelf als een menselijk wezen, maar de 'jij' die er zo van overtuigd is een menselijk wezen te zijn, de 'jij' die er (meestal) voor kiest deze overtuiging te bekrachtigen, is een Zoon van God die in de Hemel slaapt. De 'jij' tot wie de Cursus zich richt is deze slapende Zoon van God. |
Ieder van ons 'is een illusie', een geprojecteerd fragment dat door die ene gespleten geest geprojecteerd wordt. 'Wij allemaal - inclusief de persoon die we als onszelf zien - zijn beelden die door een gespleten geest geprojecteerd worden'. De enige die onze keuzes bepaalt is de keuzemaker, een deel van onze afgescheiden geest dat zich buiten tijd en ruimte bevindt. 'De 'jij' [tot wie de Cursus zich richt] is de keuzemaker.'
|
|
God is zich ervan bewust dat Zijn Zonen in slaap zijn gevallen. Hij weet dat ze noch Zijn Liefde en vreugde ontvangen noch deze uitbreiden. Hij is zich echter niet bewust van de specifieke inhoud van hun droom. |
God is zich niet bewust dat Zijn Zoon in slaap is gevallen. Het standpunt van 'Een Cursus in Wonderen is … dat God zelfs geen weet heeft van zonde, afscheiding en de droom'. 'Als God weet zou hebben van de 'nietige, dwaze gedachte', dan zou die noodgedwongen ook werkelijk moeten bestaan.'
|
|
Gods Antwoord op de afscheiding is het scheppen van de Heilige Geest om Zijn Zonen te laten ontwaken. |
God schept de Heilige Geest niet; Hij ziet daar het nut niet van in. 'God 'geeft', strikt genomen, niet echt een Antwoord - de Heilige Geest - op het ontstaan van de gedachte van de afscheiding'.
|
|
God hoort onze gebeden en geeft telkens antwoord. Hij doet dit door middel van de Communicatieverbinding die Hij tot stand heeft gebracht: de Heilige Geest. Deze verbinding stelt God in staat in contact te blijven met Zijn Zonen: om communicatie te geven alsook te ontvangen.
|
'God hoort onze gebeden niet'. Hoe kan Hij de gebeden horen, die wij in onze staat van afscheiding uiten, als Hij deze staat niet eens kent? |
DE HEILIGE GEEST
|
de Circle |
Ken Wapnick |
|
De Heilige Geest is een uitbreiding van Gods Wezen en is daarom een Wezen dat geschapen is zoals Christus. |
'We kunnen de Heilige Geest beter begrijpen als de herinnering aan Gods volmaakte Liefde die tegelijk met de Zoon 'kwam' toen deze in slaap viel. In die zin is de Heilige Geest niet echt een Persoon Die specifiek en uitdrukkelijk door God geschapen is'.
|
|
De Heilige Geest, die door God geschapen is, bestaat werkelijk en voor eeuwig. |
De Heilige Geest is 'een illusie', 'een symbool', dat niet door God geschapen werd, maar slechts een 'geprojecteerd afgescheiden deel van ons zelf is'.
|
|
De Heilige Geest is actief. Hij is werkzaam in onze geest: Hij onderwijst, leidt en heelt onze geest. En Hij is werkzaam in de wereld: Hij leidt onze beslissingen, Hij voorziet ons van wat we nodig hebben, Hij ontwerpt onze speciale functie en plant de gebeurtenissen in ons leven. |
Omdat de Heilige Geest niets anders is dan een illusie kan Hij niet werkzaam zijn, noch in onze geest, noch in de wereld. 'De Heilige Geest doet in wezen niets'. Zijn schijnbare werkzaamheden zijn niets anders dan het product van onze eigen geest. 'Wat we vragen … ontvangen wij, maar niet van God. Het is onze eigen geestkracht die ons geeft wat onze geest verlangt'.
|
|
De Heilige Geest om leiding vragen krijgt in de Cursus veel nadruk. Als we de Tekst bestuderen leren we het belang van Zijn Leiding in ons leven. Door het Werkboek te doen wordt onze geest geoefend om rustig te worden en Zijn Stem te horen. Als we ons deze vaardigheid eenmaal eigen hebben gemaakt, dringt het Handboek er op aan om als Gods leraar onze beslissingen met betrekking tot onze aardse functie aan Hem over te laten. Naarmate we ons in die zin verder ontwikkelen, wordt Hij in toenemende mate Degene die leiding geeft aan onze geest en aan ons leven. |
De Heilige Geest om specifieke leiding vragen is 'extreem behulpzaam en belangrijk voor die studenten die nog maar net begonnen zijn'. Op dat lage niveau hebben studenten het nodig om in 'het sprookje' te geloven dat God hen in deze wereld zou helpen. Als ze verder komen heeft dit vragen om leiding echter een averechtse werking en wordt een ego-'verdediging tegen de ervaring van [Gods] liefde'. Naarmate ze zich nog verder ontwikkelen, zullen ze zich in toenemende mate realiseren dat de Heilige Geest slechts een symbool is en dat God niet aanwezig is in de droom.
|
JEZUS EN DE BIJBEL
|
de Circle |
Ken Wapnick |
|
De Bijbel kan gekarakteriseerd worden als een onzuivere of vervormde openbaring, waarin het onvervalste onderwijs van de Heilige Geest door de lens van menselijke ego's gefilterd werd. Als zodanig bevat de Bijbel zowel zuivere elementen (die getuigen van een God van Liefde) als onzuivere elementen (die getuigen van een wraakzuchtige God). De Cursus benadrukt de zuivere elementen in de Bijbel en corrigeert of herinterpreteert de onzuivere. |
'De Bijbel … is het verhaal van het ego, met daarin het personage van God als het zelfportret van het ego.' 'Een Cursus in Wonderen … en de Bijbel zijn fundamenteel onverenigbaar'. Het is misplaatst te zeggen dat de Cursus de Bijbel corrigeert, want 'corrigeren houdt in, dat je het fundament van wat gecorrigeerd wordt in stand houdt. Een Cursus in Wonderen daarentegen weerlegt rechtstreeks de basis van het Christelijke geloof, en niets blijft er over van de beginselen, waarop Christenen hun geloof kunnen baseren'.
|
|
De evangeliën omtrent Jezus vertonen zwakke plekken, maar bevatten wel degelijk enige historische waarheid, zowel wat betreft de woorden van Jezus alsook zijn daden. De evangeliën kunnen daarom (vooral dankzij onderzoekers van het Nieuwe Testament) voor ons wat licht werpen op de historische Jezus waardoor opmerkelijke parallellen met de Jezus van de Cursus zichtbaar worden. |
'De Jezus van de Cursus 'is duidelijk dezelfde Jezus die twee duizend jaar geleden op aarde verscheen'. Maar deze Jezus heeft niets te maken met de Jezus uit de evangeliën. Deze Jezus is niets anders dan 'de collectieve projectie van de verschillende schrijvers der evangeliën'. Daarom zijn 'zowel de Jezus uit de Bijbel als die van de Cursus elkaar wederzijds uitsluitende figuren die slechts hun naam gemeen hebben'.
|
|
Jezus is als een persoonlijke tegenwoordigheid bij ieder individu voortdurend en werkzaam aanwezig; hij is beschikbaar om ons te helpen bij onze gedachten en in ons leven, en hij nodigt ons uit tot een echte wederkerige relatie met hem. |
Jezus doet helemaal niets, want hij is net als de Heilige Geest 'een illusie, een symbool'. Wanneer het lijkt alsof een of andere vorm in ons leven van hem afkomstig zou zijn, dan was het in wezen onze eigen geest die vorm gaf aan zijn vormloze en inactieve liefde.
|
|
Jezus ontwierp actief de woorden en ideeën van Een Cursus in Wonderen en dicteerde die aan Helen Schucman. Om tot Helen door te dringen, gebruikte hij opzettelijk vormen waarmee zij bekend was (de Engelse taal, Christelijke symboliek, Freudiaanse psychologie, de vorm van een leerplan en blanke verzen zoals Shakespeare ze schreef.) |
Jezus was niet in actieve zin de auteur van de Cursus, noch was het bepaald zijn bedoeling hem te laten schrijven. Jezus bestaat als een reservoir van vormloze, inactieve liefde die zich buiten tijd en ruimte bevindt. Helen's geest verhief zich om contact te maken met deze liefde, die toen haar geest binnen stroomde zoals water een leeg glas vult. Op die manier kwam de Cursus tot stand. Hij bevat zoveel vormen die typerend zijn voor Helen omdat ze samen het 'glas' vormden dat uitdrukking gaf aan zijn vormloze liefde. 'Het was dus Helen's geest die aan de Cursus zijn vorm verleende'. Jezus leverde slechts de inhoud van vormloze liefde (en hij deed dit zonder een specifieke bedoeling).
|
RELATIES
|
de Circle |
Ken Wapnick |
|
Als we anderen vergeven doen we dit niet alleen voor onszelf, maar ook als een gave aan hen. We willen daarmee hen verlossen, zowel van onze schuldprojecties alsook van hun eigen zelfveroordeling. Dit egoloze en liefdevolle voornemen vormt de grondslag waarom vergeving een weldaad voor onszelf is, want het bewijst ons dat er zich iets zuiver goddelijks in ons bevindt. |
Vergeving wordt metaforisch beschreven alsof ze plaats zou vinden binnen het dualistisch kader van een relatie tussen twee mensen, maar 'heeft met onze broeder niets te maken'. 'In werkelijkheid bestaat er niemand buiten ons, omdat we allemaal … geprojecteerde beelden zijn van één gespleten geest … Daarom betekent vergeving in de voorlaatste plaats dat wij, met behulp van de Heilige Geest, onszelf leren vergeven'.
|
|
Liefde en vergeving naar anderen toe uitbreiden via gedachte, woord en daad is cruciaal voor ons eigen ontwaken. Door te zien hoe liefde van ons uitgaat, door te beseffen dat ze een helend effect heeft op anderen en wij hun dankbaarheid ervaren (mits aangeboden), raken we ervan overtuigd dat de Heilige Geest in ons woont en wij daarom heilig moeten zijn. We accepteren de Verzoening voor onszelf opdat ze door ons heen kan vloeien in de vorm van wonderen die we naar anderen uitbreiden. |
Onze taak bestaat enkel en alleen maar uit het accepteren van de Verzoening voor onszelf. 'De Verlossing van de wereld hangt van [ons] af door eenvoudig dat te doen en niets anders'. Het licht in onze geesten zal dan automatisch de geest van het hele Zoonschap verlichten. Door te proberen mensen buiten onszelf in de wereld te helpen vallen we in de valkuil van het idee, dat er zich buiten ons iets zou bevinden. 'Je kunt anderen niet helen, want als de wereld in ultieme zin een illusie is, wie moet er dan geholpen worden?'
|
|
De Heilige Geest ontwerpt voor ieder van ons een speciale vorm om ons naar anderen toe uit te breiden. Deze vorm is specifiek aangepast aan onze sterke kanten, aan de specifieke tijd en plaats waar we ons bevinden. Dit is onze speciale functie. Het is ons speciale aandeel in het algehele plan voor de verlossing van de wereld. Het maakt deel uit van deze speciale functie dat de Heilige Geest ons in contact brengt met degenen die we moeten helpen. |
Onze 'speciale functie' is eenvoudig de algemene functie om te vergeven. De Heilige Geest roept ons niet op om in deze wereld iets bijzonders te doen. ('Eigenlijk wordt niemand door Jezus of de Heilige Geest geroepen om wat dan ook te doen'). Zich geroepen voelen iets bijzonders te gaan doen is louter het ego dat zijn eigen speciaalheid probeert te vergroten. 'Er is geen betere manier om van de werkelijkheid [van het ego] te getuigen, dan door speciaal uitverkoren te zijn om heilig, speciaal en zeer belangrijk werk in deze wereld te verrichten'.
|
|
In de Cursus is een speciale relatie altijd een relatie met een andere persoon, waar ze beiden actief aan deelnemen. Onze op het ego gebaseerde 'relaties' met zaken anders dan mensen (bijvoorbeeld met alcohol) krijgen een andere naam: afgoderij. Bovendien heeft de uitdrukking 'speciale relatie' (naast de term 'onheilige relatie') altijd betrekking op speciale liefdesrelaties, relaties die er van buitenaf liefdevol uitzien maar onder de oppervlakte vervuld zijn met haat. De enige verwijzing in de Cursus naar de 'speciale haat relatie' heeft, als ze in de context gelezen wordt, in feite betrekking op de speciale liefde.
|
Een speciale relatie bestaat - zoals elke relatie -enkel in iemands eigen geest. Daarom kan iemand zelfs een 'speciale relatie' hebben met levenloze voorwerpen zoals het Werkboek. De Cursus beschrijft twee subcategorieën van speciale relaties: speciale liefdesrelaties (aan de buitenkant vriendelijke relaties) en speciale haatrelaties (aan de buitenkant vijandige relaties). |
|
Zich met anderen in een waarlijk gezamenlijk doel (en zelfs in een gezamenlijke functie) te verbinden is essentieel voor onze verlossing. Alleen door ons met anderen te verbinden kunnen we leren dat we niet die afzonderlijke zelven zijn. Alleen door ons met anderen te verbinden kunnen we leren dat - wie we werkelijk zijn - ook de ander insluit.
|
De poging om zich gedragsmatig met anderen te verbinden is 'een voorbeeld van magie'. Het is in alle opzichten het tegengestelde van wat Jezus ons juist in Een Cursus in Wonderen onderwijst'. 'Het kan niet vaak genoeg gezegd worden dat de enige echte verbinding - en de echte focus van Jezus' onderwijs in Een Cursus in Wonderen - in de verbintenis met hem of de Heilige Geest in onze geest ligt'.
|
|
De heilige relatie is een relatie waarbij twee mensen zich verbonden hebben in een gemeenschappelijk en wederkerig doel. Als dit gebeurt, treedt heiligheid de relatie binnen en leidt deze twee door een proces heen waarin ze geleidelijk hun ego's gaan overstijgen, waarin ze zich steeds meer met elkaar verenigen en een gezamenlijke speciale functie op zich gaan nemen. |
De heilige relatie is geen wederzijdse verbinding tussen twee mensen maar een toestand die alleen maar in de geest van één iemand bestaat, telkens wanneer die ene de ander vergeeft. 'Een heilige relatie … kan alleen maar bestaan in de geest van degene die de relatie waarneemt. Relaties hebben geen heilige vorm, maar alleen een heilig doel. En nogmaals, een doel bestaat alleen in de geest van het individu'.
|
HET PROGRAMMA
|
de Circle |
Ken Wapnick |
|
De Cursus is een educatief programma dat ons leert om geheelde waarneming in onze geest te accepteren en naar anderen toe uit te breiden. Elk deel staat voor een andere belangrijke activiteit en voor een andere fase in het gehele programma (Tekst = studie, Werkboek = oefening, Handboek = uitbreiding). Samen leiden ze ons door één enkel proces waarin zich onze geheelde waarneming in toenemende mate verinnerlijkt; een proces dat zich in elk opeenvolgend deel verdiept. |
De Cursus is een educatief programma dat ons leert geheelde waarneming in onze eigen geest te accepteren en niets anders. Elk deel van de Cursus heeft een iets andere focus 'en levert zo een unieke bijdrage aan de kennis en groei van de student'. Deze delen staan echter niet voor verschillende stadia in een opklimmend proces, noch staat ieder deel voor een andere activiteit van de student. Wanneer we door de delen heen gaan, is onze meest basale bezigheid in principe dezelfde: vooral de studie van het onderwijs (met name de metafysica) en het oefenen om met de Heilige Geest of Jezus naar ons ego te kijken.
|
|
De Cursus is door Jezus niet als zelfstudie bedoeld. Op de weinige plekken waar hij naar nieuwe studenten van Een Cursus in Wonderen verwijst, beschrijft hij ze altijd als leerlingen van een leraar van de Cursus. Hij beschrijft hoe ze deze weg bewandelen onder de liefdevolle leiding en supervisie van een meer ervaren student. Dit is niet de enige manier om de Cursus te doen, maar deze manier lijkt van de auteur de voorkeur te krijgen.
|
'Een Cursus in Wonderen is inherent een leerplan voor zelfstudie'. 'Het voornaamste proces, namelijk het bestuderen van de Cursus en het volgen van dit bijzondere spirituele pad, is individueel van aard … Omdat alle studenten van Een Cursus in Wonderen het in zich hebben om zich juist door de Heilige Geest te laten leiden, zou het zeker van [leraren] aanmatigend zijn, de studenten te vertellen hoe ze de Cursus moeten benaderen'. |
|
De basistechniek om de Cursus te bestuderen is langzaam en nauwkeurig lezen en zeer goed aandacht besteden aan de letterlijke woorden, waarbij iedere regel in eerste instantie in het licht van de onmiddellijke context geïnterpreteerd behoort te worden. Elke bewering die niet duidelijk als een metafoor bedoeld is, zou als rechtstreeks onderwijs moeten worden opgevat. |
De basistechniek om de Cursus te bestuderen is voorbijzien aan de letterlijke woorden (die grotendeels 'dualistisch' zijn) naar een diepere en 'non-dualistische' betekenis, die aan het licht komt wanneer iedere regel geïnterpreteerd wordt in de brede context van de non-dualistische metafysica van de Cursus. 'Een student behoort iedere afzonderlijke verklaring in de Cursus voortdurend te evalueren in het licht van diens overkoepelende metafysische onderwijs'.
|
|
Het Werkboek is een trainingshandboek om de methode voor spirituele beoefening vanuit de Cursus in praktijk te brengen. Het is een handboek dat tot doel heeft ons voor het hele leven te wortelen in een gewoonte, die bestaat uit regelmatig en frequent oefenen. Deze Coursebeoefening stoelt op de oefenmethoden die ons in het Werkboek onderwezen worden. |
Het Werkboek is niet bedoeld om ons te oefenen in een bepaalde methode voor spirituele groei, maar 'gewoon om de student te richten op het juiste pad met de juiste leraar'. Na voltooiing van het Werkboek vervolgen we onze weg en laten dan zijn specifieke oefenmethoden achter ons. 'Die zijn alleen maar bedoeld voor de periode van één jaar'.
|
|
De instructies om het Werkboek in praktijk te brengen zouden zo nauwkeurig mogelijk opgevolgd moeten worden. Jezus vraagt dat van ons omdat hij weet dat we de structuur die het Werkboek ons verschaft, nodig hebben om onze geest te trainen. |
Hoewel er in de beginfase van onze training enige structuur nodig is, bestaat er een groot gevaar teveel zijn best te doen om de instructies van het Werkboek op te volgen. Onze pogingen 'exact te doen wat Jezus zegt' komen voort uit 'de magische en meestal onbewuste hoop daardoor de Autoriteit te behagen'. Sterker nog, de structuur van het Werkboek 'kan makkelijk aanleiding geven tot rituelen' - waarbij we geloven dat slechts de vorm van de oefening verlossing schenkt. Daardoor blijft 'de inhoud … volkomen gesaboteerd en ondermijnd achter'.
|
|
Het Werkboek voorziet ons van een rijke schakering van verschillende lessen en oefeningen. Het in praktijk brengen van deze specifieke lessen en oefeningen vormt het middel om de veranderingen in waarneming tot stand te brengen die de Cursus beoogt. |
Het oefenen met de lessen van het Werkboek is waardevol omdat het ons leert dat we een geest hebben die in staat is om te kiezen. De voornaamste waarde van het oefenen ligt echter in het feit dat ons ego naar boven komt wanneer we de oefeningen niet doen. De Werkboeklessen bieden eenvoudig 'een leerschool waarin het ego van de student 'tevoorschijn komt', waardoor zijn gedachtensysteem eindelijk bloot komt te liggen en men er stelling tegen kan nemen'. Deze praktijk - de gewoonte om met de Heilige Geest of Jezus naar het ego te kijken, 'de essentie van de Verzoening' - is het voornaamste middel om onze waarneming te doen veranderen.
|
|
Als we er niet in slagen om de gevraagde oefeningen uit het Werkboek te doen, dienen we onszelf te vergeven. Daardoor worden we ervan weerhouden om het oefenen te staken (uit schuldbesef) en worden we onmiddellijk in staat gesteld ons oefenschema weer op te pakken. Zo dient zelfvergeving het allereerste doel van het oefenen. |
Als we er niet in slagen om de gevraagde oefeningen uit het Werkboek te doen, dienen we onszelf te vergeven. Want onszelf vergeven wat we niet gedaan hebben is juist de kern van het Werkboek. 'Het doel van de Werkboeklessen [is] jezelf vergeven als je onvermijdelijkerwijs er niet in slaagt de les perfect te doen'.
|
|
Meditatie is een wezenlijk onderdeel van het Cursusprogramma (de Cursus noemt het geen 'meditatie' - behalve één keer - maar het is duidelijk dat hij dát onderwijst). In de beginfase van het schrijven van de Cursus werd er door Helen en Bill over gediscussieerd en werd meditatie bij naam genoemd. Ze speelt een voorname rol in het Werkboek dat drie verschillende meditatietechnieken onderwijst (naast zijn vele andere spirituele oefentechnieken). En tenslotte leert het Handboek ons, dat men na voltooiing van het Werkboek tweemaal per dag dient door te gaan met mediteren.
|
Terwijl alle Werkboeklessen min of meer beschouwd kunnen worden als een of andere 'meditatie', staat er nergens in de Cursus dat we na het Werkboek door moeten gaan met meditatie. 'Meditatie maakt op zich geen integraal deel uit van het leerplan van de Cursus'. Studenten zouden zich vrij moeten voelen om te mediteren als ze dat verkiezen. Ze moeten ervoor waken er een afgod van te maken, en ze moeten niet denken dat alle studenten van de Cursus moeten mediteren. |
|
De meesten van ons zullen er waarschijnlijk baat bij hebben meer dan eens door het Werkboek te gaan. We zijn er klaar voor om het Werkboek achter ons te laten, zodra we op eigen kracht op zijn manier kunnen oefenen, zonder dat een stem van buitenaf ons zonodig tot oefenen moet aansporen. Dit vergt waarschijnlijk meer dan één ronde. Maar zijn we eenmaal zover gekomen, dan adviseert de Cursus de post-Werkboek-praktijk. Deze manier van oefenen valt nog steeds binnen de basisstructuur van het Werkboek, maar is in lijn met dat waarvan we intussen ontdekt hebben dat het onze behoefte tegemoet komt. |
Als algemene regel kun je stellen dat we het Werkboek niet meer dan één keer zouden moeten doen. Verder 'zou het gedaan moeten worden als de student nog maar betrekkelijk kort met de Cursus bezig is'. Ons verlangen om het Werkboek meer dan eens te doen is hoogstwaarschijnlijk de stem van het ego 'die ons aanspoort er herhaaldelijk doorheen te gaan, in de magische hoop dat we het dit keer wél goed doen'. Na het Werkboek is de noodzaak aan gestructureerde oefening voorbij. Heel eenvoudig 'brengen we de rest van ons leven door met [de Heilige Geest] als onze Leraar van vergeving'.
|
|
Het Handboek vertegenwoordigt de laatste fase in de ontwikkeling van de student: de uitbreiding naar anderen. Zijn primaire doel is om als instructiehandboekje te dienen voor ervaren Coursestudenten; deze hebben het Tekstboek en het Werkboek reeds doorgewerkt en zijn er nu klaar voor om hun functie op zich te nemen naar anderen toe uit te breiden. In tweede instantie dient het als een samenvatting van enkele onderwijsthema's uit de Cursus, voor de Courseleraar (of mentor) en zijn Courseleerling.
|
Het primaire doel van het Handboek is om te dienen 'als een samenvatting van sommige thema's en principes uit de tekst'. Op zich is het in essentie een aanhangsel van het Tekstboek en het Werkboek, 'een zeer bruikbare toevoeging van de twee andere boeken [toevoeging wordt in het woordenboek gedefinieerd als 'iets dat bij iets anders gevoegd wordt, maar er geen wezenlijk deel van uitmaakt']'. Het vertegenwoordigt geen afzonderlijke fase in het Cursusprogramma of in de ontwikkeling van de student, noch is het bedoeld voor 'leraren' (in de zin van 'mentoren') of voor 'leerlingen' van die leraren.
|
|
De uitdrukking 'leraar van God' - degene tot wie het Handboek zich richt - slaat op iemand die een bepaald ontwikkelingsniveau bereikt heeft en daarom klaar is om anderen te onderwijzen (of naar hen uit te breiden). Hij heeft deze gereedheid bereikt door werkelijke gemeenschappelijke belangen in een ander te zien en heeft (volgens het systeem van de Cursus) het Tekstboek en het Werkboek doorgewerkt.
|
De uitdrukking 'leraar van God' slaat niet op iemand die klaar is om anderen te onderwijzen (of naar anderen uit te breiden), maar is alleen maar 'Jezus' uitdrukking voor zijn studenten', een algemene term 'voor degenen die Een Cursus in Wonderen als hun spirituele weg bewandelen'. |
|
Terwijl de taak van Gods' leraar om naar anderen uit te breiden vele vormen kan aannemen, beschrijft het Handboek specifiek twee vormen en brengt deze onder de aandacht: leraar van leerlingen (een Coursementor voor minder ervaren Coursestudenten) en heler van patiënten (een spirituele healer op basis van de Cursus). Deze twee vormen zijn letterlijke functies waar sommigen toe worden opgeroepen ze in deze wereld te vervullen. |
Omdat actieve uitbreiding naar anderen geen deel uitmaakt van de Cursus, is het Handboek in letterlijke zin geen voorstander van specifieke functies zoals die van leraar van leerlingen of genezer van zieken. De overtuiging dat het dit wel doet is een vorm van 'spirituele speciaalheid': 'De egobehoefte om de wereld en zichzelf speciaal te maken wil de woorden [uit het Handboek] verdraaien zodat ze betekenen dat Jezus van de Coursestudent vraagt … om door zijn gedrag studenten te onderwijzen, zieken te genezen of de wereld te prediken'.
|
DIVERSE ONDERWERPEN
|
de Circle |
Ken Wapnick |
|
Het heilig ogenblik is een ogenblik waarop we tijdelijk ons normale, in het verleden gewortelde gedachtepatroon opzij zetten en het tijdloze nu binnengaan. Er treedt een verschuiving naar een andere geestesgesteldheid op. Daarin ervaren we hoe de grenzen van tijd en ruimte opgeheven worden, zijn we ons niet meer bewust van het lichaam, voelen we een verbinding met Jezus of de Heilige Geest (en al onze broeders) en ervaren plotseling gevoelens van vrede, vreugde en liefde.
|
'Het heilig ogenblik is niet een fase in de meditatie waarin de student een 'goede ervaring' heeft en de aanwezigheid van Jezus of de Heilige Geest beleeft. Integendeel, het heilig ogenblik is de uitdrukking die de Cursus gebruikt voor het ogenblik - buiten tijd en ruimte - waarop we voor de Heilige Geest als onze Leraar kiezen in plaats van voor het ego'.
|
|
Door onze aandacht op het licht te richten en naar onze duisternis te kijken, spelen ze allebei een belangrijke rol in de Cursus. Ondanks onze weerstand is het van cruciaal belang om de duisternis van het ego aan het licht te brengen en er kalm naar te kijken. Toch is het even cruciaal om herhaaldelijk stil te staan bij het licht (zoals in de meeste Werkboeklessen). Alleen wanneer beide in onze geest aanwezig zijn, kan Gods Licht onze duisternis weg schijnen.
|
De Cursus is niet een cursus in liefde en licht, maar een cursus in het kijken naar de duisternis van het ego. 'Door te veel nadruk op de lieflijke waarheid omtrent onszelf te leggen wordt het proces van ongedaan maken gedwarsboomd, door een zware deken van ontkenning over onze sluimerende schuld te leggen … Door te beweren dat liefde en eenheid het centrale thema van Een Cursus in Wonderen vormen, doet men niet alleen geen recht aan wat er in de Cursus staat, maar ontzeggen we ons ook de mogelijkheid tot heelwording die hij ons aanbiedt. In dat opzicht … zijn Coursestudenten geneigd om alles door een roze bril zien.
|
|
Het onderwijs van de Cursus is radicaal en levert vele unieke bijdragen aan de spiritualiteit van de wereld, en deze bijdragen zijn prijzenswaardig. Toch zouden we ook blij moeten zijn dat de Cursus zo vele en diepgaande overeenkomsten met andere spirituele tradities vertoont. Zijn unieke karakter is ten dele in het feit gelegen dat hij in staat is verschillende elementen uit andere tradities in zich te verenigen; elementen die elkaar onderling lijken uit te sluiten en die de Cursus toch tot een eenheid weet samen te voegen (bijv. door er nadruk op te leggen dat de wereld een illusie is, maar tevens verlost moet worden. |
De Cursus is niet alleen zo uniek omdat hij 'volstrekt onverenigbaar' is met de Bijbel, maar omdat hetzelfde gezegd kan worden 'met betrekking tot welk ander spiritueel pad dan ook'. Wat de Cursus zo uniek maakt, is het feit dat hij onderwijst dat de wereld een illusie is, die God niet geschapen heeft en 'dat God niets te maken heeft met een illusoire en onwerkelijke wereld'. Dit leidt tot een nog zuiverder non-dualisme dan er gevonden kan worden in de Advaita Vedanta (een vorm van Hindoeïsme) of het gnosticisme. Pogingen om de Cursus met andere spirituele stromingen te vergelijken zijn 'subtiele pogingen van het ego om het radicale karakter van de Cursus tot een minimum terug te brengen.'
|
Conclusie
Zoals je kunt zien lopen de visies van de Circle en die van Ken Wapnick, na enige wezenlijke overeenkomsten, in zeer verschillende richtingen uiteen. Het zijn eenvoudig twee verschillende visies op Een Cursus in Wonderen, zo verschillend dat het voor ons van de Circle onbegrijpelijk is hoe een student beide tegelijkertijd kan aanhangen. Hoe moeten we met deze verschillen omgaan? In eerste instantie met verdraagzaamheid. Het is onvermijdelijk dat zulke verschillen ontstaan, dat ligt besloten in de menselijke natuur. In tweede instantie met het oprechte verlangen te weten te komen wat de Cursus over deze vraagstukken werkelijk zegt. Het maakt niet uit wie gelijk heeft. Wat uitmaakt, is er achter te komen wat de Cursus daadwerkelijk onderwijst en dat in ons leven verwezenlijken. We hopen dat dit artikel aan dat proces een bijdrage levert.
Return to top | Send Reader Feedback | | Printer friendly version
Dear friend: We offer the materials on this website to you in the hope that they can serve you well on your journey home. Your continuing donations support the work of the Circle of Atonement. Thank you.
Click here to make a Donation.
This material is copyrighted by the Circle of Atonement, P.O. Box 4238, W. Sedona, AZ 86340. All rights reserved. The opinions expressed are the personal interpretation and understanding of the author(s).
Please report problems to the webmaster.

