'Wees in mijn gedachten, Vader'
een bespreking van het gebed uit les 232

door Robert Perry

Wees in mijn gedachten Vader,
wanneer ik ontwaak,
en schijn op mij de hele dag door.
Laat elke minuut een moment zijn
dat ik met Jou doorbreng.
En laat mij niet vergeten Jou elk uur te danken
dat Jij bij me gebleven bent,
en er altijd zult zijn om mijn roep tot Jou te horen
en mij antwoord te geven.
Wanneer de avond valt,
laat dan al mijn gedachten nog steeds bij Jou
en Jouw Liefde zijn. En laat mij slapen,
zeker van mijn geborgenheid,
verzekerd van Jouw zorg
en me er blij van bewust dat ik Jouw Zoon ben.

(WdII.232.1)

In Allen Watson's artikel 'Tips voor het oefenen' zegt Allen hoe waardevol het is om de gebeden uit deel II van het Werkboek daadwerkelijk te bidden. Ik heb ontdekt dat dit een van de meest lonende elementen is uit de werkboekpraktijk. Ik raad je ten zeerste aan dit te doen, en deze gebeden (in stilte of hardop) rechtstreeks tot God uit te spreken als diep doorvoelde persoonlijke communicatie, als een soort 'liefdesverklaring' tussen het geschapene en de Schepper. Want dat is precies hoe deze gebeden zich laten lezen.

Om deze manier van toepassen te stimuleren wil ik me richten op het gebed uit les 232, dat ongetwijfeld mijn meest favoriete gebed uit de hele Cursus is. Ik heb dit gebed talloze keren gebruikt. Als ik een eind met de auto moest rijden bracht ik de tijd soms biddend door, steeds maar dit gebed herhalend. In de loop der tijd is iedere zin voor mij doordrenkt geraakt met een schitterende betekenis. Ik wil die betekenis nu graag delen, door het gebed zin voor zin door te nemen en op iedere zin nader in te gaan.

Ik raad je ten sterkste aan dat wat nu volgt niet alleen maar door te lezen, maar het gebed daadwerkelijk met mij te bidden, terwijl ik het met je doorneem. Om dat te doen stel ik de volgende vorm voor: doe het gebed bij voorkeur in de ochtend, aangezien het - zoals je zult zien - zelf daarvan uitgaat. Lees eerst de zin uit het gebed en vervolgens mijn commentaar daarop. Ga dan terug naar de zin die ik toegelicht heb en neem wat tijd om hem werkelijk tot God uit te spreken. Als je kunt, spendeer er dan een of twee volle minuten aan; blijf er bij stilstaan, lees hem dan nog eens en nog eens, en voeg er eventueel je eigen details aan toe, totdat hij werkelijk bij je binnenkomt en tot je gevoelens doordringt. Hopelijk heeft mijn commentaar deze ervaring verrijkt, maar kijk welke nieuwe betekenissen er voor jou voortkomen uit de tijd die jij met deze zin hebt doorgebracht. Ga dan door naar de volgende zin met het commentaar daarop, en herhaal hetzelfde proces.

'Wees in mijn gedachten Vader, wanneer ik ontwaak,'

Zie je de persoonlijke boodschap in deze openingszin? Je vraagt iemand in jouw gedachten te zijn. In zekere zin is dit intiemer dan iemand te vragen in je bed te zijn wanneer je wakker wordt. En je vraagt het aan 'mijn Vader'. Dit is niet hetzelfde als 'God' zeggen. Het maakt deze God tot de jouwe. Omdat Hij van jou is, hoef je ook niet echt te vragen of Hij in je gedachten wil zijn. 'Wees in mijn gedachten' is geen vraag. Er zit geen schroom in. Er is geen sprake van 'Wilt u misschien alsjeblieft in mijn gedachten zijn, uwe Hoogheid?' Door deze zin te zeggen ga je ervan uit dat je het recht hebt naar God toe te gaan, Hem als je Vader aan te spreken en eenvoudig te zeggen 'Wees in mijn gedachten'. Je kunt Hem zelfs een tijdstip opgeven: 'wanneer ik wakker word'. Je bent niet een knecht op de velden, maar een zoon van het gezin, die alle recht heeft op de aanwezigheid van zijn vader.

Hoe geweldig zou het zijn in deze toestand te ontwaken, om 's ochtends onze ogen te openen en Gods Aanwezigheid in onze geest te voelen. Omdat we niet zo alert zijn als we wakker worden, hebben we gewoonlijk alleen maar de meest basale en dichtstbijzijnde dingen in gedachten zoals koffie zetten, douchen en aankleden, ons klaarmaken voor een afspraak. Wat als in plaats daarvan het meest basale en dichtstbijzijnde voor ons God zou zijn? Wat als, zodra we uit onze slaap ontwaakten, Hij het eerste was dat in onze gedachten kwam, en we Hem binnenin ons voelden? Misschien zouden we dan de nieuwe dag niet begroeten met ons gewoonlijke gevoel van druk, onze drang om de wekker af te zetten en de lakens over ons hoofd te trekken. Misschien zouden we zelfs niet zo duf zijn. Misschien zouden we iets voelen van wat het volgende citaat zegt. Het gaat over vergeving, maar kan evengoed op God toegepast worden: '[Hij] fonkelt in je ogen als je ontwaakt en schenkt je de vreugde waarmee je de dag tegemoet kunt gaan' (WdI.122.2.2).

'en schijn op mij de hele dag door'.

Deze zin roept een beeld van God op als de heerlijke warme zon die precies goed voelt, niet te heet en niet te ver weg. Net als de zon komt God in de ochtend op en schijnt Hij de hele dag op je. Ook is Zijn schijnen net als de zon volmaakt onpartijdig. Hij schijnt zonder onderbreking, of je nu in vrede bent of boos, vriendelijk of harteloos. Hij schijnt gewoon. Maar Hij schijnt niet met een fysiek licht zoals de zon. Wat betekent het als een persoon op je schijnt? Het betekent dat die persoon de warmte van zijn liefde en goedkeuring op je laat stralen. Wanneer God dus op jou schijnt betekent dit dat God tegen jou glimlacht, zoals een ander gebed uit het Werkboek zegt:

Ik ben degene naar wie Jij glimlacht, met een liefde en tederheid zo dierbaar, stil en doorvoeld, dat het universum naar Jou teruglacht en Jouw Heiligheid deelt. Hoe zuiver, beschermd en heilig zijn wij dan die in Jouw glimlach vertoeven, terwijl al Jouw Liefde ons geschonken wordt. (WdII.341.1:2-3)

Stel jezelf dus voor, als je wilt, dat je je in Zijn zon koestert, vertoevend in Zijn glimlach, 'de hele dag door' - in de middag, om drie uur, om vijf uur, als je aan je bureau zit, als je in de auto rijdt. En stel jezelf voor dat dit vandaag gebeurt. Zoals ik al zei helpt het om de dag van de week en de datum in te vullen.

'Laat elke minuut een moment zijn dat ik met Jou doorbreng.'

Tegen wie zou je iets dergelijks zeggen? Stel je voor dat je met een vriend loopt te wandelen en zegt: 'Laat elke minuut een moment zijn dat ik met jou doorbreng'. Als deze persoon werkelijk zou denken dat je dit meende, zou hij je wellicht meteen aan banden willen leggen. Om dit tegen iemand te zeggen, moet je niet alleen een allesoverheersend verlangen hebben om bij die persoon te zijn, maar moet je hiervoor ook uitzonderlijke toestemming hebben die de normale grenzen van beleefdheid en hoffelijkheid opheft.

Niet alleen druk ik hiermee mijn verlangen uit om elke minuut bij God te willen zijn, maar het vertoeven in Zijn aanwezigheid schijnt zelfs het belangrijkste kenmerk van die minuut te zijn. Die minuut is niet een tijd waarin ik voornamelijk andere dingen doe en me daarnaast ook een beetje bewust ben van God. Elke minuut is getiteld 'een moment dat ik met Jou doorbreng'. Dát is het allesbepalende; dát is wat het is, zelfs als er aan de oppervlakte andere activiteiten plaatsvinden. En welke boeiende dingen doe ik met God als Hij en ik de minuten voorbij laten gaan? Gewoon bij elkaar verblijven. Gewoon samen zijn. Gewoon met onze hoofden tegen elkaar aan rusten. Dat is alles.

En dus vraag ik je opnieuw: tegen wie zou je dit willen zeggen? Het zou iemand moeten zijn met wie ze zo graag samen wilt zijn dat het absolute voldoening zou schenken iedere minuut bij elkaar te zijn, zonder enige afleiding en andere activiteiten, en niets anders te doen dan in elkaars aanwezigheid te verblijven. En het zou iemand moeten zijn waarvan je wist dat hij jou niet zou afwijzen, maar die ook voortdurend bij jou wilde zijn.

'En laat mij niet vergeten Jou elk uur te danken dat Jij bij me gebleven bent,'

Stel je eens een relatie voor die zo kostbaar en zo onvervangbaar was, dat je echt ieder uur van iedere dag die persoon wel wilde bedanken, gewoonweg voor het feit dat hij bij jou verblijft. Stel je voor dat je dit niet doet omdat het je plicht is en ook niet omdat hij anders weg zou gaan. Nee, uit eigen vrije wil wil je 'niet vergeten hem te danken', gewoon om de vreugde van je dankbaarheid te voelen. Als we zo'n relatie hadden, zou de rijkdom hiervan in je leven niet in woorden uit te drukken zijn. We realiseren ons echter nauwelijks dát we zo'n relatie al hebben, en altijd gehad hebben.

Als ik dit deel van het gebed tot God bid, voeg ik er in gedachten vaak spontaan 'ondanks alles' eraan toe. God is ondanks alles bij me gebleven. We hebben allemaal onze eigen versies waar 'ondanks alles' voor staat. Maar al die versies komen op één ding neer: wij zijn van Hem weggegaan. Wij dumpten Hem voor andere liefdes. Echter, zelfs terwijl wij wegreden, klom Hij op de achterbank. Hoewel wij Hem verlieten, bleef Hij bij ons. Daarom slaagden we er in werkelijkheid helemaal niet in Hem te verlaten. En dat is een reden voor oneindige dankbaarheid. Hem ieder uur van iedere dag danken is nauwelijks een begin om dat in woorden uit te drukken.

'en er altijd zult zijn om mijn roep tot Jou te horen en mij antwoord te geven'.

Hier volgen nog meer redenen om God ieder uur te danken. Als je geluk hebt zijn er bepaalde mensen in je leven die er altijd voor jou geweest zijn. Welk groter geschenk kan iemand in deze wereld bezitten? Hoe kun je deze mensen ooit de diepte van jouw dankbaarheid duidelijk maken? Deze zin zet God neer als een soort volmaakte, altijd aanwezige variant van deze mensen. Zó zeker ben jij van Zijn trouw dat je Hem bij voorbaat bedankt. Net dankte je Hem ervoor dat Hij tot nu toe steeds bij je gebleven is. Nu dank je Hem omdat je erop vertrouwt dat Hij voor altijd bij jou zal blijven.

Maar Hij zal nog meer doen dan alleen maar bij je blijven. Hij zal er 'altijd zijn' voor jou. Hij zal iedere roep van jou horen en iedere roep beantwoorden. Wat zijn dit voor 'roepen'? Ze worden niet alleen maar beperkt tot jouw bewuste gebeden. Volgens de Cursus is iedere gedachte en ieder gevoel, elk beetje pijn of plezier, alles wat jij ervaart of doet, een roep tot jouw Vader, een roep om Zijn Liefde. Deze zin loopt dus vooruit op het feit dat hij werkelijk iedere roep zal horen en elk ervan zal beantwoorden met Zijn Liefde.

Een heel mooi voorbeeld hiervan is te vinden in les 267: 'Elke hartslag roept Zijn Naam en krijgt telkens antwoord van Zijn Stem die me verzekert dat ik thuis ben in Hem' (WdII.267.1:7). Wat een prachtig beeld. Iedere hartslag, zo zegt deze zin, roept Zijn Naam. Je roept hem 60, misschien wel 90 keer per minuut. En wat is de roep van jouw hart? Is het niet om bemind te willen worden, ergens bij te horen, een thuis te hebben? Op iedere hartslag dus antwoordt God jou en verzekert Hij jou dat Hij jou liefheeft, dat je een thuis hebt in Hem.

Natuurlijk vertrouwen de meesten van ons er niet werkelijk op dat God iedere roep hoort en al helemaal niet dat Hij antwoord geeft. Maar stel je eens even voor dat de Cursus gelijk heeft, dat God er altijd is, jou nooit verlaat en je nooit teleurstelt, oneindig geduldig is en in stilte iedere smeekbede hoort die Hij onmiddellijk beantwoordt met al Zijn Liefde? Wat, als dit de hele tijd door gebeurt en jij je behoorlijk doof voor Hem hebt gehouden? Stel je nu voor dat jij in Zíjn positie verkeert, met volkomen aandacht voor iemand die zelden of nooit opmerkte dat jij daar was. Had jij al die tijd liefdevol kunnen wachten, zoals Hij heeft gedaan? Of zou jij in plaats daarvan niet intussen tegen die persoon gegild hebben, verveeld zijn geraakt en je uit de voeten hebben gemaakt? Het feit dat God niets van dit alles heeft gedaan, is nog meer reden Hem ieder uur te danken.

'Wanneer de avond valt, laat dan al mijn gedachten nog steeds bij Jou en Jouw Liefde zijn'

En er komt geen einde aan. Dit samenzijn met God is de hele dag doorgegaan, ieder uur en iedere minuut. En 'wanneer de avond valt' houdt het nog steeds aan. Het vallen van de avond verbinden we vaak met een vredige tijd van rust. De dag loopt ten einde en we kunnen simpelweg ontspannen en van dat einde genieten, terwijl we kijken naar de zonsondergang en het opkomen van de sterren. De avond kan een vervullende afsluiting zijn van een succesvolle dag, of een broodnodige rust na een hectische dag.

Hier, in deze zin van het gebed, is de avond niet een uitrusten thuis, na onze drukke activiteiten in de wereld. De avond is eerder een voortzetting van een rusten, een nog dieper ervaren van thuis zijn, dat de hele dag al voortduurt. We hebben de hele dag rustend op de veranda met onze Liefde doorgebracht. En nu 'wanneer de avond valt' en we nog steeds bij Hem zijn, wordt onze vrede zelfs nog dieper.

'Laat al mijn gedachten nog steeds bij Jou en Jouw Liefde zijn'. Nogmaals, tegen wie zou je dit willen zeggen? Is er in onze normale beleving iets waar wij al onze gedachten aan zouden kunnen wijden, zonder van verveling te sterven? Niets lijkt interessant genoeg. Daarom fladderen onze gedachten zo vaak heen en weer, als vlinders die miezerige druppeltjes opzuigen terwijl ze van de ene na de andere verdorde bloem dolen. Bedenk wat een enorme liefde we zouden moeten voelen, voordat we werkelijk konden zeggen: 'Laat al mijn gedachten betrekking hebben op jou'. Bedenk hoe innig geliefd we ons zouden moeten voelen om werkelijk te kunnen zeggen: 'Laat al mijn gedachten betrekking hebben op jouw liefde voor mij'.

Iets in ons verlangt ernaar deze woorden tegen iemand te zeggen. Maar tegen wie ter wereld zouden we ze in alle oprechtheid kunnen zeggen? Tenminste voor langere tijd? De indruk die ik uit deze zin en uit het hele gebed krijg is dat God een verlangen in ons hart kan beantwoorden waar niets anders ter wereld toe in staat is. Ons hele wezen roept om zo'n relatie, maar er is niets in deze wereld waar we die kunnen vinden. We kunnen die echter wel vinden bij God.

Stel je voor dat je juist vandaag een avond zoals deze zult ervaren. Stel je voor dat je na een hele dag van koestering in de zonneschijn van Gods Liefde nu aankomt in de vredige gloed van de zonsondergang, en ontdekt dat al je gedachten nog steeds bij Hem en Zijn Liefde zijn. Als dit werkelijk gebeurde, zou dit dan niet de allerbeste avond zijn die je ooit hebt gehad?

'En laat mij slapen, zeker van mijn geborgenheid, verzekerd van Jouw zorg en me er blij van bewust dat ik Jouw Zoon ben'.

En het gaat nog steeds door, zelfs als de tijd aanbreekt om naar bed te gaan en het gebed ten einde loopt. We nemen ons rusten met God mee in onze slaap. Ik geloof dat deze zinnen spreken over een diepe behoefte in ons, een behoefte aan een soort slaap die we altijd al willen, maar misschien nooit ervaren. We willen allemaal dat slaap meer is dan alleen maar fysieke rust. We willen dat onze geest werkelijk alle zorgen los kan laten en in een staat van pure vrede kan wegglijden. We verlangen ernaar te rusten in een gedachte die volkomen zeker en eindeloos gelukkig is. We willen in slaap vallen in een vreugdevol bewustzijn, met een glimlach op ons gezicht en een arm om onze geliefde heen. Dat zou rust zijn voor de geest en niet alleen maar voor het lichaam.

Maar hoe vaak ervaren we dit soort slaap? Gewoonlijk slepen we onze zorgen met ons mee de slaap in. Onze mentale vuisten blijven gebald, zelfs terwijl ons lichaam ontspant. We hebben geen gedachte waarin we volkomen kunnen rusten, geen gedachte die prettig en zeker genoeg is om een glimlach op ons gezicht te toveren en daar te laten terwijl we ons in de slaap laten wegglijden. Stel je dan eens de manier van slapen voor waar deze laatste zin van dit gebed over spreekt. Laten we de drie laatste zinnen nog eens één voor één doornemen:

'Zeker van mijn geborgenheid'

Slaap is een tijd van fysieke kwetsbaarheid. Terwijl we daar liggen, versuft op ons kussen, zou ons van alles aangedaan kunnen worden. En daarom voelt iets in onze geest zich dus niet veilig genoeg om zich volledig over te geven. Als we volkomen zeker van onze veiligheid in God waren, als we wisten dat terwijl we sliepen, onze Geliefde Zijn Armen om ons heen had, hoe zouden we ons dan níet over kunnen geven?

'Verzekerd van Jouw zorg'

Op dezelfde manier is iets in onze geest onwillig om onze zorgen volledig los te laten. Als wij ons er geen zorgen over maken, wie dan wel? Maar stel je eens voor te gaan slapen terwijl we absoluut zeker zijn van Gods zorg. Als we wisten dat we door Zijn zorg omhuld werden, welke behoefte zou er dan nog zijn aan onze zorgen vast te blijven houden?

'En me er blij van bewust dat ik Jouw Zoon ben'.

Iets anders dat onze geest afhoudt van werkelijke rust is een gevoel van er niet bij te horen, alleen te zijn. We kunnen ons zelfs alleen voelen wanneer onze partner ons omarmt. Als we werkelijk geloofden dat we Gods Zoon waren, Zijn Oogappel, hét onderwerp van al Zijn Liefde, de erfgenaam van al het Zijne, zou er dan een vreugdevollere gedachte kunnen zijn? Stel je eens voor dat je in je slaap wegglijdt in dat blije bewustzijn. Is dat niet het soort rust waar we altijd naar verlangd hebben?

Ik heb het gehad over het vasthouden aan deze gedachten terwijl we in slaap soesden, maar het gebed zegt iets nog veel krachtigers. Het spreekt over in deze gedachten verblijven terwijl we slapen. Hoewel we slaap als een toestand van totale onbewustheid beschouwen, is dit niet het geval. Wetenschappers die de slaap onderzoeken hebben ontdekt dat proefpersonen, zelfs als deze uit de diepste slaap ontwaakt waren, melding doen van gedachtenreeksen. Natuurlijk zijn de gedachten die gedurende onze slaap door onze geest gaan over het algemeen bizar en onsamenhangend. Maar er gaan gedachten door ons heen. Hoe zou het dan zijn de hele nacht te slapen, alleen maar vervuld van deze gedachten: 'zeker van mijn geborgenheid, verzekerd van Jouw zorg, en me er blij van bewust dat ik Jouw Zoon ben'?

Nu is het gebed tot een einde gekomen en heb je de hele dag met God doorgebracht. Hij was het eerste wat in je gedachten opkwam toen je wakker werd. Iedere minuut van de dag vertoefde je bij Hem en koesterde jij je in de zonneschijn van Zijn Liefde. Ieder uur dat voorbijging bracht jij je eeuwige dankbaarheid tot uiting. Toen de avond viel ging jouw rusten door, terwijl al je gedachten nog steeds bij Hem waren. En zelfs terwijl je sliep, ging het nog steeds de hele nacht door. Nadat je de nacht op deze wijze hebt doorgebracht, kun je dan raden wat je gedachten zouden zijn als je de volgende ochtend wakker werd? En hoe de volgende dag zou zijn? Het zou nog steeds doorgaan! En zo hoort het te zijn, zegt de zin die direct op het gebed volgt: 'Zo hoort elke dag te zijn'.

Return to top | Send Reader Feedback | | Printer friendly version

Bookmark and Share


Dear friend: We offer the materials on this website to you in the hope that they can serve you well on your journey home. Your continuing donations support the work of the Circle of Atonement. Thank you.
Click here to make a Donation.

This material is copyrighted by the Circle of Atonement, P.O. Box 4238, W. Sedona, AZ 86340. All rights reserved. The opinions expressed are the personal interpretation and understanding of the author(s).

Please report problems to the webmaster.

Circle Advisors

Have questions about A Course In Miracles? Wondering how to go further with the Course? Contact one of our advisors.

Subscribe

Subscribe to our free e-newsletters: Circle News, sent weekly, A Better Way, sent monthly.

Site Links

Send Reader Feedback
Send a ? to Q & A
Printer friendly version

Featured

Reality & Illusion
Reality & Illusion
This book organizes the metaphysics of A Course in Miracles into a coherent, understandable picture. It examines the Course's vision of reality, attempting to answer questions such as "What is real?" and "What am I?"